Limburg (Belgische provincie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Limburg
Provincie van België Flag of Belgium (civil).svg
Vlag van de provincie Limburg Wapen van de provincie Limburg
(Details) (Details)
Locatie van de provincie Limburg
Geografie
Hoofdstad Hasselt
Oppervlakte 2.422 km²
Bevolking (Bron: NIS)
Inwoners
– Mannen
– Vrouwen
– Bevolkingsdichtheid
838.505 (01/01/2010)
49,83%
50,17%
346 inw./km²
Leeftijdsopbouw
0–17 jaar
18–64 jaar
65 jaar en ouder
(1-1-2008)
19,42%
64,48%
16,10%
Buitenlanders 8,69% (01/01/2008)
Politiek
Gouverneur Herman Reynders
Economie
Gemiddeld inkomen 14.335 euro/inw. (2007)
Werkloosheidsgraad 7,24% (jan. 2009)
Overige informatie
NIS-code 70000
ISO 3166 BE-VLI
Website www.limburg.be
Portaal  Portaalicoon   België
De Cristal Arena te Genk (Waterschei), thuisbasis van KRC Genk
Dorp in de fruitstreek Haspengouw
De Stadt Amsterdam (Maaslandse Renaissancestijl) in Maaseik
De Maas nabij Maaseik

De provincie Limburg is een van de vijf provincies van Vlaanderen en een van de tien provincies van België. De hoofdstad van deze provincie is Hasselt. Geografisch geïsoleerd van de rest van de provincie ligt, sedert het vastleggen van de taalgrens in 1963, in het oosten de gemeente Voeren (Voerstreek) als een exclave geklemd tussen Luik en Nederlands Limburg.

Inhoud

[bewerken] Toponymie

Het toponiem Limburg komt in Duitsland veelvuldig voor. Daarnaast is er het stadje Limburg in de provincie Luik met die naam en ook het in Nederland gelegen Limbricht (nabij Sittard) zou oorspronkelijk Limburg (Lemborgh) geheten hebben. Er bestaat echter geen sluitende verklaring voor deze oude naam.

Sommige bronnen verklaren de naam als slangen- of drakenburcht. Hierbij zou Lim- een verbuiging zijn van lint, dat te verklaren valt als lintworm, slang of draak. Andere bronnen keren voor de naamsverklaring terug naar het Indogermaanse en Keltische woorddeel lint, met de betekenis moeras. [1]

Romantici ten slotte verklaren de naam dan weer liever als versterking bij de lindeboom.

[bewerken] Geschiedenis

1rightarrow.png Zie Geschiedenis van Limburg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de middeleeuwen zijn in het gebied het graafschap Loon en vele heerlijkheden ontstaan. Na de Loonse Successieoorlogen (1366) ging de heerschappij over Loon naar de prins-bisschop van Luik. De Bourgondiërs trachtten het gebied in te lijven, waarop de drie Luikse Oorlogen uitbraken. Als kerkelijke staat was het prinsbisdom echter onafhankelijk en daarom heeft het nooit deel uitgemaakt van de Zuidelijke Nederlanden. Wel kwamen sommige heerlijkheden via familiale banden of als redemptiedorp bij andere staten.

Het prinsbisdom Luik had geen noemenswaardige defensie en was het strijdtoneel van verschillende oorlogen, waaronder de Spaanse Successieoorlog. Het lag dan ook ingeklemd tussen de Zuidelijke Nederlanden, de Republiek, Pruisen en Frankrijk. Ook het strategisch belang van Maastricht speelde hierin een grote rol. Toch werd de Luikse onafhankelijkheid pas geschonden in 1794, met de inval van de Franse revolutionairen. Die voegden de vele kleine gebieden samen tot een departement: Beneden-Maas, dat naast Belgisch- ook Nederlands-Limburg omvatte. Maastricht was daarvan de hoofdstad.

Toen het departement na het Congres van Wenen bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd gevoegd, gaf koning Willem I het de naam "Limburg", naar het oude hertogdom Limburg. Bij de Belgische Revolutie sloot de hele provincie zich aan bij de Belgen, met uitzondering van de stad en de citadel van Maastricht. Als gevolg van het scheidingsverdrag van 1839 werd Limburg gesplitst met onder andere de Maas als grens. Willem kreeg het oostelijke deel van de provincie terug, weliswaar als hertog van Limburg.

