Franse Revolutie
| Geschiedenis van Frankrijk |
|
|
|
Prehistorie Romeinse tijd Middeleeuwen
West-Francië (843-987)
Vroegmoderne Tijd
Moderne Tijd |
|
|
| Portaal Portaal |
De Franse Revolutie was een politieke omwenteling aan het eind van de 18e eeuw waarbij de Franse monarchie werd afgezet en de Eerste Franse Republiek werd opgericht. De macht en de privileges van adel en geestelijkheid werden teruggedrongen, maar dat was vooral ten gunste van de burgerij. Voor het volk verbeterde er dus weinig. De Bestorming van de Bastille wordt beschouwd als het begin van de revolutie, ook al vormde het bijeenroepen van de Staten-Generaal (voor de eerste keer in 175 jaar) de aanleiding hiervoor. Het einde was de staatsgreep van 18 Brumaire. De Franse Revolutie heeft echter blijvende sporen nagelaten in heel Europa.
De constitutionele en ideologische hervormingen gingen gepaard met burgeroorlog en terreur. Ook van buitenaf kwamen er bedreigingen, want de andere absolute vorsten in Europa vreesden dat de revolutionaire ideeën zouden overslaan naar hun landen en bevochten de Republiek daarom (dit waren de Coalitieoorlogen). Door de Slag bij Waterloo konden ze het koningshuis herstellen (de Restauratie). Om die reden wordt de Slag bij Waterloo soms als het einde van de Franse Revolutie gezien, in dat geval wordt de napoleontische tijd ook tot de Franse Revolutie gerekend.
[bewerken] Oorzaken van de Franse Revolutie
Het Ancien Régime [1] had zichzelf gedurende de 18e eeuw steeds verder uitgehold en implodeerde uiteindelijk tijdens verwoede pogingen hervormingen door te voeren, die telkens op hevige tegenstand van de geprivilegieerden stuitten.
De voornaamste grieven van de verschillende standen waren:
- Op sociaal gebied hadden de klassentegenstellingen zich zonder ophouden verscherpt. De burgerij verwierp de vele privileges van de adel en de hogere geestelijkheid; de boeren verzetten zich tegen de feodale rechten, tegen de tienden en andere heffingen ten voordele van de grootgrondbezitters. De eisen van de burgerij kwamen tot uiting in de Cahiers de doléances die de steden in 1789 meegaven aan hun vertegenwoordigers in de Staten-Generaal.
- Ondanks de economische groei van de 18de eeuw bleven bevoorradingscrises en de voortdurende stijging van de voedselprijzen het dagelijks leven van de gewone mensen domineren. Noch de plattelanders (die 85% van de bevolking uitmaakten) noch de stedelijke ambachtslui en arbeiders zagen hun situatie verbeteren.
- Ondertussen had een nieuwe filosofische stroming sinds het midden van de 18de eeuw Frankrijk veroverd. De Verlichting stelde de rationaliteit van de gedachte tegenover de autoriteit van de traditie. Uit de "ideeënstroom" die met deze beweging gepaard ging werd een gepopulariseerde 'revolutionaire' ideologie geboren. De overtuiging dat iets moest veranderen, drong tot steeds bredere kringen door.
- De koning handelde - volgens de adel - niet legitiem: door zijn pogingen om de adellijke voorrechten te verminderen, de rechtspraak en het bestuur te vereenvoudigen, wegen aan te leggen, en de belastingen gelijkmatig te spreiden, had Lodewijk XV zich de vijandschap van de adel en de adellijke Parlementen op de hals gehaald. Vanaf 1750 brak een gevecht los tussen de koning en de adellijke Parlementen - de feitelijke aanloop tot de Revolutie, vrijwel 40 jaar vóór de officiële datum. Chateaubriand noteerde Les patriciens commencèrent la Révolution, les plébéiens l'achevèrent - de edelen begonnen de Revolutie, het gepeupel maakte ze af. Het conflict, met wisselende successen aan beide kanten, resulteerde na 48 jaar, onder Lodewijk XVI in een totale blokkering van het staatsapparaat, de onmogelijkheid om adequaat belastingen te heffen, en een bankroet. De historicus Michel Antoine legt de kiem van dit geleidelijk aanzwellend conflict, dat hij kwalificeert als een juridische staatsgreep, bij de beslissing van de Regent in 1715 om de door Lodewijk XIV gemuilkorfde Parlementen het remonstrantierecht terug te geven.
