Noord-Brabant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Noord-Brabant (provincie))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Noord-Brabant
Provincie van Nederland Vlag van Nederland
Provincievlag Provinciewapen
(Details) (Details)
Kaart: Provincie Noord-Brabant in NederlandZeelandZuid-HollandBaarle-HertogNoord-BrabantGroningenDuitslandLimburgFrieslandFlevolandDrentheNoord-HollandIJsselmeerUtrechtOverijsselGelderlandFrankrijkBelgiëNoordzee
Over deze afbeelding
Geografie
Hoofdstad 's-Hertogenbosch
Oppervlakte
- Land
- Water
5.082,06 km²
4.905,46 km²
176,6 km²
Coördinaten 51° 38′ NB, 5° 6′ OL
Bevolking
Inwoners (januari 2019) 2.544.806
Bevolkingsdichtheid 519 inw./km²
Aantal gemeenten 62
Politiek
Commissaris van
de Koning
(lijst)
Wim van de Donk (CDA)
Overige informatie
Volkslied geen
Religie (2015[1]) 48,0% Rooms-katholiek
38,8% geen gezindte
5,6% Protestant
4,4% Moslim
3,3% overige gezindten
ISO 3166 NL-NB
Website www.brabant.nl
Detailkaart
Provincie Noord-Brabant, impressie van het landschap en indeling van gemeenten (2016)
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Noord-Brabant (Brabants: Noord-Braobant)[2] (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)), vaak verkort tot Brabant,[3] is een provincie in het zuiden van Nederland. De hoofdstad van de provincie is 's-Hertogenbosch; de grootste gemeente is Eindhoven, gevolgd door respectievelijk Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch en Helmond. Noord-Brabant telt circa 2,5 miljoen inwoners.

Historisch is de provincie een voortzetting van het Hertogdom Brabant, dat in de middeleeuwen ontstond en ook delen van het latere België omvatte. In 1815, in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, lagen op zijn voormalig grondgebied drie provincies (van noord naar zuid): Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant. Nadat Belgie zich in 1830 afscheidde van het koninkrijk, bleef de provincie Noord-Brabant bij Nederland, terwijl Antwerpen en Zuid-Brabant (al snel afgekort tot Brabant en later opgesplitst in Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het hoofdstedelijk gewest Brussel) Belgisch grondgebied werden.

Het Noord-Brabant aan het begin van de 21e eeuw, dat met enige historische aanpassingen de grenzen van de oude provincie met die naam volgt, heeft een sterk eigen karakter. Als een van generaliteitslanden had het ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de eerste onafhankelijke Nederlandse staat, lange tijd geen eigen stem in het landsbestuur. Anders dan in het protestantse noorden was de Rooms-Katholieke Kerk de dominante godsdienst. Katholieke tradities als carnaval worden in de provincie uitbundig gevierd.

Tegelijkertijd neemt de provincie een belangrijke nationale positie in. Na Noord-Holland en Zuid-Holland is Noord-Brabant de meest bevolkte provincie en de grootste economie van Nederland. Van oudsher draaide de economie in belangrijke mate om de landbouw, die zich vanaf de 20e eeuw rap moderniseerde. Steeds belangrijker zijn de petrochemische industrie (zoals bij Moerdijk), de logistiek (met een groot aantal distributiecentra) en kenniswerk, met onder meer chipmaker ASML in Veldhoven en de Brainport Eindhoven als spil. Met Technische Universiteit Eindhoven en Tilburg University telt Noord-Brabant twee universiteiten.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

De naam Brabant is een afgeleide van Braecbant. Dit is een samenvoeging van braec, dat broek of drassig land betekent, en bant, dat streek betekent.[4]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Een ringwalgrafheuvel, ca. 1350 v. Chr., nabij Toterfout in de gemeente Veldhoven
1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Noord-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Prehistorie[bewerken | brontekst bewerken]

De oudste menselijke bewoning van het huidige Noord-Brabant dateert van 10.000 v.Chr. De eerste bewoners waren jager-verzamelaars die in kleine groepen rondtrokken. Rond 3000 v.Chr ontstonden de eerste agrarische nederzettingen. De boeren gebruikten aanvankelijk nog stenen werktuigen, maar rond 1900 v.Chr. deed brons zijn intrede in het gebied en rond 800 v.Chr. verschenen er de eerste ijzeren objecten. Veel archeologische vondsten getuigen van de vroege historie. Er zijn in Noord-Brabant uit het stenen tijdperk en de bronstijd honderden grafheuvels gevonden, evenals urnenvelden uit de ijzertijd. Verder zijn op een groot aantal plekken grondsporen gevonden van nederzettingen uit de ijzertijd. Op vele plaatsen zijn vuurstenen pijlpunten en bronzen bijlen opgegraven. Door de hele provincie zijn duizenden artefacten aangetroffen van aardewerk, bouwkeramiek, natuursteen, vuursteen, been, metaal en glas.[5]

Romeinse tijd[bewerken | brontekst bewerken]

De Peelhelm, 320 n.Chr., gevonden in 1910 in Helenaveen

De legers van het Romeinse Rijk veroverden het gebied dat nu Noord-Brabant heet in 57 v.Chr. Brabant was in die tijd een onherbergzaam gebied dat bedekt was met oerbos, afgewisseld met moerassen. Een van de overwonnen volken was de stam van de Eburonen. Zij leefden onder andere in het gebied waar nu de Kempen ligt en in 54 v.Chr. kwamen zij in opstand. Negenduizend Romeinse soldaten verloren daarbij het leven. De Romeinen namen wraak door de Eburonen vrijwel geheel uit te roeien. Ruim een eeuw later kwamen de Bataven in opstand. Ook nu wisten de Romeinen hun gezag te herstellen.[6]

