Mustafa Kemal Atatürk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Atatürk)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kemal Atatürk
Atatürk Kemal.jpg
Geboortedatum 1881
Geboorteplaats Vlag van Ottomaanse Rijk Thessaloniki, Ottomaanse Rijk
Sterfdatum 10 november 1938
Sterfplaats Vlag van Turkije Istanboel, Turkije
Politieke partij Cumhuriyet Halk Partisi
Handtekening Handtekening
Eerste president van Republiek Turkije
Periode 29 oktober 1923 - 10 november 1938
Premier Ali Fethi Okyar
İsmet İnönü
Celal Bayar
Voorganger -
Opvolger İsmet İnönü
Eerste premier van Republiek Turkije
Periode 3 mei 1920 - 24 januari 1921
President -
Voorganger -
Opvolger Fevzi Çakmak
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Kemal Atatürk[1] (geboren als Mustafa, tot 1934 Mustafa Kemal Pasja, na 1935 Kamâl Atatürk;[2] Thessaloniki, 1881[3]Istanboel, 10 november 1938) was een Turkse maarschalk, schrijver, politicus en grondlegger van de republiek Turkije, waarvan hij de eerste president was. Zijn leiderschap ondernam ingrijpende progressieve hervormingen, die Turkije moderniseerden tot een seculiere, industriële natie.[4][5][6] Idealiter een secularist en een nationalist, werden zijn beleid en theorieën bekend als Kemalisme. Vanwege zijn militaire en politieke prestaties, wordt Atatürk volgens studies beschouwd als een van de grootste leiders van de 20e eeuw.[7] De Turkse leider was een van de dragers van de Turkse Onafhankelijkheidsmedaille.

Ottomaanse periode[bewerken | brontekst bewerken]

Eerste jaren[bewerken | brontekst bewerken]

Staf-majoor Mustafa Kemal samen met Libische strijders in 1912 in Tripoli in Libië

Mustafa werd geboren in een Turks gezin in Thessaloniki in Ottomaans Macedonië. Rondom de precieze geboortedatum van Atatürk bestaat onduidelijkheid, doordat daar in die tijd geen strikte burgerlijke stand bestond. Hij was de zoon van de douanebeambte Ali Rıza. Deze overleed toen Mustafa nog een kind was. Hij werd opgevoed door zijn moeder Zübeyde. Mustafa had meerdere broers en zussen, die allemaal in hun kindertijd zijn overleden, behalve een zus genaamd Makbule.

In zijn jeugd bezocht hij een religieuze school, maar verwisselde die later op eigen verzoek voor een openbare school. In 1893 begon hij aan de cadettenschool, waar hij van zijn wiskundeleraar de bijnaam Kemal ("de perfecte") kreeg. Van 1896 tot 1899 volgde hij de militaire academie in de voormalige Ottomaanse stad Manastir (het tegenwoordige Bitola in Macedonië). In Manastir leert hij studiegenoot Ali Fethi Okyar kennen, met wie hij jarenlang bevriend zou zijn. Na afronding van zijn studie in Manastir studeert hij aan de Ottomaanse Militaire Academie in Istanbul en voltooit deze in 1902. Aansluitend gaat hij naar de Ottomaanse Militaire College, waar hij tot 1905 studeert. Op de Militaire Academie leert hij studiegenoten als Ali Fuat Cebesoy en Kâzım Karabekir kennen, die een belangrijke rol in zijn leven zullen spelen. In zijn tijd moesten Ottomaanse officieren Duits en Frans leren, waardoor hij net als alle andere studenten beter inzicht krijgt in de Franse geschiedenis en revolutie, alsmede in westerse denkbeelden. In zijn vrije tijd leest hij de boeken van Voltaire, Rousseau en Montesqieu.

Net als zijn studiegenoten ziet hij met lede ogen aan hoe het Ottomaanse Rijk steeds verder in verval raakt. Mustafa Kemal begint de cafés en de geheime genootschappen te bezoeken, waar wordt nagedacht over manieren om het autoritair bestuurde rijk te redden. Hij helpt mee bij de productie van een clandestien politiek blad. Na het behalen van zijn diploma in 1905 wordt Mustafa Kemal door de politie gearresteerd vanwege zijn antimonarchistische activiteiten. Na enkele maanden opsluiting werd hij alleen vrijgelaten met de steun van Rıza Pasha, zijn voormalige schooldirecteur. Na zijn vrijlating werd Mustafa Kemal toegewezen aan het Vijfde Leger in Damascus als stafkapitein in het gezelschap van Ali Fuat Cebesoy en Lütfi Müfit Özdeş. In Damascus sloot hij zich aan bij een klein geheim revolutionair genootschap, genaamd Vatan ve Hürriyet ("Moederland en Vrijheid"), van hervormingsgezinde officieren onder leiding van koopman Mustafa Elvan Cantekin. Mustafa Kemal zou sterk beïnvloed worden door de ideeën van Mustafa Elvan Cantekin. In 1907 besluit hij zich aan te sluiten bij de Jonge Turken, een groep officieren en kadetten die ontevreden waren met de situatie in het Ottomaanse Rijk.

In 1908 zette hij zich als sympathisant van de Jonge Turken af tegen sultan Abdülhamit II, toen die al te conservatieve hervormingen wilde doorvoeren. Deze officieren van het seculiere en nationalistische "Comité voor Eenheid en Vooruitgang", bijgenaamd de Jonge Turken pleegden een staatsgreep en maakten van het Ottomaanse rijk een constitutionele monarchie, waarbij Abdülhamit geen macht meer had. Na de mislukte countercoup in 1909 werd Abdülhamit definitief vervangen door sultan Mehmet V Reşat, die niet meer dan een marionet was onder de Jonge Turken.

In 1911 breekt de Italiaans-Turkse Oorlog uit, waarna Mustafa Kemal naar Ottomaans Libië wordt uitgezonden, waar hij in Tripoli onder het commando van Enver Pasja tegen de Italiaanse invasie vecht. Enver Pasja was even oud als Mustafa Kemal en de twee mannen zouden later uitgroeien tot rivalen van elkaar. Terwijl de oorlog in Libië nog in volle gang is, breekt een jaar later in 1912 de Balkanoorlog uit. Mustafa Kemal wordt teruggehaald naar Istanbul, waar hij wordt ingezet bij het terugveroveren van aan de Balkanlanden verloren gebied. Hierna wordt hij aangesteld als militair attaché in de stad Sofia (Ottomaans Bulgarije) tot het begin van de Eerste wereldoorlog.

