August Beernaert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

August Beernaert (Oostende, 26 juli 1829 - Luzern, 6 oktober 1912) was een Belgisch katholiek politicus en mensenrechtenactivist.

Auguste Marie François Beernaert maakte carrière als jurist. Als minister van Openbare Werken (1873-1878) zorgde hij voor een aanzienlijke uitbreiding van het Belgisch spoorwegnet en een verdere uitbouw van de Antwerpse haven. Hij was de leider van de oppositie tussen 1878 en 1884.

Na een periode van enkele maanden in 1884 als minister van Openbare Werken was hij tien jaar lang (1884-1894) eerste minister van België. In die periode werden de eerste initiatieven in de sociale wetgeving genomen om arbeiders te beschermen. Het stemrecht werd uitgebreid.

De vrijstaat Congo werd, met zijn steun, opgericht in 1885.

In 1894 werd hij minister van Staat. Hij was Kamervoorzitter van 1895 tot 1900.

Ook nadien bleef Beernaert zich inzetten om de slavernij af te schaffen en bleef hij de uitbuiting van Congo hekelen, wat hem in onmin bracht met koning Leopold II. Hij vertegenwoordigde België tijdens de Internationale Vredeconferenties (1899 en 1907) in Den Haag. Hij was één van de belangrijkste pacifisten van zijn tijd.

In 1909 won hij, samen met Paul Henri Balluet d'Estournelles de Constant de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn ijver om arbitrage toe te passen om internationale geschillen op te lossen en voor zijn strijd tegen de slavernij en de plundering van Congo.

Buste van Auguste Beernaert door Louis Mascré  (1871-1929)
Buste van Auguste Beernaert door Louis Mascré (1871-1929)
Belgische premiers
Voorganger:

Jules Malou

Regering-Beernaert (1884-1894) Opvolger:

Jules de Burlet

Voorganger:
François Moncheur
Minister van Openbare Werken
1873-1878
Opvolger:
Charles Sainctelette
Voorganger:
nieuw
Minister van Landbouw en Nijverheid
1884
Opvolger:
Alphonse de Moreau
Voorganger:
Xavier Olin
Minister van Openbare Werken
1884
Opvolger:
Alphonse de Moreau
Voorganger:
Jules Malou
Minister van Financiën
1884-1894
Opvolger:
Paul de Smet de Naeyer
 
Persoonlijke instellingen