- De ultieme aanleiding was het financiële bankroet van de Staat vanaf 1787. De staatsschuld van Frankrijk was minder belangrijk dan bv. die van Engeland, maar de koning had niet het gezag adequate belastingen te heffen of nieuwe schulden aan te gaan zonder toestemming van het Parlement. De opeenvolgende koninklijke ministers bedachten steeds krampachtiger oplossingen, maar konden de Parlementen niet omzeilen. Bekwame staatslieden als Jacques Necker en Calonne waren machteloos. Een fiscale hervorming die de tot dan vrijgestelde standen - adel en geestelijkheid - zou doen bijdragen in de kosten van de Staat werd vaker voorgesteld, maar was onrealiseerbaar - wetshervormingen moesten passeren via de adellijke Parlementen, die de Staat effectief verlamden. Verslagen door de adel riep de Koning in 1789 de Staten-Generaal bijeen, waarvan het volk en de Directeur-Generaal van de Schatkist Jacques Necker, inmiddels Minister van Staat, een oplossing verwachtten. Een zware misrekening, want de Derde Stand van de Staten-Generaal riep zich meteen uit tot Assemblée Nationale en nam het heft in handen door het handig opzwepen van het grauw. De adel had de Revolutie gestart, maar was nu de controle kwijt aan de Derde Stand.
Moderne auteurs, zoals Simon Schama, William Doyle en Michel Antoine plaatsen vraagtekens bij de uitleg van klassenstrijd, armoede, ellende, tirannie en koninklijke incompetentie. De balans van de regering van Lodewijk XV was volgens Michel Antoine vrij positief, en Lodewijk XVI erfde een relatief overzichtelijke situatie. De staatsschuld was niet écht een probleem - soortgelijke problemen waren al eerder opgelost door de Regent, of door minister Terray. Waarom is de revolutie dan niet uitgebroken in andere landen met soortgelijke sociale problemen - Pruisen, Engeland, de tientallen Duitse vorstendommetjes, Spanje met zijn extreme armoede? Schama legt een belangrijke oorzaak van deze collectieve zelfvernietiging bij individuen, politici, redenaars, die het grauw opzweepten, en ook het gekuip van de hoge adel (het ambitieuze Huis van Orleans nam actief deel aan de agitatie (Philippe-Égalité); een andere stoker was de prins van Conti). Michel Antoine legt uit hoe het opruien door de parlementaire kringen, gevolgd door de hoge adel, tot een algemeen misprijzen voor de koning leidde en dat de oorzaak van de Revolutie reeds vroeg in de 18de eeuw ligt.
[bewerken] Directe aanleidingen tot de Revolutie
- De begroting was niet in evenwicht
- De staat had 502 miljoen livres aan inkomsten en 630 miljoen livres aan uitgaven. Dit leidde tot grote schulden. Door de rentepercentages werden deze schulden bovendien steeds groter. De nood aan geld leverde de koning uit aan de willekeur van de Parlementen, die de belastingen moesten goedkeuren, maar die tegenstander waren van moderniseringen en hervormingen. Zolang de koning geld nodig had, bleef alles bij het oude. Buitenlandse dreiging - de voortdurende geldverslindende oorlogen met Engeland - maakten de politieke blokkage vrijwel permanent.
- Hongersnoden
- Frankrijk leed structureel onder hongersnoden. De schuld werd steeds gelegd bij de regering, en complottheorieën deden de ronde (zo zou de koning zélf speculeren, en een Hongerpact met de speculanten afgesloten hebben). In werkelijkheid heeft de regering geprobeerd door liberalisering aanbod en vraag in evenwicht te brengen, maar de prijzen bleven instabiel. Dit was de aanleiding tot een opstand. Een concreet voorbeeld is de hongersnood in 1788, waarbij de graanprijzen enorm stegen; vooral de toch al arme mensen (het merendeel van de Derde Stand) kregen het zwaar te verduren.[2] Pas in 1789 daalden de graanprijzen weer en ging de levensstandaard omhoog. Dit was ook het jaar van de opstand.
- Absolutisme
- Zowel de adel als de filosofen waren het niet eens met het absolutisme (om tegengestelde redenen), dat gebaseerd was op het "Droit Divin" (goddelijk recht). De koning werd gezalfd door God, en was uitsluitend aan God verantwoording schuldig. Ze vonden dat het volk ook mocht meedenken over de beslissingen. Men vond bijvoorbeeld dat de koning alleen een uitvoerende macht mocht hebben en dat Parlementen als volksvertegenwoordiging de wetgevende en rechtsprekende macht moesten hebben. Dat het volk vertegenwoordigd wordt door een gekozen vertegenwoordiging was in die tijd evenwel geen eis: ook voor de Verlichte filosofen was het gewone volk zelf onmondig. Verschillende lichamen hielden zichzelf voor de volksvertegenwoordiging (onder meer de niet-gekozen Parlementen). Vaak wordt Charles de Montesquieu als belangrijkste filosoof in dit verband geciteerd. Zijn verwijzing naar Parlementen als garant van de vrijheid wordt modern en vaak fout geïnterpreteerd. De Parlementen waren in zijn tijd adellijke rechtbanken en hooggerechtshoven die een recht van remonstrantie tegen de koning bezaten. De rol van de filosofen werd door latere historici uitvergroot, maar wellicht belangrijker in de contestatie van het koninklijk absolutisme waren (pseudo-)historici, onder invloed van het Jansenisme, zoals présidents de Cotte en Durey de Meinières en diens medewerker de baljuw Louis Adrien Le Paige, een politiek theoreticus en rabiaat pamflettist die op historische gronden de koninklijke macht ondergeschikt beschouwde aan die van de Parlementen, en zo een regering van (adellijke) rechters tot stand wilde brengen.
- Standen
- Veel mensen vonden dat de standen moesten verdwijnen. Alle mensen moesten gelijk zijn. Een boer moest gelijk zijn aan een edelman, want een edelman heeft geen grotere maag dan een boer. De meester heeft geen grotere en sterkere armen dan zijn knecht. Dus waarom zou hij meer waard zijn dan de armen. Mensen vonden het oneerlijk dat alleen de Derde Stand belasting moest betalen. Ze vonden het ook oneerlijk dat de Derde Stand 10% van het loon aan de Kerk moest afstaan. Ze vonden het oneerlijk dat alleen zij moesten betalen en dat zij eigenlijk amper rechten hadden. Boeren moesten bijvoorbeeld gratis een deel van hun tijd op het land van de edelman werken. Omdat zij belasting betaalden en loonheffing aan de Kerk moesten geven, wilde de Derde Stand ook kunnen meepraten en meebesturen in de regering.
- Pamflettenstrijd
- een jarenlange pamflettenstrijd brak los vanaf het midden van de 18de eeuw met beschuldigingen, beledigingen, laster en verdachtmakingen (onder meer dat de koning zich zou baden in kinderbloed) die gretig aftrek vonden bij het Verlichte publiek. De clandestiene auteurs waren te vinden in Parlementaire en Jansenistische kringen. De goedmenende Louis le Bien Aimé werd uiteindelijk gehaat en veracht, en als despoot en tiran afgeschilderd. Vanuit de parlementaire kringen kwam in 1757 ook een aanslag voort. Na de dood van Lodewijk XV ging het pamfletteren en beledigen gewoon verder tegen Lodewijk XVI en Marie-Antoinette. De titels despoot en tiran werden gemeengoed in de revolutionaire woordenschat.
Oorspronkelijk gebruikt door de lage adel en jansenistische kringen, werd de opruiende taal ook het idioom van de burgerij, die vanaf de samenroeping van de Staten-Generaal in 1789 het hoge woord voerde. - Het koninklijk gezin
- In 1781 publiceerde Jacques Necker, Directeur-Generaal van de Schatkist, een Compte rendu au Roi, om zijn beheer te rechtvaardigen. De ontevredenheid onder de bevolking groeide met de wetenschap dat de koning en zijn vrouw zo veel uitgaven aan paleizen, pensioenen, eigen voorzieningen (bijvoorbeeld het boerderijtje van Marie-Antoinette) alsof er niets aan de hand was. Het bekende gezegde van de koningin "Le peuple n'a pas de pain? Qu'il mange de la brioche!" ("Heeft het volk geen brood? Dan eet men toch brioche!") is historisch zeer twijfelachtig, maar was campagnevoer voor de revolutionairen.[3]
[bewerken] Verloop van de Revolutie
[bewerken] De Assemblée nationale
De schuldenlast van de Staat, en de onmogelijkheid om op legale wijze hervormingen door te voeren tegen de wil van de Parlementen en de geprivilegieerden, maken een bankroet onafwendbaar. De Koning roept een Assemblée des Notables bijeen, zonder oplossing, en organiseert tenslotte een Staten-Generaal. Traditioneel moeten de drie Standen apart vergaderen en stemmen, wat nadelig is voor de Derde Stand, die evenveel leden heeft mogen afvaardigen als de twee andere standen samen, en die weet dat de clerus een belangrijke minderheid sympathisanten voor hun zaak bevat. De Derde Stand eist dat er gezamenlijk gestemd wordt en weigert apart te vergaderen. De afgevaardigden zijn bovendien naar Parijs gekomen, gewapend met Cahiers de Doléances, met alle eisen van het Volk, en beschouwen zich als gelegitimeerd om fundamentele hervormingen door te voeren, wat niet de bedoeling van de koning was, die een toespraak hield waarin hij waarschuwde voor teveel innovaties, en ook niet de bedoeling van Necker, die een redevoering van drie uur over financiën hield. De afgevaardigden van de Derde Stand waren evenwel niet gekomen om over geld te praten en laten zich niet terugdringen in die rol.
In juni 1789 roept de Derde Stand zich uit tot de Assemblée nationale constituante (nationale grondwetgevende vergadering - niet te assimileren met de huidige Franse assemblée nationale). Daarop laat koning Lodewijk XVI op verzoek van zijn vrouw, Marie-Antoinette, de vergaderzaal sluiten. Er wordt uitgeweken naar de Kaatsbaan. Hier wordt de Eed op de Kaatsbaan gezworen, waarin verklaard wordt niet uit elkaar te zullen gaan tot het land een Grondwet zal hebben. Adel en geestelijkheid sluiten zich aan bij de Nationale Assemblée, op één persoon na. Ze wisten niet dat dit de start was van de Franse Revolutie en het einde van het Ancien Régime.
[bewerken] Bestorming van de Bastille
Er ontstaat echter - vooral bij de gewone bevolking van Parijs - wantrouwen ten opzichte van de koning en de aristocratie. Wanneer blijkt dat troepen rondom Parijs worden verzameld en bovendien de koning de populaire minister Necker heeft ontslagen, breken rellen uit. Het volk voelt zich niet langer gesteund door de burgerij en volksmenners nemen hun kans waar: Camille Desmoulins neemt de leiding van de gebeurtenissen in handen. In de ochtend van 14 juli neemt een bende revolutionairen het Hôtel des Invalides in, om zich te bewapenen. Zij vinden er musketten en kanonnen, maar geen buskruit. Zij trekken naar het fort van de Bastille, waar een voorraad buskruit ligt. Op 14 juli 1789 wordt de Bastille bestormd, het kruit buitgemaakt, de gouverneur van de Bastille beestachtig vermoord, en de paar gevangenen (vier valsemunters, twee gekken en de graaf van Solages, mogelijk een seksuele delinquent, opgesloten op kosten van zijn familie) triomfantelijk bevrijd (de gekken worden later weer opgesloten in het asile de Charenton).