Eerste Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Cevat Pasja en Mustafa Kemal Bey op de dagelijkse Tasvîr-i Efkâr van 29 oktober 1915

Al voor de Eerste Wereldoorlog was het Ottomaanse rijk een bondgenootschap aangegaan met Duitsland. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, koos het Ottomaanse Rijk de kant van de Centrale Mogendheden waardoor het in oorlog raakte met de landen van de Entente.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Mustafa Kemal gestationeerd bij de Dardanellen. Mustafa Kemal had hierbij de leiding over de 19de divisie van het Vijfde leger van het Ottomaanse Rijk en diende van 25 april 1915 tot 9 januari 1916 onder de Duitse officier Otto Liman von Sanders, die de leiding had over het Vijfde leger. Mustafa Kemal speelde een belangrijke rol in het afslaan van de geallieerde invasie in de Slag om Gallipoli. Door zijn militaire successen werd hij tot kolonel gepromoveerd.[8] Het verhaal gaat, dat voor de geallieerde aanval op de Dardanellen begon, Mustafa Kemal zijn soldaten het bevel gaf door te gaan met de strijd tot de dood, zodat er voldoende tijd was voor hulptroepen om op het front te arriveren.

Na een kleine uitstap naar Edirne werd hij op 14 januari 1916 overgeplaatst naar het oostfront, waar op dat moment de oorlog in de Kaukasus aan de gang was. Hier kreeg hij de leiding over het 16de divisie van het Tweede leger, die het moest opnemen tegen het Russische leger. Op 1 april 1916 werd hij gepromoveerd tot brigadegeneraal. In de zomer van 1916 slaagde zijn leger erin de steden Muş en Bitlis terug te veroveren van de Russen. Maar toen de Russen in de herfst weer aanvielen, was zijn leger genoodzaakt zich weer uit de veroverde steden terug te trekken. Op 7 maart 1917 kreeg hij de gehele leiding over het Tweede leger toegewezen.

In juli 1917 werd hij aangesteld als commandant van het Zevende leger van de legergroep Bliksemschicht in Palestina, maar hij kon niet opschieten met maarschalk Erich von Falkenhayn onder wiens commando hij stond. Samen met İsmet İnönü rapporteerde hij daarover aan Talaat Pasja en deed een verzoek om een sterkere verdedigingslinie in het noorden van Syrië, geleid door Turken in plaats van Duitsers. Talaat Pasja weigerde echter het verzoek van Mustafa Kemal te voldoen. Daarop nam Mustafa Kemal begin oktober 1917 ontslag van zijn functie en keerde terug naar Istanbul. In Istanbul kreeg hij de taak prins (en latere sultan) Mehmet VI 'Vahideddin' te vergezellen bij een treinreis naar Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. In Duitsland bezocht Mustafa Kemal de Duitse linies van het westfront en concludeerde na een analyse dat de Centrale Mogendheden de oorlog spoedig zouden verliezen. Hij aarzelde niet om zijn mening kenbaar te maken aan keizer Wilhelm II en zijn generaals.

In juli 1918 overleed Mehmet V Reşat en werd zijn broer Mehmet VI Vahideddin de nieuwe sultan. Mehmet VI stelde Mustafa Kemal op 7 augustus 1918 (voor de tweede keer) aan als bevelhebber van het Zevende Leger in Palestina, dat zich nabij Nablus bevond. Inmiddels had Otto Liman von Sanders begin 1918 het commando van het Ottomaanse leger in de Sinai en de Palestina Campagne overgenomen van Erich von Falkenhayn. In Palestina kreeg Mustafa Kemal te maken met de Arabische Opstand, welke georganiseerd was door Groot-Brittannië onder de lokale Arabieren. Toen Liman von Sanders de strijd verloor bij Megiddo, stond het Britse leger klaar om Mustafa Kemals leger aan te vallen. Vanwege een gebrek aan mankracht, was Mustafa Kemal genoodzaakt zich helemaal terug trekken naar Aleppo. Op 30 oktober 1918 verving hij Liman von Sanders als commandant van de legergroep Bliksemschicht. Daarna slaagde hij erin de opmars van het Britse leger tot een halt te brengen. Ondanks dit succes van Mustafa Kemal, zou het Ottomaanse rijk de Eerste wereldoorlog verliezen.

Bezettingsperiode[bewerken | brontekst bewerken]

Kemal Pasja in november 1918

Op 30 oktober 1918 werd het verdrag van Mudros ondertekend, waarmee de Ottomaanse capitulatie werd bevestigd. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Ottomaanse Rijk grotendeels bezet door de geallieerden. Het gehele Europese deel en een groot deel van Anatolië werden bezet door het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Italië, Frankrijk en Armenië. Ondanks de animositeit van Mustafa Kemal richting het Huis van Osman, ging hij in op het verzoek van de sultan om de door de geallieerden opgelegde demilitarisering van de Ottomaanse legers in goede banen te leiden als commandant van de legergroep Bliksemschicht. Samen met ongeveer vijftig andere officiers vormde hij nu de ruggengraat van de militaire vleugel van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang (İttihat ve Terakki Cemiyeti) (ook wel: Unionisten). Ondanks verzet van Mustafa Kemal werd in de lijn van het Mudrosverdrag op 7 november zijn legergroep door Grootvizier Izzet Pasja ontbonden, en was hij gedwongen terug te keren naar Istanbul. Op 13 november 1918 komt hij via Adana per trein aan in Istanbul en moest 3,5 uur wachten op Station Haydarpaşa vanwege 56 oorlogschepen van het bezettingsleger van de Geallieerden. Vandaar werd hij met de Kartal stoomboot naar de overzijde gebracht. Adjudant Mehmet Cevat Abbas Gürer vroeg toen wat er nu ging gebeuren, waarop Mustafa Kemal antwoordde: "Ze zullen gaan zoals ze gekomen zijn" (Geldikleri gibi giderler).[9]

Door Izzet Pasja kreeg hij een administratieve functie toegewezen bij het ministerie van Oorlog. Hij nam zijn intrek in het Pera Palace hotel, waar vele bevelhebbers van de Geallieerden ook hun intrek hadden. Later verhuisde hij naar het huis van zijn vriend Salih Fansa in Beyoğlu om vervolgens te verhuizen naar het triplex appartement van Madame Kasabyan in Şişli. Moeder Zübeyde Hanım en zus Makbule kwamen over van het huis in Akaratlar, te Beşiktaş en namen de bovenste verdieping in. Mustafa Kemal nam de middelste verdieping in en in de onderste verdieping sliep Adjudant Mehmet Cevat Abbas Gürer. In dit huis vonden vele vergaderingen met vrienden en gelijkgezinden plaats.

