Lijst van verschillen tussen het Nederlands in Nederland, Suriname en Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

   Iemand vindt dat dit artikel, of een gedeelte daarvan, samengevoegd zou moeten worden met [[Lijst verschillen Belgisch Nederlandse - Algemeen Nederlandse woorden]], of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt  (hier melden).

   Iemand vindt dat dit artikel, of een gedeelte daarvan, samengevoegd zou moeten worden met Lijst van Belgisch-Nederlandse woorden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt  (hier melden).

Dit is een lijst van verschillen tussen het Nederlands in Nederland, Suriname en Vlaanderen.

Het bewaken en beschrijven van het Standaardnederlands is door de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid toevertrouwd aan de Nederlandse Taalunie. De Taalunie publiceert werken waarin het taalsysteem is beschreven en regels zijn vastgelegd. (inclusief de in onbruik geraakte : miljoenen woorden). Ondanks de grote overeenkomsten tussen het noorden en het zuiden van het taalgebied zijn er onvermijdelijk enkele verschillen. De onderstaande lijst van verschillen is onvolledig.

Inhoud

[bewerken] Woordenschat

[bewerken] Verschillende woorden

Vlaanderen Nederland Suriname
ajuin ui (in Noord-Brabant: juin)
bankkaart pinpas
(batterij (auto)) accu
beiaard carillon
bijhouden bewaren
brugpensioen VUT
constatatie constatering
deur is los deur is open (In Nedersaksische dialecten: beide)
doorgaan er vandoor gaan
er was geen kat (op de weg) er was geen hond/kip (op de weg)
fauna en flora flora en fauna
foto trekken foto maken foto nemen
frieten patat (in Limburg en Noord-Brabant: Friet)
frituur frietkraam, friettent (in Limburg: frituur)
fruitsap/appelsiensap sinaasappelsap /jus d'orange
garagepoort garagedeur
ge hebt het (zwaar) zitten(dialect) je hebt pech
geld opdoen geld uitgeven geld bossen
gevang gevangenis / huis van bewaring cellenhuis
gij/ge (specifiek Brabantse dialecten) jij/je/u
graven graven dieken
glaswolvezel glasvezelwol
GSM mobieltje cell
gum vlakgum veger
iets in de mot hebben iets in de smiezen hebben
Ik zie je graag (in de spreektaal: Ik zie u graag) Ik hou van je
Ik vraag het aan Ik wil verkering met Ik wil met je gaan
klierkoorts ziekte van Pfeiffer
kozijn (informeel) neef (zoon van tante of oom)
ma en pa pa en ma
microgolf(oven) magnetron microwave
mijn frank is gevallen het kwartje is gevallen
mobilhome camper
mortel specie (in Noord-Brabant: beide)
muskaatnoot nootmuskaat
nagel spijker (in Noord-Brabant, Limburg: beide)
nonkel oom
oma en opa opa en oma
onbeleefd onbeleefd vrijpostig
op verplaatsing spelen (sporten) uit spelen
open deur open huis
paar en onpaar even en oneven (in Noord-Brabant: beide)
perte-total total loss
protonkaart chipknip
rijkswacht marechaussee (in Noord-Brabant: beide) militaire politie
schuif la (Noord-Brabant: beide)
scheet scheet puf
schepen wethouder
schoonbroer zwager (in Noord-Brabant, Limburg: beide)
schoonzus schoonzus zwageres
schrijnwerker timmerman
siroop siroop, stroop stroop
sportsloef gympen patta
stel koppel (in Noord-Brabant, Limburg: stel) concubine
syndicaat vakbond
syndikeren organiseren (vakbond)
terril steenberg
u (dialect, lijdend of meewerkend voorwerp) jou (Noord-Brabant: beide)
verkeerswisselaar verkeersknooppunt
volzet vol
vuilbak prullenbak (Noord-Brabant: beide, Limburg: prullenbak en vuilnisbak) vuilnisbak
wandelen, lopen lopen, rennen
wetens en willens willens en wetens
wijsheidstand verstandskies
zeker en vast vast en zeker (Noord-Brabant: beide)
zetel bank
zwanzen dollen

[bewerken] Nederlandse woorden, weinig bekend in Vlaanderen

Veel Nederlandse woorden die relatief onbekend zijn in Vlaanderen zijn afkomstig uit het Amsterdamse dialect, met zijn Bargoense en Jiddische invloeden.

Nederland Algemeen Nederlands
akkefietje ruzietje, onenigheid
bajes gevangenis
balen misnoegd zijn
belazeren bedriegen, oplichten
betoeterd gek
beunhaas iemand die zwart en vlug een klus afmaakt
boffen geluk hebben
een bord voor zijn kop hebben zich koppig en hardleers gedragen door negatieve kritiek te negeren
c.q. ofwel
geheid zo goed als zeker
gein grap
gozer kerel
hufter vervelend persoon
ijsco ijsje
insteek invalshoek
inwonertal inwonersaantal, aantal inwoners, bevolking
jatten stelen
jochie jongetje
jokken liegen
lekkerbekje smulpaap, maar ook een visgerecht
mal gek
malloot gek persoon
matsen regelen
mazzel geluk
mesjogge gek
mieters tof
mok kop
mokkel meisje
mokken kniezen, ontstemd zijn maar er niets over zeggen
mollen vernietigen
onwijs zeer
opsodemieteren, oplazeren, opzouten je uit de voeten maken, weggaan
ouwehoeren kletsen
pleite zijn weggaan
prik koolzuurhoudende frisdrank
voor pampus liggen niet in staat zich te bewegen
plee toilet
de pleuris krijgen een erge ziekte krijgen
over de rooie gaan zich niet meer kunnen beheersen, uitbarsten
rotje soort van knalvuurwerk
sjans hebben geflirt worden
slijterij handel in wijn en sterke drank
smeris politieagent
sneu jammer, zielig
snufferd gelaat, neus
s.v.p. a.u.b.
ton naast 1000 kg, ook 100.000 Euro (vroeger 100.000 gulden)
uitdragerij tweedehandswinkel
uitgekakt zijn moe zijn
verpieteren krachteloos worden, te veel gekookt of gebraden worden
verspijkeren aanpassen, veranderen
vla naast vlaai, ook een dikvloeibaar nagerecht
vlaflip bepaald nagerecht
zich te sappel maken zich druk maken, overal problemen zien
zaniken zeuren
zuigen zeuren, irritant doen (to suck)

[bewerken] Vlaamse woorden, weinig bekend in Nederland en Suriname

Vlaanderen Algemeen Nederlands
ad valvas op de informatieborden
ambetant vervelend
ambetanterik vervelend mannetje
ambras heibel
autostrade snelweg
basketters, basketten hoge sportschoenen
baxter (ook in Belgisch Frans) infuus
bucht rommel, slechte kwaliteit
beenhouwer slager
blein blaar
bloemsuiker poedersuiker
bomma oma
bompa opa
bot laars
bottine korte laars
briquet aansteker
brol (ook in Belgisch Frans) rommel
brossen spijbelen
buizen, gebuisd zijn zakken (op school)
cachot (bak, amigo) gevangenis (bajes)
chambrant kozijn
deontologie beroepsethiek
doorgaan naar huis gaan
droogkuis stomerij
duimspijker punaise
emballeren verpakken (om te overtuigen)
foefelen sjoemelen
foert verrek
fondant pure chocolade
fusioneren fuseren
gereserveerd voorbehouden
goesting hebben trek hebben
holebi homo, lesbienne, bi-seksueel
iemand een peer stoven iemand een poets bakken
inhoudstafel inhoudstabel
inwijkeling / uitwijkeling immigrant / emigrant
kemel (schieten) flater, blunder (begaan)
kinesitherapie fysiotherapie
klappen kletsen
kot (ook in Belgisch Frans) hok, studentenkamer
kozijn neef (zoon van tante of oom)
krieken morellen, zure kersen
kuisen poetsen
K-Way (algemeen gekende merknaam) regenjasje
KW (algemeen gekende merknaam) regenjasje
lekstok, likstok lolly
mazout stookolie
metser metselaar
nestels schoenveters
nieuwkuis stomerij
noemen heten
occasie tweedehands (auto), occasion
omslag envelop
onthaal receptie
pagadder kwajongen
pejoratief minachting uitdrukkend
pillamp zaklamp
pillen batterijen
pinkers richtingaanwijzers (van de auto)
placeren plaatsen (een woordje)
plastron stropdas
plat water spa blauw
platte band lekke band
plezant leuk
plooien vouwen
pompier brandweer
prullen niet erg zinvol bezig zijn
rieken ruiken
recto verso dubbelzijdig
refter kantine
rekker snelbinder
rekkertje elastiekje
resem reeks, serie
rond punt rotonde
schotelvod vaatdoek
seffens dadelijk
sergeant (uit fr. 'serre joint') lijmtang
smoutebollen oliebollen
solden opruiming
spuitwater spa rood
sterfput (ook in Belgisch Frans) zinkput
stortbad douche
subiet dadelijk
tas (koffie) kop
talloor soepbord
tut, tutter fopspeen
vallende ster flitser (snelheidscamera)
valling verkoudheid
verbrodden verprutsen
vijgen na Pasen mosterd na de maaltijd
vijs schroef
vuilblik blik (van veger en blik)
zagen zeuren
zetel zitbank
zijn kat sturen niet komen opdagen
zwaantje politieagent op de motor
zwier schommel
zwierder centrifuge