Latere geschiedschrijving verfraaide de werkelijkheid, en stelde de val van de Bastille voor als het einde van een koninklijk symbool van onderdrukking. In feite was het de start van de gewapende opstand en het bloedvergieten, en de regering van volksmenners.
De opstand breidt zich uit naar het platteland waar de bevolking de eigendommen van de aristocratie aanvalt. De bestorming van de Bastille werd het belangrijkste symbool van de revolutionaire gebeurtenissen.
[bewerken] Afschaffing van het feodale systeem
Vanaf juli 1789 wordt de grondwet in commissies voorbereid. Op 4 augustus 1789 stemt de Assemblée voor de afschaffing van de privileges. Op 26 augustus 1789 is er de Déclaration des Droits de l’Homme et des Citoyens als de emancipatie van de nieuwe wereldbeschouwing[4]. De 17 artikelen behandelen ieder aspect van de nieuwe staatsopvatting.
[bewerken] De vorming van de fracties
In de Assemblée ontstaat een opsplitsing in fracties. Rechts wordt vertegenwoordigd door de aristocraten. Zij verdedigen de belangen van de geprivilegieerden. Links staan de democraten of Jacobijnen met onder meer Robespierre; zij eisen algemeen stemrecht (voor mannen). Het centrum vormt de grootste groep, het zijn de monarchisten. Zij aanvaarden de afschaffing van de privileges maar zijn koningsgezind.
[bewerken] Nationalisatie van de kerkelijke eigendommen
Hoewel de Assemblée bijeengeroepen was om een oplossing te vinden voor de benarde financiële situatie van het land heeft ze tot nu geen stappen daartoe ondernomen. De bevolking had de belastingsinners verdreven, en de Assemblée had vele belastingen illegaal verklaard. Deze ingrepen waren niet van aard het overheidsdeficit te verkleinen. Er wordt voor een expediënt gekozen om gauw de kas te vullen: bij de wet van 2 november 1789 wordt beslag gelegd op de kerkelijke goederen. De geestelijken worden ambtenaren en moeten een eed van trouw afleggen. De kloostergeloften worden afgeschaft. De geestelijken worden ingedeeld bij de "constitutionnels" of bij de "réfractaires" naargelang ze al dan niet trouw zwoeren.
De goederen van de Kerk worden in een Caisse ondergebracht, in afwachting van hun geleidelijke verkoop. Zij dienen als onderpand voor de uitgifte van papiergeld, de Assignaten. Deze financiële kunstgreep loopt zo goed (en de belastingsinning zo slecht), dat men steeds meer assignaten gaat drukken, met hyperinflatie tot gevolg.
[bewerken] Wet Le Chapelier
Op 14 juni 1791 werd de Wet Le Chapelier afgekondigd. Deze wet hield onder andere in het afschaffen van de gilden, maar ook verenigingen van boeren en arbeiders.
[bewerken] Vlucht van Lodewijk XVI
De koning en de koninklijke familie proberen op 20 juni 1791 in een koets naar de citadel van Montmédy te vluchten maar worden op 21 juni gevat in Varennes op korte afstand van hun bestemming. Het gezelschap wordt vernederd terug naar Parijs gebracht. De meerderheid van de Assemblée blijft de koning trouw. De Assemblée en de koning komen tot een vergelijk: in ruil voor een degelijke positie als hoofd van de Uitvoerende Macht en het schrappen van de artikels met betrekking tot de geestelijkheid, zweert Lodewijk trouw aan de grondwet.
[bewerken] De grondwet van 1791
Op 3 september 1791 wordt de grondwet definitief door stemming goedgekeurd. De koning krijgt de uitvoerende macht. Het koninklijk handelen wordt evenwel gedekt door de ministers. De wetgevende macht komt toe aan de Assemblée Nationale Législative. Deze Assemblée vormt het machtscentrum van de nieuwe maatschappij. Deze maatschappij is er duidelijk een van rijke burgers. De evidentie waarmee dit uit de wetteksten is op te maken, de talloze compromissen en de bescherming van de koning, zijn oorzaak van een diepe kloof tussen de Assemblée en de publieke opinie.
nu het werk van de Assemblée constituante klaar is, ontbindt men de vergadering en houdt verkiezingen.