In 1963, bij het vastleggen van de taalgrens, werden zes gemeenten in de Jekervallei rond Bitsingen van het Vlaamse Limburg naar de Waalse provincie Luik overgeheveld; de zes gemeenten van de Voerstreek volgden de omgekeerde beweging (na een heuse taalstrijd). Van de huidige provincie behoorde alleen de Voerense deelgemeente Teuven tot het historische hertogdom Limburg, dat nu grotendeels Luiks is. Op 9 december 2008 ondertekenden de gouverneurs van de beide Limburgen het Limburgcharter. De provinciebesturen hopen dat de provincies nauwer gaan samenwerken en meer als één geheel worden gezien (zo zouden voortaan de benamingen West- en Oost- Limburg gehanteerd worden). [2]

[bewerken] Geografie

[bewerken] Topografie

De provincie grenst in het noorden aan de Nederlandse provincie Noord-Brabant, in het oosten aan de Nederlandse provincie Limburg, in het zuiden aan Luik, en in het westen aan Vlaams-Brabant en Antwerpen. Geografisch geïsoleerd van de rest van de provincie ligt, sedert het vastleggen van de taalgrens in 1963, in het oosten de gemeente Voeren (Voerstreek) als een exclave geklemd tussen Luik en Nederlands Limburg.

Het hoogste punt van de provincie (en tevens van Vlaanderen is gelegen in Remersdaal (287,5 m), het op een na hoogste punt is de "Galgenboom" van Millen (Riemst) (151 m).

[bewerken] Hydrografie

[bewerken] Stroomgebied van de Maas

De Jeker ontspringt in het provinciale grensgebied van Limburg en Luik en slingert zich een baan langs de taalgrens. Ze komt het Vlaamse Gewest binnen in Lauw en stroomt vervolgens 16.5 km over Tongers grondgebied. Te Glons steekt ze de taalgrens terug over naar Waalse bodem. Te Kanne wordt de Jeker weer Vlaams en stroomt ze door een sifon onder het Albertkanaal. Vervolgens verlaat ze de provincie naar Nederlands Limburg (om aldaar uit te monden te Maastricht in de Maas). De Voer ontspringt nabij de Commanderij van Sint-Pieters-Voeren Zowel de Voerstreek, de gemeente Voeren alsmede de daarin gelegen plaatsen 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren en Sint-Pieters-Voeren hebben hun naam aan deze beek te danken. Net over de grens met Nederland te Laag-Caestert vloeit het riviertje in de Maas. Het riviertje heeft drie zijrivieren: de Veurs, de Noorbeek en de Beek. De Berwijn is eveneens een zijrivier van de Maas. Het riviertje stroomt slechts kortstondig over het Limburgse grondgebied en dit eveneens te Voeren.

De Maas zelf komt de provincie "binnen" nabij Kanne (bij Riemst). Ze vormt alhier de grens tussen Belgisch Limburg en Nederlands Limburg. Dit gedeelte van de Maas staat bekend als de Grensmaas en ligt tussen Eijsden-Maastricht en Smeermaas-Kessenich. De Maas meandert er veel en is omwille van de scheepvaart vervangen door het laterale kanaal Zuid-Willemsvaart. De Maas zet bij dat meanderen, maar ook tijdens overstromingen, veel grind af, wat een grootschalige ontginning - en ontgronding - op gang heeft gebracht. De duidelijke sporen daarvan zijn de uitgestrekte Maasplassen. Voorbij Maaseik is de rivier weer bevaarbaar. Zo'n 5 km verder stroomt ze Nederlands gebied binnen.

Ten slotte is er de Dommel waarvan de bron zich bevindt op het Kempens plateau nabij het gehucht Wauberg in de gemeente Peer. Het riviertje stroomt via Overpelt en Neerpelt richting Nederlandse grens.

[bewerken] Stroomgebied van de Schelde

Zowel de Gete, de Velp (te Zelk) en de Herk monden allen uit in de de Demer in de fusiegemeente Halen. De twee eerstgenoemden leggen echter slechts een zeer kort parcours door de provincie af. Beide komen immers Limburg binnen vanuit Vlaams-Brabant, respectievelijk Budingen (Gete) en Webbekom (Velp) buurgemeenten van Halen. De Herk, die haar oorsprong vindt te Rukkelingen-Loon nabij de grens met de provincie Luik, ontleende haar naam aan Herk-de-Stad en aan Sint-Lambrechts-Herk. Daarnaast liggen ook de plaatsen Wellen, Alken en Stevoort aan haar oevers. De Demer zelf ten slotte ontspringt te Ketsingen, een deelgemeente in het oosten van Tongeren. De rivier stroomt vervolgens naar het noorden en buigt te Bilzen af naar het westen. Ze vervolgt haar weg via Hasselt, Lummen en Diest om aldaar de provincie te verlaten naar Zichem (Vlaams-Brabant).

Daarnaast ontspringt ook de Grote Nete nabij Hechtel-Eksel in Limburg, maar de rivier verlaat de provincie echter vrij snel naar Balen in de provincie Antwerpen. Ook de Molse Nete (die later in de Grote Nete uitmondt) ontspringt in de provincie, nabij Lommel, maar verlaat het provinciaal territorium eveneens vrij snel richting Balen.

[bewerken] Pedologie

De pedologie stelt dat de bodem van het noordelijke deel van de provincie voornamelijk bestaat uit natte en droge zand- en lemig-zandgronden. Het zuiden van de provincie heeft daarentegen natte zandleemgronden en natte en droge leemgronden. In het oosten van de provincie is er een grintbijmenging en in het westen van de provincie is er een bijmenging van limonietzandsteen. Allen worden ze gerekend tot de Podzolgronden (askleurige bodems).

[bewerken] Stratigrafie

De stratigrafie stelt dat de gesteenten in de provincie zich tijdens diverse tijdsvakken vormden. Zo stamt het noorden van de provincie uit het pleistoceen, de streek rond Beringen uit het plioceen, de streek ten noorden van Hasselt uit het mioceen en de streek ten zuiden van de provinciale hoofdstad uit het oligoceen. Het uiterste zuiden van de provincie en de voerstreek ten slotte stammen uit het Krijt. Een groot deel van de provincie heeft een steenkoollaag.

[bewerken] Geografische streken

De provincie bestaat uit vier landstreken namelijk de Voerstreek, Haspengouw, het Maasland en de Kempen. Allen strekken ze zich uit buiten de provinciegrenzen.

[bewerken] Bestuurlijke indeling

[bewerken] Arrondissementen

[bewerken] Administratieve arrondissementen
[bewerken] Gerechtelijke arrondissementen

[bewerken] Provinciedistricten

De omschrijving van de provinciedistricten in het arrondissement Hasselt valt samen met die van de respectievelijke kieskantons met uitzondering van de provinciedistricten Peer en Sint-Truiden. Hetzelfde geldt voor het provinciedistrict Neerpelt. Het arrondissement Tongeren ten slotte heeft dezelfde afbakening als het gelijknamige provinciedistrict. De informatie over deze provinciedistricten vindt u terug op de desbetreffende pagina's van het gelijkvormige arrondissement of kieskanton.

[bewerken] Kantons

[bewerken] Gemeenten

Gemeenten met een stadstitel hebben "(stad)" achter de naam

LimburgBGemeenten.png

1. Alken
2. As
3. Beringen (stad)
4. Bilzen (stad)
5. Bocholt
6. Borgloon (stad)
7. Bree (stad)
8. Diepenbeek
9. Dilsen-Stokkem (stad)
10. Genk (stad)
11. Gingelom

12. Halen (stad)
13. Ham
14. Hamont-Achel (stad)
15. Hasselt (stad)
16. Hechtel-Eksel
17. Heers
18. Herk-de-Stad (stad)
19. Herstappe
20. Heusden-Zolder
21. Hoeselt
22. Houthalen-Helchteren

23. Kinrooi
24. Kortessem
25. Lanaken
26. Leopoldsburg
27. Lommel (stad)
28. Lummen
29. Maaseik (stad)
30. Maasmechelen
31. Meeuwen-Gruitrode
32. Neerpelt
33. Nieuwerkerken

34. Opglabbeek
35. Overpelt
36. Peer (stad)
37. Riemst
38. Sint-Truiden (stad)
39. Tessenderlo
40. Tongeren (stad)
41. Voeren
42. Wellen
43. Zonhoven
44. Zutendaal

[bewerken] Aangrenzende provincies

   Aangrenzende provincies   
 Antwerpen   Noord-Brabant (Nederland   
 Vlaams-Brabant  Brosen windrose nl.svg  Limburg (Nederland) 
    Luik    

[bewerken] Demografie

Bij de volkstelling van 1846, de eerste na de afstand aan Nederland van een deel van de provincie, was Limburg met 185.913 inwoners naar bevolking de kleinste provincie van België net na de provincie Luxemburg. Tot 1900 zou de groei beperkt blijven en lager liggen dan het nationale gemiddelde, gelijke tred houdend met deze van de andere rurale provincies. Door de ontginning van steenkool vanaf het begin van de 20e eeuw en vooral door de - in vergelijking met de rest van het land - latere en tragere daling van het geboortecijfer in de Kempen tijdens de 20ste eeuw veranderde deze situatie helemaal en nam de bevolking spectaculair toe, zodat Limburg over de periode 1846-2008 uiteindelijk de sterkste groeier zou blijken van alle Belgische provincies. Enkel in wat nu het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is was het groeiritme nog sterker.

[bewerken] Evolutie van het inwonertal

Inwoneraantal x 1000

  • Bron:NIS - Opm:1806 t/m 1970=volkstellingen; vanaf 1980= inwoneraantal op 1 januari
  • 1839: afstand van het deel ten oosten van de Maas aan Nederland

[bewerken] Bezienswaardigheden

1rightarrow.png Zie Lijst van onroerend erfgoed in Limburg (Belgische provincie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] Cultuur

[bewerken] Taal

De officiële taal is het Nederlands. Tegen de taalgrens liggen echter de faciliteitengemeenten Herstappe en Voeren, waar Franstaligen ook in hun eigen taal terecht kunnen.

[bewerken] Dialect

In de provincie worden een aantal dialecten van het Limburgs gesproken. Zowel de Belgische als de Nederlandse provincie met de naam Limburg kenmerken zich door een duidelijke eigen identiteit die onder andere bestaat uit een eigen streektaal, het Limburgs. Het is sinds 1997 door de Nederlandse overheid erkend als regionale taal onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. De Vlaamse Gemeenschap erkent de streektaal vooralsnog niet en de taal wordt door niet veel kinderen in Belgisch-Limburg meer aangeleerd, waardoor het Belgisch-Limburgs als minderheidstaal aan het begin van de 21e eeuw veel meer onder druk staat dan het Limburgs in Nederland (zie ook bedreigde taal). Volgens huidige inzichten is het Limburgs in essentie een Nederfrankisch dialect met Keltische substraten maar met de, voor Europese talen, vrij unieke eigenschap van tonaliteit in sommige varianten.

[bewerken] Volkslied

Limburg mijn Vaderland is het officiële Limburgse volkslied voor beide Limburgen. Het volkslied is geschreven in het Nederlands en wordt in de volksmond ook wel Waar in 't bronsgroen eikenhout genoemd vanwege de eerste zin. Het bronsgroen eikenhout waarover Gerard Krekelberg dichtte, waren de (ondertussen verdwenen) eikenbomen rond het kasteel Borgitter in Kessenich. Dit kasteel ligt op de boord van de Itterbeek op de grens met de dorpskern van het Nederlandse Neeritter.

In Belgisch-Limburg worden enkel de eerste drie strofen gezongen, doorgaans door jeugdbewegingen, studentenverenigingen en op manifestaties. In Nederlands-Limburg bestaat nog een vierde strofe die later werd bijgevoegd maar die meestal niet meer wordt gezongen.

[bewerken] Streekproducten

Limburg staat bekend om zijn culinaire specialiteiten zoals de Limburgse vlaai en de Limburgse kaas.

[bewerken] Evenementen

De schutterijen (Nederlandse en Belgische) meten zich jaarlijks in het Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS). Ook carnaval (vastelaovend in het Limburgs) wordt uitgebreid gevierd in Limburg.

Verdere culturele bijzonderheden zijn de vele fanfares, harmonieorkesten en schutterijen.

[bewerken] Media

[bewerken] Mobiliteit

In Limburg vind je meer dan 2000 km bewegwijzerde fietsroutes (gegevens 2010)

[bewerken] Politiek

[bewerken] Voormalige gouverneurs

van tot naam
1830 1831 Frans de Loë Imstenraedt de Mheer
1831 1834 Jean-François Hennequin
1834 1843 Werner de Lamberts-Cortenbach
1843 1857 Pierre de Schiervel
1857 1871 Theodoor de T'Serclaes de Wommersom
1871 1871 Pieter de Decker
1872 1879 Joseph Bovy
1879 1894 Adolphe Goupy de Beauvolers
1894 1914 Henri de Pitteurs-Hiégaerts
1914 1919 vacant (Eerste Wereldoorlog)
1919 1927 Theodore de Renesse
1928 1940 Hubert Verwilghen
1940 1941 Gérard Romsée
1941 1944 Jef Lysens
1944 1950 Hubert Verwilghen
1950 1978 Louis Roppe
1978 1995 Harry Vandermeulen
1995 2005 Hilde Houben-Bertrand
2005 2009 Steve Stevaert
2009 heden Herman Reynders

[bewerken] Deputatie

Het dagelijks bestuur is in handen van de deputatie. Die telt 6 leden en wordt voorgezeten door de gouverneur. De provincie wordt bestuurd door een coalitie van CD&V, sp.a en Open Vld. De deputatie bestaat uit:

[bewerken] Provincieraad

De provincieraad van Limburg telt 75 zetels.

[bewerken] Uitslagen van de provincieraadsverkiezingen sinds 1994

Partij 9-10-1994

Stemmen - % - Zetels

8-10-2000

Stemmen - % - Zetels

8-10-2006

Stemmen - % - Zetels

CVP 160.657 - 33,46% - 29 152.939 - 29,66% - 27
CD&V-N-VA 172.972 - 32,11% - 26
VB 36.851 - 7,68% - 3 57.930 - 11,24% - 7 97.288 - 18,06% - 15
VLD-Vivant 98.380 - 18,26% - 14
VLD 91.414 - 19,04% - 17 111.392 - 21,60% - 18
Vivant 3.545 - 0,69% - 0
sp.a-Spirit 137.140 - 25,46% - 20
sp.a 111.560 - 23,24% - 20 125.522 - 24,34% - 21
Groen! 30.732 - 6,40% - 2 29.327 - 5,69% - 0 24.957 - 4,63% - 0
PVDA 4.374 - 0,91% - 0 4.011 - 0,78% - 0 2.809 - 0,52% - 0
VU&ID 37.309 - 7,77% - 4 30.950 - 6,00% - 2
Waardig Ouder Worden 4.725 - 0,98% - 0
Andere Partijen 2.504 - 0,53% - 0 5.159 - 0,96 - 0

[bewerken] Economie

De ontdekking van steenkool in het begin van de 20e eeuw betekende voor Limburg een keerpunt. Op 20 mei 1901 ontdekte de Leuvense professor André Dumont in As, een buurdorp van Genk, een steenkoollaag. Een gebeurtenis die een immense invloed zou hebben. Steenkoolmijnen verschenen in het landschap. Werkkrachten werden aangetrokken uit een aantal Europese en Noord-Afrikaanse landen. De integratie van het mengelmoes aan nationaliteiten verliep hier zo goed als rimpelloos. De Ford-fabriek te Genk die er kwam na stevig lobbywerk van gouverneur Louis Roppe zorgde voor een nieuwe economische boost na de sluiting van de mijnen in het laatste kwart van de vorige eeuw.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Handboek voor de geschiedenis van Limburg Door P. J. H. Ubachs; Uitgeverij Verloren; ISBN 90-6550-097-9
  2. Nederlands- en Belgisch-Limburg vanaf vandaag één provincie
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen