Kasteel Neerijnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel Neerijnen
Kasteel Klingelenburg 1731, voor de ingrijpende verbouwing. Door Abraham de Haen. Afbeelding onder,Kasteel Neerijnen (2008)
Kasteel Klingelenburg 1731, voor de ingrijpende verbouwing. Door Abraham de Haen. Afbeelding onder,Kasteel Neerijnen (2008)
Locatie Neerijnen, Nederland
Algemeen
Kasteeltype Kasteel
Bouwmateriaal baksteen
Huidige functie gemeentehuis
Gebouwd in 14e eeuw
Herbouwd in ca. 1600
Monumentnummer  520223
Website www.neerijnen.nl
Kasteel Neerijnen.JPG

Kasteel Neerijnen is een kasteel en landgoed ten noorden van het dorp Neerijnen in de gelijknamige gemeente Neerijnen in de Nederlandse provincie Gelderland.

Geschiedenis[bewerken]

De oorsprong van dit kasteel ligt in de 14e eeuw. Gijsbert de Cocq van Neerijnen, een achterkleinzoon van Rudolf II de Cock, bouwde in het jaar 1350, op 1000 meter afstand van kasteel Waardenburg, het huis Klingelenburg.
Het huis van tegenwoordig is circa 1600, op de fundamenten van het oude huis Klingelenburg gebouwd. Het is ingrijpend verbouwd in de 18e eeuw en werd nog laat in de 19e eeuw met een aanbouw uitgebreid[1].
Beide kastelen hebben tot 1974 dezelfde bezitters gehad. In 1974 kwam het huis voor de som van fl. 2.210.000,-- in bezit van stichting Het Geldersch Landschap. Deze droeg het kasteel in langdurige erfpacht over aan de zusterinstelling, de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen in 1975.
Daarna werd het door de gemeente Neerijnen gekocht, en werd het na een restauratie als gemeentehuis in gebruik genomen[2]. Het landgoed is toegankelijk voor publiek; het kasteel Neerijnen is te bezichtigen tijdens de openstellingsuren van het gemeentehuis. Begin 2014 heeft de gemeenteraad het voorstel gedaan om het beheer van het kasteel over te doen richting de Stichting Het Geldersch Landschap / Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen.

Externe links[bewerken]

  • www.neerijnen.nl
  • Ronald Stenvert e.a., Kasteel Neerijnen in: Monumenten in Nederland - Gelderland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg/ Waanders uitgeverij, Zwolle 2000, blz. 234