Mustafa Kemal werd benaderd door leden van de Karakol beweging. Deze organisatie was in het geheim na de Ottomaanse capitulatie opgericht door het Comité voor Eenheid en Vooruitgang en had als doel het organiseren van het verzet in het Anatolisch binnenland. Omdat veel van hun leden waren opgepakt door de geallieerden om te worden berecht bij de Malta-tribunalen, zochten ze naar iemand die het verzet in het binnenland kon leiden. De Karakol-leden vonden Mustafa Kemal een ideale kandidaat voor het leiderschap, wegens zijn goede reputatie binnen het Ottomaans leger. Toen Mustafa Kemal besloot deze taak op zich te nemen, was een gelegenheid om naar het binnenland te vertrekken snel gevonden. De regering van Damat Ferit Pasja maakte zich grote zorgen over het voortdurende geweld tussen verschillende etnische groepen in Oost-Anatolië het Zwarte zeegebied en zij wilde een militaire inspecteur instellen om de orde te herstellen en de bevolking te ontwapenen. Via connecties met minister Mehmet Ali Bey werd Mustafa Kemal tot militaire inspecteur benoemd en vertrok hij op 16 mei 1919 naar Samsun.

Turkse Onafhankelijkheidsoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Kemal Pasja inspecteert de troepen, 1922
1rightarrow blue.svg Zie ook Turkse Onafhankelijkheidsoorlog

Op 19 mei 1919 kwam hij vanuit Istanboel per boot in Samsun aan, waar hij zijn eerste congres organiseerde, dat de aanzet vormde voor de latere Turkse Onafhankelijkheidsoorlog. Nadat de geallieerden achter zijn plannen kwamen, werd hij eind 1919 per direct door de sultan teruggeroepen. Hierop diende hij officieel zijn ontslag in bij het ministerie van Oorlog. Kâzım Karabekir, bevelhebber van de resterende Ottomaanse legers die gestationeerd stonden aan de oostgrens, liep samen met andere prominente figuren uit de Ottomaanse legers (zoals Fevzi Çakmak en İsmet İnönü) over naar de kant van Mustafa Kemal. Met dit leger, dat bestond uit de Anatolische bevolking en restanten van het Ottomaanse leger, kwam Mustafa Kemal in opstand tegen zowel de geallieerde bezetters als tegen de Ottomaanse sultan. Tussen 1919 en 1923 streden Kemals troepen tegen de Europese en sultangezinde troepen.

In 1920 accepteerde 'Vahideddin' het Verdrag van Sèvres, hetgeen door veel Turken als vernederend werd gezien. Kemals beweging kreeg hierdoor veel steun onder de Turkse bevolking. Op 23 april 1920 werd het nieuwe Turkse Parlement (de TBMM) opgericht, hetgeen Mehmets regime verder verzwakte. Veel parlementsleden uit het Ottomaanse kabinet liepen over naar de TBMM nadat de sultan hen, onder druk van de Britten, ontslagen had.

Toen een Grieks invasieleger door fouten van Turkse officieren nog slechts enkele kilometers verwijderd van de TBMM was (Slag om Kütahya-Eskişehir), kreeg Mustafa Kemal naast zijn functie van parlementsvoorzitter ook die van opperbevelheber van het leger. Onder zijn leiding werden de Grieken, hoewel in de meerderheid en beter uitgerust, tijdens de Slag om Sakarya verdreven tot ver achter de Sakarya. Deze veldslag leverde Mustafa Kemal een promotie tot veldmaarschalk op. Na een jaar van voorbereidingen begon hij in 1922 de Slag om Dumlupınar, waarbij de Grieken zich terug moesten trekken tot aan İzmir. Nadat ze ook daar verslagen werden, waren ze genoodzaakt om per boot terug te keren naar Griekenland.

Op 11 oktober 1922 werd in de stad Mudanya een wapenstilstand gesloten. Hierna begonnen in november de vredesbesprekingen in de stad Lausanne met de geallieerde landen. Op 23 juli 1923 werd het vredesverdrag van Lausanne overeengekomen, die grotendeels de grenzen van de nieuwe staat Turkije vastlegde en de regering van Mustafa Kemal erkende als rechtmatige regering daarvan. Het vredesverdrag van Lausanne diende als vervanging van het vredesverdrag van Sèvres en werd door veel Turken als meer acceptabel gezien.

Turkse republiek[bewerken | brontekst bewerken]

Hij bezoekt studenten in Adana
Hij spreekt tot een burger, 1931

Vestiging van de republiek[bewerken | brontekst bewerken]

Na het einde van de Turkse bevrijdingsoorlog werd in november 1922 het sultanaat officieel afgeschaft. Sultan Mehmet VI werd verbannen en Mustafa Kemal werd erkend als de nieuwe leider van Turkije. Op 29 oktober 1923 werd door Mustafa Kemal de republiek uitgeroepen. Turkije werd een seculiere republiek met Mustafa Kemal als eerste president, waarbij İsmet İnönü benoemd werd tot de eerste premier. Onder zijn leiding werd er een politieke partij opgericht, de CHP (Cumhuriyet Halk Partisi, Republikeinse Volkspartij) (1923-1938), waarvan hij benoemd werd tot partijvoorzitter. Hij zorgde voor een nieuwe grondwet en maakte Ankara de nieuwe hoofdstad van Turkije. Zijn politieke ideeën worden het Kemalisme genoemd.

Hervormingsbeleid[bewerken | brontekst bewerken]

Hij voerde verregaande sociale en politieke hervormingen door om van Turkije een modern land te maken. Hij wou definitief afrekenen met de Ottomaanse erfenis van zijn land. Zijn grootste hervorming was de scheiding van religie en staat. In 1924 schafte hij de sharia-rechtbank en het kalifaat af. Hierop werd ook de gewezen kalief Abdülmecit II, een neef van Mehmet VI, gedwongen Turkije te verlaten. Vanuit islamitische landen werd geprotesteerd tegen deze actie van Mustafa Kemal, waarna zij verschillende congressen organiseerden (Cairo 1926, Mekka 1926, Jeruzalem 1931) om een nieuwe kalifaat te kiezen, maar zij kwamen niet tot een consensus.

Het burgerlijk wetboek werd overgenomen door Zwitsers burgerlijk wetboek en het strafrecht werd overgenomen door het Italiaanse strafrecht. Hij schafte polygamie af. Hij voerde een kledingcode in voor een moderne, westers georiënteerde kledingwijze. Hij liet het Arabische alfabet vervangen door het Latijnse. Om het analfabetisme in het land te bestrijden werden onder zijn leiding duizenden nieuwe scholen gebouwd, werd het basisonderwijs gratis en verplicht gemaakt. In 1934 werd de achternamen-wet ingevoerd. Iedereen in het land moest voortaan een familieachternaam hebben. Het Turkse parlement gaf hem de achternaam Atatürk, wat 'Vader der Turken' betekent, als erkenning voor de rol die hij speelde bij de bouw van de moderne Turkse Republiek.[10]

Hij maakte iedereen in het land tot Turks staatsburger en propageerde een sterk nationalisme als middel om onderlinge verbondenheid onder het volk te creëren. Zijn regering voerde een beleid van turkicisatie om een homogene en verenigde natie te creëren.[11][12][13] Onder Atatürk werden niet-Turkse minderheden onder druk gezet om in het openbaar Turks te spreken,[14] niet-Turkse toponiemen en achternamen van minderheden moesten worden gewijzigd in Turkse uitleveringen.[15][16]

Vrouwenrechten[bewerken | brontekst bewerken]

Achttien vrouwen werden gekozen tot het Turkse parlement in de verkiezingen van 1935.