[bewerken] Woorden met een verschillende betekenis

Woord Vlaamse betekenis Nederlandse betekenis
aardig eigenaardig aardig, vriendelijk
doorgaan vertrekken, verdergaan verdergaan
enerverend irritant, ergerlijk opwindend
gerief gereedschap ('gerieflijk' betekent daarentegen wel 'praktisch') gemak, confort
kleedje jurk stoffen bedekking, tapijt
kous elke beenbedekker beenbedekker tot aan de knie of hoger
lopen rennen gaan
middag de periode van 12 tot 13 à 14 uur de periode van 12 tot 18 uur
pan steelpan elke pan
patat aardappel frieten
poep achterwerk ontlasting
poepen vulgair voor vrijen ontlasten, uitscheiden
precies net ('het is precies zomer vandaag') exact ('het kost precies 100 euro')
regelneef regelfanaat handige jongen die alles 'regelt'
rustoord bejaardentehuis begraafplaats
schoon mooi netjes, proper
verlof vakantie (vrije dagen) idem, ook: toestemming
vlieger vliegtuig 1. het object om te vliegeren 2. piloot
zagen idem, ook: zeuren met een zaag bewerken
zeuren vals spelen zaniken

[bewerken] Surinaamse woorden, weinig bekend in Nederland en Vlaanderen

Suriname Algemeen Nederlands
baco verstelbare steeksleutel
bacove banaan
bakkeljauw kabeljauw, stokvis
banaan bak-banaan
bombel rotje, knalvuurkwerk
boulanger aubergine
buitenvrouw maîtresse
djak krik
hosselen Geld verdienen met verschillende klusjes buiten de primaire baan.
houwer kapmes
kweekje pleegkind
muskiet mug
okselmouw tshirt zonder mouwen
patta sportschoen
pinaren arm zijn
schel deurbel
soft fris(drank)
tot bam tot in de late uurtjes

[bewerken] Uitspraak

[bewerken] Medeklinkers

In het Nederlands-Nederlands neigt men ernaar stemhebbende medeklinkers stemloos uit te spreken.

  • z wordt s (voornamelijk in het Amsterdams, bijv. "gesellig")
  • v wordt f (effe in plaats van even)

Typisch is de g die in Vlaanderen en het zuiden van Nederland veel zachter uitgesproken wordt en naar de h neigt, zachte g genoemd.

[bewerken] Klinkers

In het Nederlands-Nederlands (met name in het Haags en Rotterdams) worden sommige klinkers omgevormd tot tweeklanken:

  • ee wordt eej
  • oo wordt oow
  • eu wordt euj

In het Belgisch-Nederlands gebeurt (in bepaalde streken) het omgekeerde; tweeklanken worden afgeplat:

  • ui wordt eu (eerder [œ:]?)
  • ou/au wordt [ʌ:]?
  • ij klinkt zoals de ai in "mayonaise", in het westen als de "i" in "kip", of als de "ie" in "biet"

In het Nederlands-Nederlands wordt veelal de e in woorden als het en er evenals in de voorvoegsels ver-, ten- en ter- zoals de e in gek uitgesproken, terwijl in het Belgisch-Nederlands als een doffe-e (sjwa), bv. verhaal, tentoonstelling, terloops. De a in van het Engels afkomstige woorden, zoals flat, handicap, tram, wordt in het Nederlands-Nederlands zoals de e in gek uitgesproken, in het Vlaams Nederlands zoals de a in bak.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Voetnoten

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken