Nationaalsocialisme
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan. |
| Politieke ideologieën |
|---|
| Dit artikel is een deel van de reeks over politiek |
| Ideologie
|
| Anarchisme |
| Christendemocratie |
| Communisme |
| Communitarisme |
| Conservatisme |
| Fascisme |
| Feminisme |
| Islamisme |
| Liberalisme |
| Libertarisme |
| Nationalisme |
| Nationaalsocialisme |
| Sociaal-liberalisme |
| Sociaaldemocratie |
| Socialisme |
| Portaal politiek |
Het nationaalsocialisme of nazisme is de benaming van een ideologie die rond 1918 in Duitsland ontstond. Meestal wordt het woord specifiek gebruikt voor de ideologie van de Duitse dictatuur van 1933 tot 1945 (het Derde Rijk).
Het nationaalsocialisme kent sterke trekken van het sociaal-darwinisme, wat blijkt uit het feit dat men het 'biologisch bepaald' achtte om sociaal zwakkere elementen in de samenleving te elimineren. Hiermee werd bedoeld: de grootschalige euthanasie van mensen met het syndroom van Down, geestelijk en/of lichamelijk gehandicapten, enzovoort. Men beriep zich hierbij op de natuur waarin het recht van de sterkste overheerst. Om een superras te creëren werden jonge, Arische mannen (dat wil zeggen mannen met 'juiste' lichaamskenmerken zoals blond haar, blauwe ogen en goede verhoudingen) aangemoedigd om bij Arische vrouwen (met dezelfde raskenmerken) kinderen te verwekken in een Lebensbornhuis. Deze mannen waren veelal lid van de SS. De ouders van de kinderen kenden elkaar niet persoonlijk en moesten de kinderen afstaan die vervolgens door de SS werden opgevoed, onderwezen in de nazi-ideologie.
Hoewel Hitler zich meer aangetrokken voelde tot de 'pseudo-wetenschappelijke' kant van het nationaalsocialisme, was Heinrich Himmler, de leider van de SS, geïnteresseerd in mystiek, kruidenleer en paranormale verschijnselen. Uit de SS werden blonde en blauwogige mannen gehaald die bijeenkwamen in een soort erediensten waarin de Germaanse mystiek herleefde. (zie: Jörg Lanz von Liebenfels, Thule)
De dictator Adolf Hitler kwam aan de macht als de leider van de Duitse politieke partij met de naam NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij). Naar het Duitsland in deze periode wordt wel verwezen met de term nazi-Duitsland. Een van de eerste antisemitische acties van dit regime was de Kristallnacht op 9 november 1938.
Nazikopstukken waren: Heinrich Himmler, Reinhard Heydrich, Joseph Goebbels, Alfred Rosenberg, Albert Speer, Hermann Göring, Rudolf Hess, Karl Dönitz, Julius Streicher, Ernst Röhm, Baldur von Schirach, Joachim von Ribbentrop, Ernst Kaltenbrunner, Hans Frank, Wilhelm Frick, Walther Funk, Hjalmar Schacht, Arthur Seyss-Inquart, Alfred Jodl, Martin Bormann, Erich Raeder, Fritz Sauckel, Konstantin von Neurath, Hans Fritzsche, Robert Ley, Gustav Krupp.
Het nationaalsocialisme is sinds de Tweede Wereldoorlog verboden in Duitsland, maar kleine groepen van mensen die de principes van het nationaalsocialisme aanhangen bestaan nog steeds, zowel in Duitsland als daarbuiten. Deze mensen worden neonazi's genoemd. Naast neonazi's bestaat er een gerelateerde groep die het bestaan van de Holocaust en andere historische feiten uit het nationaalsocialisme ontkennen, en over nazi-Duitsland en wat er gedurende die jaren gebeurde uitsluitend positieve geschiedenis schrijven (zie Holocaustontkenning).
Inhoud |
[bewerk] Nationalisme
De nationaal-socialistische leer bevatte uiteraard sterke nationalistische kenmerken. Revisionisme was een element waarop de partij dreef: het Duitse Rijk zou in de Eerste Wereldoorlog door de revolutionairen zijn verraden (dolkstooklegende) en gedwongen zijn een nadelige vrede te accepteren. Dit "onrecht" moest uiteraard ongedaan worden gemaakt volgens de nazi's. De Duitsers moesten afgestane gebieden en hun koloniën terugkrijgen, en het zou afgelopen moeten zijn met de herstelbetalingen en geallieerde bezetting van de westelijke Rijnoever. De nazi's herhaalden voortdurend dat de geallieerden Duitsland opzettelijk beletten in zijn groei en dat het 'zijn plaats onder de zon' werd misgund.