In de Ottomaanse periode was de positie van de vrouw ondergeschikt aan die van de man. Atatürk vond dat Turkije zich niet naar een moderne maatschappij kon ontwikkelen, als vrouwen niet op een gelijkwaardige manier kunnen participeren in de samenleving. Atatürk wou daarom een einde maken aan de achterstelling van de vrouw, hoewel deze vrouwenemancipatie voornamelijk van bovenaf opgelegd werd. In de beginjaren van de republiek was er ook een vrouwenbeweging (Kadınlar Halk Fırkası) actief, die ijverde voor betere rechten voor vrouwen. Bekende vrouwen bij deze beweging waren Nezihe Muhiddin en Halide Edib Adıvar.

In 1926 kregen Turkse vrouwen gelijke burgerrechten in Turkije.[17] Op 3 april 1930 kregen vrouwen stemrecht bij lokale verkiezingen bij wet nr. 1580. Enkele jaren later, in 1934, kregen vrouwen volledig algemeen stemrecht, lang voor veel westerse landen dit ingevoerd hadden in hun land.[18] Het dragen van moderne westerse kleren werd voor vrouwen aangemoedigd. Het dragen van een hoofddoek werd nadrukkelijk afgeraden maar niet verboden. Vrouwen werden aangemoedigd om in "mannenberoepen" te werken. Atatürk gaf zelf het voorbeeld door zijn geadopteerde dochters de kans te geven om te studeren. Dochter Sabiha Gökçen werd een piloot en dochter Afet İnan werd lerares geschiedenis en later professor in de sociologie.

De twaalfde internationale vrouwenconferentie werd op 18 april 1935 in Istanbul gehouden en Egyptische nationalistische feminist Huda Sha'arawi was de president en het lid van twaalf vrouwen. De conferentie koos Huda uit tot vice-president van de Internationale Vrouwenunie en beschouwde Atatürk als een rolmodel voor haar en zijn acties. Ze schreef in haar memoires:

"Na afloop van de conferentie in Istanbul kregen we een uitnodiging om de viering bij te wonen die werd gehouden door Mustafa Kemal Atatürk, de bevrijder van het moderne Turkije ... In de salon naast zijn kantoor stonden de uitgenodigde afgevaardigden in de vorm van een halve cirkel, en na een enkele ogenblikken ging de deur open en kwam Atatürk binnen, omgeven door een aura van majesteit en grootsheid, en een gevoel van prestige overheerste. Eervol, toen ik aan de beurt was, sprak ik rechtstreeks met hem zonder vertaling, en de scène was uniek voor een oosterse moslimvrouw die opkwam voor de Internationale Vrouwenautoriteit en een toespraak hield in de Turkse taal waarin hij bewondering en dankbaarheid uitdrukte aan de Egyptische vrouwen voor de bevrijding beweging die hij leidde in Turkije, en ik zei: dit is het ideaal om Oh, de oudere zus van de islamitische landen, te verlaten, hij moedigde alle landen van het Oosten aan om te proberen de rechten van vrouwen te bevrijden en te eisen, en ik zei: als de Turken beschouwden je als de waardigheid van hun vader en ze noemden je Atatürk, ik zeg dat dit niet genoeg is, maar je bent voor ons "Atasjarq" [Vader van het Oosten]. De betekenis ervan kwam niet van een vrouwelijk delegatiehoofd en bedankte me heel erg voor de grote invloed, en toen smeekte ik hem om ons een foto te presenteren van zijne excellentie voor publicatie in het tijdschrift L'Égyptienne."[19]

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

Atatürk ondersteunde in toenemende mate grote door de overheid gesubsidieerde industriële complexen zoals de "Sümerbank" na de wereldwijde economische crisis. Hij ondersteunde de ontwikkeling van de nationale landbouw-, textiel-,[20][21][22] machine-, vliegtuig-[23][24][25] en automobielindustrie.[26] In 1935 ontwikkelde Turkije zich tot een industriële samenleving op basis van het West-Europese model van Atatürk.[27] De kloof tussen de doelstellingen van Atatürk en de resultaten van de sociaal-politieke structuur van het land is echter niet gedicht.[27]

Bij het begin van de Turkse republiek, was de economische situatie als volgt. Het land was nog herstellende van de oorlog. De economie van Turkije was voornamelijk gebaseerd op de landbouw. De landbouw was echter primitief en de productie laag, omdat er een gebrek was aan mechanisch landbouwgereedschap, doordat er in Turkije bijna geen industrie bestond. De boeren bezaten zelf geen landbouwgrond. In plaats daarvan werkten ze voor de grootgrondbezitters, de zogenaamde Agha's, die de meeste landbouwgronden bezaten. De weinige industrie was in de handen van buitenlanders. Ook het spoorwegennetwerk was in handen van buitenlanders. Turkije bezat geen olie- en gasvelden en een groot deel van de bevolking was analfabeet. Volgens het overeengekomen vredesverdrag van Lausanne moest Turkije de uitstaande schulden van het voormalig Ottomaanse rijk afbetalen. Verder had Turkije last van de capitulaties, die tijdens de Ottomaanse periode waren toegekend aan westerse landen, en volgens het Lausanne-verdrag nog tot 1929 geldig zouden blijven. De capitulaties gaven westerse landen gunstige handelsvoorrechten. Turkije had volgens de capitulaties niet het recht om invoerrechten te heffen op buitenlandse import, om zo de eigen producten te beschermen.

Al in februari 1923, toen de vredesonderhandelingen in Lausanne nog bezig waren, werd in de stad İzmir het eerste Turkse economiecongres gehouden, waarin werd besproken wat het economisch beleid voor de komende jaren zou worden. Bij de opening van dit congres hield Atatürk een toespraak met de boodschap dat er geen politieke onafhankelijkheid kan zijn zonder economische onafhankelijkheid en dat de strijd voor een waarlijk onafhankelijk Turkije nu pas echt begonnen is. Bij dit historisch belangrijke congres debatteerden meer dan 1100 afgevaardigden van boeren, handelaren, arbeiders en industriëlen over economische vraagstukken. Een groot deel van het debat ging over de keuze tussen liberalisme of etatisme als het economisch beleid voor de Turkse republiek. Het congres riep op tot een protectie van de lokale industrie, maar keerde zich niet tegen buitenlandse investeringen. De politieke leiding koos aldus voor een gemengde economie. Tot 1929 zou dit het economisch beleid van de Turkse regering worden. Het beleid was liberaal in de zin, dat het particuliere ondernemingen toeliet. Het beleid was niet liberaal in de zin dat de Turkse staat zich niet buiten de economie hield. De staat greep in waar het om grote investeringen ging. Grote investeringen door de staat waren nodig, omdat Turkije in die tijd een zwakke private sector had.

Atatürk opteerde voor het omvormen van Turkije tot een modern industrieel land, maar erkende tegelijkertijd ook, dat het grootste deel van de Turkse economie uit de landbouw bestond. Niets voor niets noemde Atatürk de boer de meester van het volk ("Köylü milletin efendisidir"). Volgens Atatürk diende de staat daarom extra te aandacht schenken aan de boeren. In 1925 werden de boeren geholpen door de afschaffing van de Aşar (tiende penning), welke vervangen werd door een landbelasting (arazi vergisi).[28] Er werden stukken landbouwgrond toegewezen aan boeren, die geen land bezaten. De Ziraatbank (Landbouwbank) verstrekte renteloze leningen aan de boeren. Er werden landbouwscholen en instituten opgericht, waar er opleidingen werden aangeboden aan de boeren. Er werden maatregelen genomen om de producten van de boeren te beschermen. Boeren werden aangemoedigd om zich te verenigen in coöperaties. Vanaf 1925 stichtte Atatürk verschillende modelboerderijen in het land, met als doel als voorbeeld te dienen voor de boeren. De belangrijkste hiervan is de Bosboerderij (Orman Çiftliği, de naam is Atatürk Orman Çiftliği sinds 1950) gelegen nabij Ankara, die door Atatürk zelf werd onderhouden. Hier experimenteerde hij met het modernste landbouwgereedschap en de nieuwste landbouwtechnieken van die tijd.

De belangrijkste investering van de Turkse staat was het spoorwegennetwerk. Een goed spoorwegennetwerk was zeer belangrijk om logistieke ondersteuning te verlenen aan de economie. Het reeds bestaande spoor voldeed hier niet voldoende aan, doordat het te beperkt was en alleen in het westen van het land aanwezig was. De Turkse staat maakte grote investeringen om het spoor uit te breiden. De bouw van het spoorwegennetwerk begon al in 1923. In 1929 was 800 kilometer spoor aangelegd en in 1930 was er 5400 kilometer spoor aangelegd. In 1927 werd de Turkse Staatsspoorwegen opgericht. Buitenlandse aandeelhouders van het spoor werden door de staat uitgekocht. Uiteindelijk zou het hele spoorwegennetwerk door de staat worden gekocht.

Atatürk wou ook de financiële infrastructuur verbeteren. De grootste bank van Turkije was in die tijd de Ottomaanse bank, die als staatsbank diende, maar in handen was van buitenlandse aandeelhouders. In 1924 erkende Atatürk dat Turkije behoefte had aan een eigen nationale bank. Daarom vestigde hij in 26 augustus 1924 de Türkiye İş Bankası (Zakenbank) en de Türkiye Sanayi ve Maadin Bankası (Industrie en mijnenbank). Hij benoemde Celal Bayar tot directeur van de Türkiye İş Bankası. In 1926 werden de voorbereidingen getroffen voor de oprichting van een centrale bank, genaamd Merkez bank, die de rol van staatsbank kon overnemen van de Ottomaanse bank. De Merkez bank werd uiteindelijk opgericht op 3 oktober 1931.

Atatürk ondersteunde de vestiging van een automobielindustrie. In 1923 werd de Turkse Automobiel Associatie opgericht. In 1925 werd de tabaksmonopolie door de staat uitgekocht van buitenlanders. Deze werd een staatsmonopolie, waaraan later andere sectoren werden toegevoegd zoals alcohol, suiker, lucifers en explosieven. Veel havens werden geregeld door buitenlanders. De havens werden genationaliseerd in 1926 en als resultaat begon zich de Turkse scheepvaart te ontwikkelen. Als toevoeging werd er in 1926 een vliegtuigfabriek gevestigd in de stad Kayseri, wat het begin betekende van de Turkse vliegtuigenindustrie. Atatürk benoemde zijn adjudant Cevat Abbas Gürer tot directeur van de vliegtuigfabriek. In 1933 werd Turkish Airlines opgericht. Volgens Atatürk zouden vliegtuigen een steeds belangrijkere rol spelen in de wereld en zou Turkije achterlopen als het niet meedeed aan de vliegtuigindustrie. Een bekende uitspraak van Atatürk hierover is: "De toekomst ligt in de lucht" ("İstikbal göklerdedir").

In 1930 barstte een wereldwijde economische crisis uit, bekend als de Grote Depressie. De economische crisis trof ook Turkije en vernietigde de markt voor de Turkse landbouw. Het enig pluspunt voor Turkije was dat de capitulaties een jaar eerder definitief afgeschaft waren. Het was toen dat de Turkse regering de beslissing nam om een beleid van uitsluitend economisch etatisme oftewel staatsinterventie te voeren. Men geloofde dat dat beleid de Turkse economie uit het slop zou trekken, waarbij de staat zich vooral op de industrie zou richten. Als voorbeeld nam men de Sovjet-Unie, wiens economie weinig door de wereldwijde economische crisis aangetast was door haar plangeleide economisch beleid. Binnen de Turkse leiding waren er twee strijdige stromingen. De ene geleid door premier İsmet İnönü zag het etatisme als een betere permanente oplossing voor de economie. De andere geleid door Celal Bayar, directeur Türkiye İş Bankası, zag etatisme als een tijdelijk noodzakelijke oplossing, totdat de Turkse economie rijp genoeg was om over te gaan op een vrije markteconomie. De frictie tussen beide groepen werd verergerd doordat er nu eenmaal weinig investeringsmogelijkheden waren. Het conflict werd opgelost toen Atatürk in 1932 Celal Bayar benoemde tot minister van economische zaken, waardoor de coördinatie van het economisch beleid verzekerd was. Toen Atatürk in 1937 İsmet İnönü als premier verving door Celal Bayar, werd er onder Celal Bayar een meer liberale koers gevoerd voor de economie.