In de nieuwe Assemblée législative wordt de rechterzijde nu bevolkt door de Feuillants die gehecht blijven aan de constitutionele monarchie, zoals die door de Assemblée constituante in de grondwet werd vastgelegd. Links bestaat uit de Jakobijnen en de Girondijnen die de grondwet verwerpen en streven naar een republiek. Daartussenin bevindt zich een grote groep weifelende afgevaardigden die deze of gene beslissing steunen afhankelijk van de politieke situatie of hun interpretatie ervan. De Jacobijnen proberen de koning uit te schakelen door lastercampagnes en georganiseerd geweld. De Girondijnen sturen aan op oorlog om de bestuurlijke en financiële chaos te doen vergeten en de koning, die vrede wenste, als verrader te kunnen elimineren.
[bewerken] Oorlog
Op 27 augustus 1791 kwamen de Oostenrijkse keizer Leopold II en de Pruisische koning Frederik Willem II bijeen en tekenden de Verklaring van Pillnitz. Hierbij riepen ze de andere Europese grote mogendheden op om in te grijpen als Lodewijk XVI in gevaar zou komen. De Assemblée législative van Frankrijk greep de verklaring van Pillnitz aan als een verkapte oorlogsverklaring, en als excuus om op 20 april 1792 de door de Girondijnen gewilde oorlog te verklaren aan Oostenrijk en haar bondgenoten.
Daarop antwoordde Pruisen door de oorlog te verklaren aan Frankrijk. Het nieuws over de ongelukkige afloop van de confrontaties doet het revolutionaire enthousiasme weer oplaaien.
|
George Cruikshank: Spotprent op de Franse revolutie
|
[bewerken] De Commune insurrectionnelle van Parijs
Op 9 augustus 1792 maakten de Parijse Sansculotten gebruik van de dreigende nadering van het Oostenrijkse leger om de burgemeester en het gemeentebestuur van Parijs af te zetten en te vervangen door een "Commune insurrectionnelle", een eerste deel van een gewelddadige staatsgreep. Het gepeupel beschikt nu over leiders met een officiële functie, die hun wet kunnen stellen in de hoofdstad.
[bewerken] Einde van de monarchie
Op 10 augustus 1792 vindt de Bestorming van de Tuilerieën plaats. De Assemblée verklaart de koning afgezet, stemt voor haar eigen ontbinding en de verkiezing van een Nationale Conventie. Een van de eerste bestuursdaden van de Nationale Conventie is het afschaffen van het koningschap op 21 september 1792. Dit wordt het jaar I van de republiek. De Franse Republikeinse Kalender wordt ingevoerd en de maanden van het jaar krijgen een nieuwe benaming.
De radicalen onder leiding van Robespierre krijgen de benaming Montagnards, omdat ze de hoogste banken bezetten in de Conventie. Hun tegenstanders worden Girondijnen of Brissotins genoemd. Zij stonden onder leiding van de journalist en politicus Brissot. Tussen hen bevindt zich weer een grote groep 'onafhankelijke' afgevaardigden. Hun zetels bevonden zich letterlijk en figuurlijk meer op de vlakte.
Op 14 januari 1793 veroordelen 387 afgevaardigden (tegen 334) Lodewijk XVI, nu gewoon "burger (citoyen) Louis Capet", tot de doodstraf. Op 21 januari valt zijn hoofd onder de guillotine. Pas op 16 oktober wordt ook zijn vrouw Marie Antoinette onthoofd. Twee weken later vallen de hoofden van de leiders van de gematigden, de Feuillanten. De Terreur nam een aanvang.
[bewerken] Het Schrikbewind
In 1793 breekt rebellie uit tegen de republiek en tegen de Revolutie. Aan de basis hiervan liggen onder meer de verplichte rekrutering van soldaten (de levée en masse) onder de boerenbevolking en de economische crisis met werkloosheid en prijsstijgingen. De Girondijnen verliezen invloed, mede door de verliezen in de oorlog met Oostenrijk, e zij steunden. De Montagnards en de Sansculotten gaan samen en krijgen het roer in handen in de Conventie. Er is een nieuwe grondwet (1793) in de maak die wordt goedgekeurd, uitgesteld en nooit wordt toegepast. De Conventie legt de macht in handen van het Comité de salut public. De gematigden worden geweerd en vervangen door radicale Montagnards. Hierna volgt de periode van het Schrikbewind (de Terreur). Tegenstanders van de revolutie en gematigden, zoals Brissot, Jacques-René Hébert, Georges Danton, Camille Desmoulins, worden veroordeeld tot de doodstraf door de guillotine. Maximilien de Robespierre en Saint-Just spelen in deze periode een grote rol. Onder hun leiding wordt de Terreur met groot succes een staatsdoctrine.
[bewerken] Thermidor
De Franse bevolking revolteert tegen de excessen van het Terreurregime. Dit staat bekend als de Thermidor-reactie verwijzend naar de 9e Thermidor. Op 27 juli 1794 worden Robespierre en verschillende andere leidende figuren van het Comité de Salut Public gearresteerd en een dag later terechtgesteld. De rol van de Montagnards is uitgespeeld. De leidende posities worden nu ingenomen door de republikeinse, gegoede burgerij. Zij komen niet terug op de antifeodale maatregelen, zijn overtuigd antiroyalisten en voorstanders van het economisch liberalisme. De maximumprijzen voor levensmiddelen worden afgeschaft. Een nieuwe grondwet wordt aangenomen op 17 augustus 1795. De burgerij in Frankrijk verwerft, dankzij de inflatie, voor spotprijzen de goederen van de clerus (zwart goed) en de uitgeweken adel en versterkt daardoor haar economische positie en wint aan maatschappelijk aanzien.
[bewerken] Het Directoire
De nieuwe grondwet installeert het Directoire en creëert het eerste tweekamerstelsel in Frankrijk. Dit parlement bestaat uit 500 afgevaardigden, de "Raad van Vijfhonderd" en 250 senatoren, de "Conseil des Anciens". Het nieuwe regime heeft af te rekenen met zowel royalisten als overgebleven Jacobijnen. Het leger wordt ingezet om rellen en contrarevolutionaire activiteiten te onderdrukken. De macht van de succesvolle generaal Napoleon Bonaparte groeit. Een communistische samenzwering onder Gracchus Babeuf, die de algemene dienstplicht en de gelijkstelling van arm en rijk eist en particulier eigendom van grond verwerpt, wordt onderdrukt. Babeuf wordt in 1797 terechtgesteld.
[bewerken] Herdenking in Frankrijk
Sinds 1880 is 14 juli, Quatorze Juillet, de nationale feestdag van Frankrijk. Op deze dag worden twee historische momenten herdacht, namelijk 14 juli 1789 en 14 juli 1790. Op 14 juli 1789 werd de Bastille-gevangenis door het volk bestormd en werden de opgesloten gevangenen bevrijd. Op 14 juli 1790 werd ter gelegenheid van de eerste verjaardag op het Champ-de-Mars te Parijs het fête des fédérés (feest van de verzoening en eenheid van Frankrijk) gevierd.
[bewerken] Literatuur
- Jacques R. Pauwels, Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse Revolutie, Uitg. EPO, Berchem (B), 2007, ISBN 978 90 6445 466 0
- Schama, Simon, Burgers. Een kroniek van de Franse Revolutie. Uitg. Contact, Amsterdam, 1989, ISBN 90-254-6785-7
- Ploetz, Karl, Aula wereldgeschiedenis in jaartallen, deel 3, Uitg. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1980, ISBN 90-274-5431-0
- Daniel Guérin, De klassenstrijd in de Franse Revolutie. Bourgeois en bras nus 1793-1795, (oorspr. 1973) Ned. vert. Uitg. Het Wereldvenster, Weesp, 1984, ISBN 90 293 9684 9
- Verbeek, Alphons D.J.M., De Franse Revolutie. Uitg. Het Spectrum, Utrecht / Antwerpen, (Prisma-Boeken 516), 1960.
[bewerken] Zie ook
| Zie de categorie French Revolution van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen
|
af:Franse Rewolusie als:Französische Revolution an:Revolución francesa ar:الثورة الفرنسية arz:الثوره الفرنسيه ast:Revolución Francesa az:Böyük Fransa inqilabı bar:Französische Revolution bat-smg:Dėdliuojė Prancūzu revuoliocėjė be:Вялікая французская рэвалюцыя be-x-old:Француская рэвалюцыя bg:Френска революция bn:ফরাসি বিপ্লব br:Dispac'h Gall bs:Francuska revolucija ca:Revolució Francesa ceb:Rebolusyong Pranses cs:Velká francouzská revoluce cy:Y Chwyldro Ffrengig da:Den Franske Revolution de:Französische Revolution el:Γαλλική Επανάσταση en:French Revolution eo:Franca revolucio de 1789 es:Revolución francesa et:Suur Prantsuse revolutsioon eu:Frantziako Iraultza fa:انقلاب فرانسه fi:Ranskan suuri vallankumous fiu-vro:Suur Prantsusõ riigipööreq fr:Révolution française fy:Frânske revolúsje ga:Réabhlóid na Fraince gl:Revolución Francesa gn:Revolusiõ Hyãsiapegua gv:Irree Magh ny Frank (1789) he:המהפכה הצרפתית hi:फ़्रान्सीसी क्रान्ति hif:French Revolution hr:Francuska revolucija hu:Francia forradalom hy:Ֆրանսիական հեղափոխություն ia:Revolution francese id:Revolusi Perancis ie:Francés Revolution is:Franska byltingin it:Rivoluzione francese ja:フランス革命 jv:Revolusi Prancis ka:საფრანგეთის რევოლუცია kaa:Fransuz ko'terilisi kk:Француз төңкерісі kn:ಫ್ರೆಂಚ್ ಕ್ರಾಂತಿ ko:프랑스 혁명 krc:Уллу француз революция ku:Şoreşa Fransayê kw:Domhwelans Frynkek la:Res Novae Francicae lb:Franséisch Revolutioun lt:Didžioji Prancūzijos revoliucija lv:Franču revolūcija mk:Француска револуција ml:ഫ്രഞ്ച് വിപ്ലവം mn:Францын хувьсгал mr:फ्रेंच राज्यक्रांती ms:Revolusi Perancis mt:Rivoluzzjoni Franċiża mwl:Reboluçon Francesa my:ပြင်သစ် တော်လှန်ရေး nds:Franzöösche Revolutschoon nn:Den franske revolusjonen no:Den franske revolusjon oc:Revolucion Francesa pl:Rewolucja francuska pms:Rivolussion fransèisa pnb:انقلاب فرانس pt:Revolução Francesa rm:Revoluziun franzosa ro:Revoluția franceză ru:Великая французская революция rue:Велика французьска револуція sc:Revolutzione frantzesa scn:Rivuluzzioni francisa sh:Francuska revolucija si:ප්රංශ විප්ලවය simple:French Revolution sk:Francúzska revolúcia sl:Francoska revolucija sq:Revolucioni Francez sr:Француска револуција sv:Franska revolutionen sw:Mapinduzi ya Ufaransa szl:Francusko rewolucyja ta:பிரெஞ்சுப் புரட்சி te:ఫ్రెంచ్ విప్లవం th:การปฏิวัติฝรั่งเศส tl:Himagsikang Pranses tr:Fransız Devrimi uk:Велика французька революція ur:انقلاب فرانس vi:Cách mạng Pháp war:Rebolusyon Pranses yi:פראנצויזישע רעוואלוציע yo:Ìjídìde Fránsì zh:法国大革命 zh-min-nan:Hoat-kok Kek-bēng zh-yue:法國大革命