De Duitsers zouden zelfs naar een overheersende rol moeten streven, en iedere Duitssprekende zou door de Duitse staat moeten worden omvat (Heim ins Reich gedachte). Weliswaar zou Duitsland zijn koloniën terug moeten krijgen, maar de echte koloniën van Duitsland zouden zich in Oost-Europa moeten bevinden. Dit Poolse en Russische gebied zou door verovering rijp moeten worden gemaakt voor vestiging van Duitse kolonisten, waarbij de Slavische volkeren een ondergeschikte rol zouden krijgen of zouden worden uitgeroeid.
Ook werd gedweept met oude Duitse tradities, heidense mystiek en waarden, soms teruggaand tot de tijd van de Germanen. Voorbeelden waren fakkeloptochten, Wagner-opera's, het gebruik van eikenloof, en het inrichten van monumenten op bepaalde bijzondere plaatsen. Dit leidde tot het ontstaan van een moderne vorm van heidendom binnen het nationaal-socialisme.
[bewerk] Romantiek
Binnen de nazi-leer was tevens invloed van de romantiek te bespeuren, die tot uiting kwam in een 'terug naar de natuur' ideologie. Duitse kinderen moesten door enige tijd in de natuur te leven worden 'gehard', en in de natuur kon de mens zijn ware wasdom bereiken. Dit kwam tot uiting in de Hitlerjugend, waarvan de leden veel in de natuur bivakkeerden en veel aan lichamelijke oefening en sport deden. De meisjes van de Bund Deutsche Madel volgden een ander programma, maar moesten aansluitend hierop een jaar op het land werken, het Landjahr (dit leidde overigens tot ergernis van veel ouders wel eens tot onverwachte zwangerschappen). De natuur was belangrijk, ook omdat het typische Duitse landschap met middelgebergten en eikenbossen goed paste in de Duits-Germaanse nationalistische en mystieke denkbeelden.
[bewerk] Fascisme
Nationaal-socialisme is sterk door het (Italiaanse) fascisme beïnvloed. Men zou zelfs kunnen stellen dat het nationaal-socialisme (deels) ideologisch schatplichtig hieraan is. Veel elementen uit het (Italiaanse) fascisme kunnen ook in het nationaal-socialisme worden teruggevonden.
Het meest zichtbare voorbeeld was het overnemen van de fascistische groet (Hitlergroet), en andere fascistische elementen. In de nazi-ideologie was tevens het leidersbeginsel verankerd. Dit hield in dat een ondergeschikte een leider onvoorwaardelijke gehoorzaamheid verschuldigd was. Op deze regel bestond slechts 1 uitzondering: een zwakke of slechte leider mocht worden afgezet, zoals leeuwen of wolven te oude of zwakke roedelleiders verstootten. In deze vergelijkingen met de dierenwereld scholen uiteraard eveneens elementen uit de romantiek. Zowel de fascisten als de nazi's wezen de democratie af.
Een ander element binnen het fascisme dat de nazi's met hen gemeenschappelijk hadden was het populisme en het totalitarisme waarop de ideologie dreef. Het volk diende zich in te zetten voor de 'goede zaak', en doordat iedereen dit al dan niet gedwongen deed, legitimeerden de leiders zich. Een van de meest sprekende elementen hierin is das Gesundenes Volksempfinden, een doctrine volgens welke men iemand kan vervolgen zonder proces met een beroep op de publieke opinie.
Het gebruik van geweld werd door de nazi's, evenals door de fascisten, verheerlijkt. Volgens de fascisten was oorlog iets natuurlijk dat bij het leven hoorde en het land sterk maakte. Volgens de nazi's was oorlog bovendien nodig om de 'schande van 1918' ongedaan te maken en Lebensraum te veroveren. Beide groeperingen waren van mening dat het doel de middelen heiligde.
Aanvankelijk hadden de nazi's evenals de fascisten de steun van de Kerk. De kerken schreven gehoorzaamheid aan de staat voor en verkozen een rechtse dictatuur boven het als goddeloos bekende communisme. Uiteindelijk keerden de nazi's zich echter ook tegen de kerken.
Ook stonden de nazi's, net als de fascisten, een traditionele rolverdeling voor en wezen zaken als feminisme en homoseksualiteit af. Seksuele preutsheid werd door de nazi's tot in het bizarre doorgevoerd. Weliswaar moesten er veel baby's komen volgens de nazi's, maar iedere uiting van seksualiteit in het openbaar was taboe. De nazi's sloten bijvoorbeeld alle Berlijnse bordelen en nachtclubs.
Hitler zelf was een persoonlijk bewonderaar van de Italiaanse leider Mussolini, zelfs toen hij in macht Mussolini voorbij was gestreefd.
[bewerk] Rassenleer en antisemitisme
Een groot verschil met het fascisme was dat antisemitisme een integraal onderdeel van de nazileer uitmaakte. Dit antisemitisme werd geïntegreerd in een breder concept, dat van de nationaal-socialistische rassenleer. Dit hield in dat er een soort rangorde van rassen kon worden gemaakt. Deze rassen hadden ieder een verschillende staat van perfectie, waarbij het het recht, nee zelfs de plicht van het meest perfecte ras was de anderen te overheersen en indien nodig zelfs uit te roeien. Uitroeien van minderwaardige rassen en minderwaardige elementen binnen het eigen ras was zelfs noodzakelijk om te voorkomen dat minderwaardigen zich zouden voortplanten en zich met het eigen ras zouden vermengen om het te 'bevuilen'. Als 'minderwaardige elementen binnen het eigen ras' werden onder meer homoseksuelen, politiek andersdenkenden, vrijmetselaars en gehandicapten gezien. Deze ideologie werd onder de naam "rassenleer" een verplicht vak op scholen.
Uiteraard was het Arische ras het meest perfecte ras. Dit omvatte in de ogen van de nazi's alle Duitsers en verwante Germaanse volkeren (Nederlanders, Scandinaviërs, Zwitsers, Engelsen). Daarnaast werden ook de Italianen een bijzondere status toegekend wegens hun verwante ideologie. Kroaten, Japanners en bepaalde personen kregen om politieke redenen de status van ere-Ariër. Fransen, Spanjaarden, Portugezen en Grieken werden gezien als weliswaar Europees maar minderwaardig aan de Germaanse volkeren. Volgens Hitler lieten de Fransen zich zelfs zodanig 'bevuilen' door vermenging met zwarten uit hun koloniën, dat Frankrijk in feite 'een Afrikaanse staat in Europa was, reikend van de Congo tot de Rijn'. Slavische volkeren, het mongoloïde en het negroïde ras waren, evenals Amerikaanse indianen en de volkeren van Centraal-Azië, minderwaardig in de ogen van de nazi's. Zij waren hooguit geschikt om hard te werken en zouden in de verre toekomst uitgeroeid moeten worden. Ook hier werden overigens om politieke redenen uitzonderingen op gemaakt, want Slavische staten als Slowakije en Bulgarije streden wel aan de zijde van de As. Binnen deze groep waren de Russen het 'laagst', omdat zij niet slechts 'minderwaardig' zouden zijn, maar eveneens het communisme hadden omhelsd. Krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie kregen dan ook een extra zware behandeling.
Onderaan deze merkwaardige lijst stonden de joden. Zij zouden 'minderwaardig' zijn, maar desalniettemin de Duitsers en andere volkeren trachten te overheersen en te 'bevuilen' door hun vrouwen te bevroeden. Ze kregen de schuld van alles wat verkeerd was, en zouden achter allerlei kwaadaardige complotten zitten. Joden werden gezien als 'bacillen' en vergeleken met ziekten als tyfus en cholera die men op nietsontziende wijze uit moest roeien.
Dit racistische luik van het nationaal-socialisme was ideologisch schatplichtig aan kleinere groeperingen die eind 19e eeuw in Oostenrijk-Hongarije waren ontstaan. Deze groeperingen voelden zich bedreigd door het toenemend Slavisch nationalisme en verweet dat joodse fabrieksbazen Slavische arbeiders in dienst namen waardoor Duitssprekenden een minderheid werden in steden als Praag. Veel nazi's geloofden niet in deze denkbeelden maar namen het wel voor lief. Toch was dit onderdeel van de nazi-ideologie dat wat ten grondslag lag aan een van de grootste genociden in de geschiedenis.
[bewerk] Nationaalsocialisme als vorm van socialisme
De opvattingen over hoeverre het nationaalsocialisme een deels nationalistische en een deels socialistische stroming was, lopen ver uiteen. Verschillende schrijvers (o.a. economen uit de Oostenrijkse School) benadrukken dat de nazi’s antikapitalistisch waren, een keynesiaanse economische politiek en een grote verzorgingsstaat voorstonden, en derhalve op het economische vlak een socialistische politiek kenden. Hitler zelf stelde in een toespraak in 1922 dat het nationale en het socialistische bij elkaar hoorden. Volgens hem was het beginsel van de klassenstrijd toepasbaar op een rassenstrijd; in plaats van een strijd tussen onderworpen en heersende klassen, zou er volgens hem een nationale strijd gaande zijn tussen het onderworpen Duitse volk en het zogenaamd heersende Jodendom. Het zogeheten ‘wereldjodendom’ zou volgens de nazi’s de Duitsers willen overheersen via zowel het bolsjewisme (revolutionaire communisme) en het kapitalisme.
Verscheidene andere schrijvers en hedendaagse socialisten ontkennen echter ten stelligste dat het nationaalsocialisme een deels socialistische stroming is, omdat volgens hen de rassenstrijd een totaal verkeerde uitleg is van het begrip klassenstrijd, en het doel van de nazi’s niet was om het kapitaal eerlijker te verdelen, maar om het Jodendom en andere niet-Duitse groepen uit te roeien of te onderwerpen en het Duitse volk van meer Lebensraum te voorzien. Volgens hen was het socialisme in het begrip 'nationaalsocialisme' louter populistisch om een brede aanhang te krijgen onder het Duitse volk, maar hadden de nazi's vooral een eigen agenda die weinig met het socialisme te maken had. Otto Strasser plaatste in Der Nationale Sozialist van 4 juli 1930 dan ook een oproep aan alle socialisten om de NSDAP te verlaten. [1]
Binnen het nationaalsocialisme bestond aanvankelijk een "linkse" vleugel, vertegenwoordigd door Ernst Röhm, die een vorm van socialisme beperkt tot het Duitse volk voorstond. De achterban van deze vleugel werd gevormd door de arbeiders en veteranen die last hadden van de hoge werkloosheid, en de SA-mannen die vaak uit deze groep afkomstig waren. Deze werd echter in de Nacht van de Lange Messen (1934) geëlimineerd.
[bewerk] Schrijfwijze
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten Nederlandse nationaalsocialisten de twee varianten nationaal-socialisme en nationaalsocialisme naast elkaar. Beide termen betekenden echter iets anders. De term nationaal-socialisme was in gebruik in kringen van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland van Mussert en de zijnen, terwijl de term nationaalsocialisme in zwang was in de kringen van de Nederlandsche SS van Feldmeijer en de zijnen. In de 'burgerlijke' NSB-sferen schreef men nationaal-socialist en nationaal-socialistisch, terwijl men in het andere, meer 'radicale' SS-kamp, de termen nationaalsocialist en nationaalsocialistisch schreef. Dit was destijds een bewuste keuze, onder meer blijkend uit het volgende citaat:
- Het gaat nu niet meer om Duitschland of een ander land, het gaat kortweg om onze heele cultuur, om het eròp of eronder van ons ras, van de Grootgermaansche wereld. In overeenstemming hiermede heeft het Germaansche bewustzijn, de Noordras-hernieuwing, zich ontwikkeld van een nationale revolutie, van 'nationaal'-'socialisme' tot 'nationaalsocialisme', tot de vólksche revolutie van allen, die Germaansch bloed in de aderen hebben en daardoor de ziel van het Noordras in zich dragen.[2]
[bewerk] Noten
- ^ Otto Strassers Die Sozialisten verlassen die NSDAP zoals geplaatst in "Der Nationale Sozialist" van 4 juli 1930.
- ^ Storm, 12 december 1941, pagina 1 – geciteerd naar: M.C. van den Toorn: Wij melden u den nieuwen tijd: een beschouwing van het woordgebruik van de Nederlandse nationaal-socialisten. Den Haag, 1991, pagina 58. Zie ook: Leven in tweespalt van George Kettmann, Hilversum 1999, p. 20, noot 10, waarin dit onderwerp eveneens aan de orde wordt gesteld.
[bewerk] Gerelateerde onderwerpen
- Nazi
- Nationaal-Socialistische Beweging (NSB)
- Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
- Nationaalsocialistische Beweging van Chili (MSNCh)
| Zie ook: |
|---|
|
|

