Twaalfjarig Bestand
Het Twaalfjarig Bestand of Treves was een periode van twaalf jaar van wapenstilstand gedurende de Tachtigjarige Oorlog waarin niet of nauwelijks door de opstandelingen in de Republiek en de Spanjaarden werd gevochten. Het bestand duurde van 1609 tot 1621.
In 1621 werden de vijandelijkheden hervat. De oprichting van de WIC dateert dan ook uit dat jaar.
Inhoud |
[bewerken] De Treves
De informele besprekingen begonnen in 1606. In april 1607 werd een staakt-het-vuren uitgeroepen, nadat Jacob van Heemskerck in de Slag bij Gibraltar was gesneuveld. Spanje eiste van de Republiek dat de handel op Zuid-Amerika zou worden opgegeven, de geplande West-Indische Compagnie mocht niet tot stand komen. Aartshertog Albrecht van Oostenrijk slaagde erin op 31 januari 1609 een bestand te sluiten met de opstandelingen, waarvoor hij Ambrogio Spinola naar Rotterdam had gestuurd. Deze onderhandelingen vonden plaats op de locatie van de Rotterdamse admiraliteit. Bij het daarop volgend vredesoverleg in Antwerpen werd besloten de strijd tijdelijk te staken. Het bestand ging officieel in op 9 april 1609. Hiermee begon de rol van de Republiek als een feitelijk erkende onafhankelijke mogendheid; Engeland en Frankrijk kregen een Nederlandse ambassadeur, en er werden diplomatieke betrekkingen aangegaan met het Ottomaanse Rijk (sinds 1610), Marokko (verdrag gesloten 24 december 1610) en de Republiek Venetië (verdrag gesloten 31 december 1619). Het bestand werd ontdoken door met Zuid-Amerika handel te drijven onder vreemde vlag.
Het Twaalfjarige Bestand zorgde voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje die in 1568 met de militaire invallen van Willem van Oranje was begonnen. Speciaal voor de gelegenheid produceerde Claes Janszoon Visscher een kaart van de Nederlanden in de vorm van een leeuw, de Leo Belgicus. Daarop werden alle zeventien Nederlanden nog eenmaal als een geheel afgebeeld, vreedzaam naast elkaar levend dankzij het verstommen van het wapengekletter, gesymboliseerd door de slapende god Mars rechtsonder.
Dit werden jaren van vrede en welstand in de Zuidelijke Nederlanden en voor het aartshertogenpaar twaalf gelukkige jaren: ze vertoevden vaak op hun buitenverblijven in Tervuren en Mariemont, waar ze hun favoriete sport, de jacht, beoefenden. Vooral Isabella was populair onder de bevolking: de wat verlegen en soms in de omgang wat stijve Albrecht minder.
[bewerken] Politieke onrust
Tijdens het Twaalfjarig Bestand kwam er een einde aan de eenheid binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De spanningen tussen prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt liepen snel verder op. Al in 1600 was prins Maurits tegen het sturen van het leger naar Duinkerken geweest; een besluit dat door Van Oldenbarnevelt was doorgedrukt. De Slag bij Nieuwpoort die volgde werd ternauwernood door prins Maurits gewonnen, maar prins Maurits en Van Oldenbarnevelt waren definitief tegenstanders. Van Oldenbarnevelt was ook een warm pleitbezorger van het staakt-het-vuren, omdat dit gunstig was voor de handel. Maurits zag door een bestand zijn mogelijkheden voor gebiedsuitbreiding afnemen en verloor een belangrijke vorm van inkomsten door het wegvallen van veroverde buit. Maurits had liever doorgevochten.
Door het bestand kwamen ook de godsdienstige tegenstellingen scherper aan het licht. De volgelingen van de geestelijke Jacobus Arminius (1560-1609), de remonstranten of rekkelijken, weken af op het punt van de predestinatie, de vrije wil en de erfzonde van het kerkelijk-calvinistische belijden zoals dat was vastgelegd in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelberger Catechismus en zetten zich af tegen bindende belijdenisgeschriften, waarin werd bepaald hoe men de Bijbel moet interpreteren. Hun opvattingen werden vastgelegd in de vijf artikelen van de remonstranten. Zij richten zich tot de Staten van Holland en West-Friesland om steun te krijgen tegen hun uitsluiting van de publieke kerk. Daarmee was het een politieke kwestie geworden.
Allegorie op de ijver van de religies tijdens de Treves (Bestand). De rivier tekent de vanaf nu duidelijke scheiding tussen noord en zuid. Links de protestanten met de prinsen Maurits en Frederik Hendrik, Frederik V van de Palts, Jacobus I van Engeland en de jonge Lodewijk XIII van Frankrijk met zijn moeder Maria de' Medici. Op de voorgrond vissen de protestanten; hun netten zijn gemerkt met Fides, Spes en Caritas. Rechts de katholieken met aartshertogen Albrecht en Isabella, Spinola en paus Paulus V gedragen door kardinalen. Een bisschop met zijn priesters vist in het katholieke bootje naar mensen.
Van Oldenbarnevelt - die net als Maurits eigenlijk onverschillig tegenover alle religieuze meningsverschillen stond - wilde zeggenschap over de Kerk om rust te brengen in de gewesten. De calvinistische predikanten wensten echter geen inmenging van de staat in hun geloofsopvatting. Toen Van Oldenbarnevelt ruimte vroeg voor de remonstrantse leer van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius, escaleerde het conflict. Maurits zag in de calvinisten een bondgenoot tegen Van Oldenbarnevelt en sloot zich aan bij de contraremonstranten, die de leer van de (ook Leidse) hoogleraar Franciscus Gomarus aanhingen.
In 1619 verbood de Synode van Dordrecht — waar ook besloten werd tot de Statenvertaling te komen — de remonstrantse leer. De (remonstrantse) regenten in Holland hadden inmiddels op 4 augustus 1617 de Scherpe Resolutie aangenomen. Deze resolutie gaf de steden in Holland de mogelijkheid om eigenhandig waardgelders (huurtroepen) aan te nemen om onlusten te voorkomen. In de praktijk kwam dit neer op optreden tegen contraremonstranten. Prins Maurits zag in deze resolutie een aantasting van zijn gezag als militair leider en liet Van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en twee andere medestanders arresteren. Voor een speciaal tribunaal werd Van Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld. Op 13 mei 1619 werd hij op het Binnenhof onthoofd. Met de dood van Van Oldenbarnevelt en het verbod op de remonstrantse leer was de binnenlandse strijd in het voordeel van Prins Maurits beslist.
[bewerken] Einde van de Treves
Het Twaalfjarig Bestand eindigde zonder dat de Republiek behoefte voelde het te verlengen. De Hollanders hadden van de periode gebruik gemaakt om hun marinevloot te ontplooien en om in de controle van Zuid-Azië een voorsprong op de Engelsen te nemen.
Nadat landvoogd Albrecht van Oostenrijk in 1621 kinderloos overleed, kwamen de Zuidelijke Nederlanden conform de Akte van Afstand weer rechtstreeks onder de Spaanse troon, met Isabella van Spanje als landvoogdes.
Op 21 april werd de kanselier van Brabant naar Holland gestuurd voor onderhandelingen. Als tegenprestatie voor de macht over Brussel (door de Hollanders) werden toegevingen verwacht. Maar het voorstel viel niet in goede aarde, en de kanselier werd ei zo na gelyncht. Het was aanvankelijk de bedoeling geweest dat de Treves op een definitieve vrede zou uitlopen. Er waren echter enkele diepgaande meningsverschillen tussen de Nederlandse Republiek en de Spaansgezinde regering in de Zuidelijke Nederlanden, die onoplosbaar bleken te zijn en ertoe leidden dat in 1621 de vijandigheden weer werden hervat. Deze betroffen de handel van Nederland met Oost-Indië, die volgens de Spanjaarden beëindigd moest worden, en de positie van de katholieken in de Republiek. De Spaanse regering vond dat de katholieken hier volledige godsdienstvrijheid moesten krijgen. De leiders van de Republiek antwoordden daarop dat de protestanten in het zuiden nauwelijks het recht op overleven hadden en wezen deze eis af. Het aantal katholieken in het noorden was nog zo groot dat de protestantse elite bang was dat bij volledige godsdienstvrijheid de suprematie van de calvinisten in gevaar zou komen.