Atatürk leende in 1933 geld van de Sovjet-Unie ter waarde van 8 miljoen Turkse lira's. Met het geleende geld werden er door de overheid gesubsidieerde holdings opgericht om de industrie te stimuleren, zoals Sümerbank voor de industrie en Etibank voor de mijnbouw. Een Russische delegatie bezocht Turkije in 1933 gaf de Turkse regering economisch advies. Het stelde voor een vijfjarenplan op te stellen en zich te concentreren op de sectoren textiel, ijzer, papier, cement en chemicaliën. Turkije volgde dit advies op en stelde het eerste vijfjarenplan op voor de jaren 1934-1938. Het vijfjarenplan bleek succesvol en vanaf de tweede helft van de jaren 30 wist Turkije zich uit de economische crisis te trekken. Na de dood van Atatürk en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 zou het weer slechter gaan met de Turkse economie, ondanks dat Turkije neutraal bleef in de Tweede Wereldoorlog.

Buitenlandse relaties[bewerken | brontekst bewerken]

Bezoek van Eleftherios Venizelos aan Ankara in oktober 1930. Eleftherios Venizelos op tweede van links, Atatürk in het midden
Balkantop in 1938 in Ankara. Vanuit links: Atatürk, Milan Stojadinović van Joegoslavië, Ioannis Metaxas van Griekenland, Nicolae Petrescu-Comnen van Roemenië.

In het buitenlands beleid hanteerde Atatürk zijn motto: "Vrede in het land, vrede in de wereld" ("Yurtta sulh, cihanda sulh").[29] Deelname aan oorlogen hadden het land alleen maar ellende gebracht en Atatürk wou dit niet meer. Daarom ging hij geen militaire operaties aan in het buitenland. Atatürk wou zich allereerst concentreren op het moderniseren van Turkije. Buitenlandse issues zouden worden opgelost door vreedzame methoden tijdens zijn presidentschap. Ditzelfde beleid zou worden voortgezet door zijn opvolger İsmet İnönü en dit zou leiden tot het niet deelnemen van Turkije aan de Tweede Wereldoorlog.

Apart van het vredesverdrag van Lausanne werd er tussen Atatürk en de Griekse premier Eleftherios Venizelos afgesproken, dat er een bevolkingsuitwisseling tussen Turkije en Griekenland zou plaatsvinden. Deze overeenkomst trad op 1 mei 1923 in werking. In totaal werden zo'n twee miljoen mensen gedwongen te verhuizen, ongeveer 1,5 miljoen Grieken en 0,5 miljoen Turken. Beide landen kregen toen in korte tijd te maken met een grote instroom van vluchtelingen, waarvan de opvang niet altijd even gemakkelijk was. In de jaren daarna werkte Atatürk samen met de Griekse premier Eleftherios Venizelos aan de verdere normalisatie van de relaties tussen Griekenland en Turkije. Dit leidde in 30 oktober 1930 tot het ondertekenen van het vriendschapsverdrag tussen Griekenland en Turkije.

Na het vredesverdrag van Lausanne ontstond er een territoriaal geschil tussen Turkije en Engeland over de regio Mosoel. Volgens Turkije had Engeland dit gebied op een illegale wijze verkregen na de wapenstilstand van Mudros. Mosoel was erg gewild tussen beide landen, omdat het vermoeden bestond, dat er olie in de grond zat. Het conflict werd voorgelegd aan de Volkenbond, waarna die in 1925 het gebied aan Engeland toewees. In 5 juni 1926 ondertekende Atatürk samen met Engeland en Irak het verdrag van Ankara, waarbij Turkije formeel afstand deed van Mosoel in ruil voor een financiële compensatie van 700.000 Engelse ponden door Engeland. Kort daarna werd olie gevonden in Mosoel.

Het aan de macht komen van de fascisten in Italië onder leiding van Benito Mussolini verontruste Atatürk, met name de expansionistische ambities van Mussolini richting de Balkan, de Middellandse zee en Turkije. Italië was na de Italiaans-Turkse Oorlog in het bezit gekomen van de Dodekanesos eilanden, gelegen vlak voor de zuidwestkust van Turkije. Mussolini liet geregeld aan de Turkse regering horen, dat Italië nog steeds de zuidwestkust van Turkije wilde, zoals overeengekomen was in het verdrag van Sèvres. Turkije had dit verdrag echter nooit geratificeerd. Om tegenwicht te bieden aan Mussolini deed Atatürk een voorstel aan de Balkanlanden om tot een overeenkomst te komen. Na lang diplomatiek overleg werd in 9 februari 1934 het Balkan-pact gesloten, welke ondertekend werd door Griekenland, Joegoslavië, Roemenië en Turkije. In het Balkan-pact werd afgesproken de geopolitieke status quo in de Balkan te handhaven en af te zien van territoriale claims tussen de Balkanlanden onderling, om zodoende zorg te dragen voor de vrede en stabiliteit in de regio. Atatürks inspanningen om de vrede te bewaren in de Balkan maakten dusdanig veel indruk op Eleftherios Venizelos, dat hij in 1934 Atatürk nomineerde voor de Nobelprijs voor de Vrede.[30] Het Balkan-pact zou later eindigen met de invasie van Joegoslavië door de asmogendheden in 1941.

De relaties tussen Turkije en de Sovjet-Unie waren tijdens Atatürks presidentschap goed te noemen. Sovjet-Unie had tijdens de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog Atatürk met wapens en goud ondersteunt. Nog voor Turkije en de Sovjet-Unie waren gevestigd, was al een vriendschapsverdrag ondertekend door Vladimir Lenin en Atatürk in 16 maart 1921. De betrekkingen tussen de twee landen waren vriendschappelijk, maar waren gebaseerd op het feit dat ze tegen een gemeenschappelijke vijand waren: Groot-Brittannië en Frankrijk. De Sovjet-Unie zag Turkije onder Atatürk als een potentieel land, dat over zou kunnen gaan op het communisme. Atatürk speelde daar wel op in, maar in werkelijkheid was Atatürk niet van plan om over te gaan op het communisme. In 1929 nam Turkije de verbannen Leon Trotski over van de Sovjet-Unie. Turkije plaatste hem op het eiland Büyükada in de zee van Marmara, waar hij een tijd zou verblijven.

Vanaf de tweede helft van de jaren 30 begon de relatie met Engeland en Frankrijk zienderogen te verbeteren. De reden hiervoor was de opkomst van nazi-Duitsland en het fascistische Italië. Dit dreef zowel Turkije als Engeland en Frankrijk naar elkaar toe, tot ongenoegen van de Sovjet-Unie. Sinds het vredesverdrag van Sèvres van 1921 waren de zeestraten Bosporus en Dardanellen met de beide oevers gedemilitariseerd en tot internationaal territorium verklaard. De situatie was daar na het verdrag van Lausanne van 1923 niet anders. De zeestraten stonden onder toezicht van een internationale commissie, waarin alle grote mogendheden waren vertegenwoordigd, evenals Griekenland en de landen van de Zwarte Zee, maar niet Turkije zelf. Turkije kreeg pas een vertegenwoordiger in de commissie toen het in 1932 tot de Volkenbond werd toegelaten. In april 1936 vroeg de Turkse regering om teruggave van de zeestraten. Gezien de oplopende spanningen met Duitsland en Italië werd dit verzoek toegewezen door Engeland en Frankrijk, om zo te bewerkstelligen dat Turkije niet voor de kant van Duitsland zou kiezen. In het daarop gesloten verdrag van Montreux van 20 juli 1936 werd bepaald, dat Turkije de soevereiniteit over het gebied terugkreeg in ruil voor een gegarandeerde vrije doorvaart.

Syrië was sinds de afsplitsing van het Ottomaanse rijk na de Eerste Wereldoorlog een maandaatgebied van Frankrijk geworden, bekend als Frans Mandaat Syrië. Omdat er veel Turken in sandjak Alexandretta van Frans Mandaat Syrië woonden, had deze sandjak een speciale status gekregen. Toen de nieuw gekozen leiding in 1936 naar een onafhankelijk Syrië begon te steven met aansluiting van het gebied daarbij, leidde dit tot protest van de daar wonende Turken, waarbij rellen uitbraken tussen de Turkse en Arabische bevolking. Atatürk legde dit conflict voor aan de Volkenbond, met het verzoek dit gebied toe te voegen bij Turkije, wegens de grote Turkse bevolking in het gebied. Namens de Volkenbond stelden de vertegenwoordigers van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, België en Turkije een grondwet voor sandjak Alexandretta op, die het als een autonome sanjak binnen Syrië vestigde. Ondanks enig etnisch geweld werden er in 1938 verkiezingen gehouden door de plaatselijke wetgevende vergadering en werd de republiek Hatay uitgeroepen, die een jaar later besloot zich aan te sluiten bij Turkije.[31]

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Als leider van de nationale beweging 1919-1923 werd hij door de geallieerden en de nationaal bekende Istanbulse journalist Ali Kemal (1869 - 1922) beschreven als "overvaller", Lord Balfour (1848 - 1930) noemde hem in dit verband de "verschrikkelijkste van alle verschrikkelijke Turken" (most terrible of all the terrible Turks).[32] De Britse officier Harold Courtenay Armstrong (1892 - 1943), die tijdens de geallieerde bezetting van Istanbul diende als militair attaché-assistent, publiceerde in 1932 een uiterst kritisch boek over Atatürk met de titel Grey Wolf: Mustafa Kemal – An Intimate Study of a Dictator.[33]

Dat Atatürk Turkije veranderde in een seculiere staat leidde behalve tot instemming ook tot kritische geluiden. Zo was de conservatieve islamitische geestelijkheid het helemaal niet eens met de afschaffing van het kalifaat en de scheiding tussen religie en staat. Ook een aantal leden van het TBMM (Turks parlement) waren het hiermee niet eens. Atatürks 'wereldse', op het Westen stoelende, leefwijze oogstte eveneens kritiek. Hij was een liefhebber van wijn, raki en andere alcoholische dranken, hetgeen volgens velen niet in overeenstemming met de islam is.

Hij wordt ook bekritiseerd vanwege zijn autoritarisme.[34][35] Ook het uitgesproken Turkse nationalisme dat hij – evenals de nationaal-liberale Jonge Turken – voorstond en waarvan niet-Turkse bevolkingsgroepen in Klein-Azië en Anatolië zoals Grieken, Koerden, Assyriërs, Arameeërs en Armeniërs het slachtoffer werden, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Vele minderheden zijn als gevolg van zijn nationalistische ideologie onderdrukt. Dit Turks nationalisme en het streven naar een homogene culturele staat Turkije – zoals door Atatürk voorgestaan – zou ook na zijn regering slepende conflicten veroorzaken.[36][37][38][39] De Koerden werden behandeld als tweederangsburgers; werden "bergturken" genoemd;[40] aan hen werd verboden het Koerdisch te spreken; en ze mochten zichzelf niet Koerdisch noemen.[41][42] In het Verdrag van Lausanne werden de Armeniërs, Grieken, Joden en later ook Bulgaren erkend als etnische minderheden in Turkije, echter zowel de Arameeërs als de Koerden werden niet erkend en beschouwd als Turken. Vervolgens moesten de niet-erkende minderheden op bevel van Atatürk verplicht een Turkse achternaam aannemen.[43]

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Hij stierf op 10 november 1938 op 57-jarige leeftijd in het Dolmabahçepaleis te Istanbul.[44] De klok in de kamer waar Atatürk stierf, werd vastgezet op 9:05 uur, de tijd van zijn overlijden. Atatürk stierf aan levercirrose, te wijten aan zijn jarenlange alcoholgebruik.

Na de dood van Atatürk was het land in rouw gedompeld. Zijn lichaam werd in een massale rouwstoet van Istanbul naar Ankara vervoerd en daar tijdelijk te ruste gelegd in het Etnografisch Museum. Hij werd opgevolgd als president door zijn oude premier İsmet İnönü.[45] Atatürk liet in zijn testament al zijn persoonlijke bezittingen na aan de Turkse staat. In 1953 werd een mausoleum gebouwd en geopend in Ankara, waar het graf van Atatürk naartoe werd verplaatst. Het iconisch mausoleum van Atatürk is omgeven door een park genaamd Barış Parkı (Vredespark) ter ere van zijn beroemde uitdrukking "Vrede in het land, vrede in de wereld" ("Yurtta sulh, cihanda sulh").

Nagedachtenis en erfenis[bewerken | brontekst bewerken]

Bezoekers van het Anıtkabir mausoleum te Ankara bidden voor Atatürk

Het Turkse leger nam zijn dood de taak op zich de gevestigde principes van de Turkse republiek, zoals ingesteld door Atatürk, te bewaken, met name die van het secularisme. Het leger zou ingrijpen wanneer die principes naar hun mening in gevaar kwamen. In de vijftien jaar dat hij aan de macht was, wist Atatürk een enorme invloed uit te oefenen op het politieke, sociale en economische leven in Turkije, welke invloed nog decennialang voort zou duren. Zijn pogingen tot modernisatie bereikten echter veelal de bovenlaag van de samenleving, met name in de grote steden. Op het platteland waren zijn sociale hervormingen minder zichtbaar, waar de conservatieve en religieuze opvattingen nog lange tijd de boventoon zouden voeren. Op het platteland zag men Atatürk voornamelijk als redder van de natie.

In Turkije staan in bijna elke stad standbeelden en bustes van Atatürk. Portretten van hem hangen in alle overheidsgebouwen. Atatürks portret staat op de nationale munteenheid, de Turkse lira. Vele plaatsnamen in Turkije zijn naar hem genoemd. Ook bij verschillende landen over de hele wereld zijn er straten naar hem genoemd. Elk jaar op zijn sterfdag loeien in Turkije de sirenes en wordt er een minuut stilte gehouden voor Atatürk. Officieel wordt Atatürk elk jaar op 19 mei herdacht. Die dag wordt tevens het Jeugd- en sportfeest gehouden. Veel sportfestiviteiten worden dan georganiseerd door scholen in het land. Op belangrijke feestdagen komt de Turkse regering samen op het mausoleum van Atatürk en plaatsen een krans op zijn graf. Wanneer buitenlandse leiders een officieel bezoek aan Turkije brengen, bezoeken ze ten eerste het graf van Atatürk, voordat ze de premier of president te spreken krijgen.

In 1981 werd de honderdste verjaardag van Atatürk geëerd door de VN en UNESCO door dat jaar uit te roepen tot het "Atatürk-jaar van de wereld" en een internationaal symposium over Atatürk in Parijs te organiseren. Een resolutie werd door de VN en UNESCO aangenomen, waarin Atatürk werd beschreven als "een uitzonderlijk hervormer op de gebieden, welke thans ook door de Unesco worden nagestreefd" en "een leider van de eerste strijd tegen het kolonialisme en imperialisme" en "een opmerkelijke promotor van het gevoel van begrip tussen volkeren en duurzame vrede tussen de naties van de wereld, die zijn hele leven werkte aan de ontwikkeling van harmonie en samenwerking tussen volkeren zonder onderscheid".[46][47]

Belangrijke maatschappelijke hervormingen[bewerken | brontekst bewerken]

Toen in 1928 het latijnse schrift voor de Turkse taal ingevoerd zou worden, ging Atatürk met schoolbord en krijt het land in en gaf het volk enkele demonstraties van het nieuwe Turkse alfabet.

Let op: sommige hervormingen van Atatürk kunnen door voorstanders als positief gezien worden en door tegenstanders als negatief

  • Hij schafte het sultanaat af en voerde de republiek in.
  • De economische voorrechten die aan buitenlanders werden gegeven, werden afgeschaft en hun productievoertuigen en spoorwegen werden genationaliseerd.
  • De Turkse Staatsspoorwegen, de Turkish Airlines, de Algemene Directie van Mineraal Onderzoek en Exploratie, de Hıfzıssıhha Enstitüsü, de Türkkuşu, de Sümerbank, de Etibank, de Turkse Onderwijsvereniging, de Turkse Historische Vereniging, de Turkse Taalvereniging en vele andere instellingen werden opgericht.
  • Het onderwijs kwam onder controle van de Turkse regering. Seculier en wetenschappelijk onderwijs was essentieel. Scholen van buitenlanders werden onder staatstoezicht genomen.
  • De zware belastingen die de dorpelingen moeten betalen, zijn verlaagd.
  • De islamitische kalender werd veranderd naar de gregoriaanse kalender.
  • Hij schafte de sharia af en voerde de scheiding tussen religie en staat in.
  • Hij verbood polygamie.
  • De hoofdstad werd van Istanboel naar Ankara verplaatst.
  • Turks theater werd ondersteund. Voor het eerst werden Turkse opera's opgevoerd.
  • Hij ondersteunde de ontwikkeling van schilder- en beeldhouwkunst.
  • De Arabische cijfers (٣ ,٢ ,١,...) werden veranderd naar Europese cijfers (1, 2, 3,...).
  • Hij veranderde het Arabische schrift waarmee het Turks werd geschreven naar het Latijns schrift.
  • Er werd onderwijsmobilisatie opgestart om de mensen geletterd te maken.
  • Turkse vrouwen kregen gelijke burgerrechten en politieke rechten. Vrouwen werden aangemoedigd om in "mannenberoepen" te werken. Vrouwen kregen stemrecht in 1930. Bij de Turkse parlementsverkiezing van 1935 werden 18 vrouwen verkozen tot het parlement.
  • Het dragen van moderne westerse kleren werd aangemoedigd. Voor vrouwen werd het dragen van een hoofddoek nadrukkelijk afgeraden maar niet verboden.
  • De Volkshuizen (Halkevleri) werden opgericht om de mensen te verlichten en de invloed van de conservatieve kringen te verminderen. Er werden gratis cursussen aangeboden over de onderwerpen literatuur, drama, muziek, schone kunsten, spreken en schrijven, evenals handwerk en maatwerk. Mensen en volksliederen werden onderzocht. De Volkshuizen hadden ook bibliotheken en leeszalen.
  • Er werd een Turkicisatiebeleid gevoerd, waarbij werd getracht een homogene en verenigde natie te creëren. Niet-Turkse minderheden (Koerden, Arabieren, Assyriërs, Grieken, enz.) werden onder druk gezet om Turks in het openbaar te spreken, niet-Turkse toponiemen en achternamen van minderheden moesten worden gewijzigd in Turkse vertolkingen.
  • Hij gaf de islamitische geleerde Muhammed Hamdi Yazır de opdracht om de Koran in het Turks te vertalen. Deze gepubliceerde vertaling wordt beschouwd als een van de beste Koranvertalingen in het Turks.
  • Er werd besloten om bepaalde delen van de islamitische eredienst in het Turks te maken, in het Turks te prediken (khutbah) en de azan in het Turks te reciteren. Tegenwoordig zijn er alleen predikingen in het Turks.
  • Voor het eerst werden op radio's religieuze uitzendingen in de Turkse taal gemaakt.
  • De Hagia Sophia werd omgebouwd van een moskee tot een museum.

Privéleven[bewerken | brontekst bewerken]

Mustafa Kemal Atatürk was tussen 1923 en 1925 gehuwd met Latife Uşşaki. Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort. Na zijn huwelijk adopteerde hij zeven dochters en een zoon: Sabiha (Gökçen), Rukiye, Zehra, Afet (İnan), Fikriye, Ülkü (Adatepe), Nebile en Mustafa. Sabiha Gökçen was de eerste luchtvaartpionier van Turkije en 's werelds eerste vrouwelijke gevechtspiloot.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • De (voormalige) belangrijkste luchthaven in Turkije is naar hem vernoemd: Atatürk Airport (Turks: İstanbul Atatürk Havalimanı). Luchthaven Istanboel Sabiha Gökçen, de tweede belangrijkste luchthaven, is vernoemd naar de eerste vrouwelijke piloot van Turkije, die ook een geadopteerde dochter van Atatürk is.
  • Tijdens zijn schooljaren blonk Atatürk uit in de wiskunde. Atatürk was dermate enthousiast over dit vak, dat hij tijdens zijn presidentschap speciaal voor middelbare scholieren een boek schreef over meetkunde met de titel Geometri en dit publiceerde in 1937. Hij wou hiermee een geheel eigen bijdrage leveren aan de verbetering van het wiskundeonderwijs in Turkije.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Mustafa Kemal Atatürk op Wikimedia Commons.