Daarna brak een lange periode van welvaart aan waarin de inheemse bevolking romaniseerde en in omvang toenam. Veel bos werd gekapt om als akker te dienen waarop graan werd verbouwd dat werd verhandeld met de Romeinen. Naar Romeins voorbeeld werden in het gebied hier en daar villa's gebouwd. Vanaf eind 3e/begin 4e eeuw deden Germaanse stammen steeds vaker invallen in het gebied. Hoewel veel Salische Franken zich in het gebied vestigden bleef het onder het gezag van het Romeinse leger. Tot het Romeinse rijk door interne machtsstrijd zo verzwakt was dat het zich in 406 v.Chr. genoodzaakt zag het noordelijke deel van het rijk op te geven. Veel geromaniseerde bewoners volgden het terugtrekkende leger waarna Brabant in bezit werd genomen door de Salische Franken.[7]

De Romeinse periode heeft veel sporen nagelaten in het huidige Noord-Brabant. Bij Cuijk zijn resten gevonden van een Romeinse brug. In Hoogeloon is een Romeinse villa opgegraven en bij Oss een aan een villa verwante boerderij. In Nispen werd een potstalboerderij uit de 2e of 3e eeuw gevonden. Onder andere in Kessel, Empel en Lieshout zijn crematie-graven blootgelegd, met in de naaste omgeving ruimtes met altaarstenen en bijgiften, onder andere van terra sigillata’ (rood aardewerk) en militaire uitrustingstukken. In de Deurnese Peel is in 1910 nabij Helenaveen een Romeinse ruiterhelm gevonden. De vergulde zilveren helm werd waarschijnlijk door een Romeinse officier in een ven achtergelaten als zoenoffer aan de goden.[8][9]

Middeleeuwen[bewerken | brontekst bewerken]

Kaart van hertogdom Brabant in 1477

Vanaf de 5e eeuw werden de gronden in het latere Brabant – met toestemming van de koning der Franken – in bezit genomen door leden van de lagere adel. De edelen brachten die nieuw verworven gronden in cultuur in domeinen. Zo'n domein bestond uit het landgoed van de heer, hof of vroonhof genaamd, met daaromheen hoeven die in gebruik werden gegeven aan horigen, halfvrije boeren. Ook vrije boeren sloten zich aan bij domeinen, op zoek naar bescherming tegen rondtrekkende bendes. Zo ontstonden overal dorpen die later, omdat ze eigendom waren van een heer, heerlijkheden werden genoemd.[10]

Na de dood van Karel de Grote in 814 viel het Frankische Rijk uiteen. Eeuwenlang streden edellieden om de macht over de verschillenden delen van het oude rijk. In het gebied waar nu Noord-Brabant is gelegen ontstond rust toen in 1183 het hertogdom Brabant werd gevormd met als hoofdstad Brussel. Het hertogdom was verdeeld in vier kwartieren, te weten Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-Hertogenbosch. Het laatst genoemde kwartier bestond uit de Stad en de Meierij van 's-Hertogenbosch, weer onderverdeeld in de vier kwartieren Peelland, Kempenland, Oisterwijk en Maasland, en daarnaast uit oostelijk van de Meierij gelegen gebieden. De Baronie van Breda en het Markiezaat Bergen op Zoom ressorteerden onder het kwartier Antwerpen. De stad Grave, het land van Cuijk en de heerlijkheden Steenbergen en Willemstad vielen niet onder een van de kwartieren maar behoorden wel tot het hertogdom Brabant.[11]

Door innovaties in de landbouw als de haam, de keerploeg en het drieslagstelsel, nam de voedselproductie sterk toe. Boeren verhandelden overschotten aan voedsel op marktplaatsen die uitgroeiden tot steden. Door de uitbreiding van het landbouwareaal en het gebruik van hout voor de bouw van steden en voor het koken, verdween bijna het gehele Brabantse oerbos. Dit zorgde voor het ontstaan van heidegronden die door de vele schapen werden kaalgevreten, waardoor grote zandverstuivingen ontstonden. Om de schaarste aan hout te bestrijden introduceerde de hertog van Brabant rond 1400 het recht van voorpoting. Dit hield in dat hij aan de ingezetenen van dorpen het recht verleende om bosbouw te plegen op woeste grond die hem toebehoorde. Meestal betrof dat bermen van wegen en delen van zandverstuivingen.[12]

De hertogen van Brabant verleenden in het gebied dat thans tot de provincie behoort aan enkele tientallen steden stadsrechten, in ruil voor steun. Om hun macht te consolideren voerden de Brabantse hertogen vele oorlogen, zowel binnen als buiten Brabant. Dat leidde tot de aanleg van kastelen, en het versterken van steden met grachten, stadsmuren en poorten.[13]

In 1270 lukte het de hertog van Brabant om voor zijn steden het recht te verwerven Engelse wol te kopen en het daarmee geweven laken in Engeland af te zetten. Brabant werd een bloeiende textielproducent met naast Engeland ook Italië, Spanje en de Oostzeelanden als afzetgebied. Belangrijke handelscentra waren 's-Hertogenbosch en Bergen op Zoom. De welvaart die ontstond mondde uit in de Brabantse Gouden Eeuw, een bloeiperiode die viel tussen 1430 en 1550. In Brabant floreerden architectuur, schilderkunst, literatuur en muziek, en het hertogdom was het bestuurlijk en economisch kerngebied van de Nederlanden.[14]

Veel bouwwerken uit de Brabantse Gouden Eeuw zijn bewaard gebleven zoals de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch (ontworpen door Alaert du Hamel), het Markiezenhof in Bergen op Zoom, de Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk in Breda, de Sint-Petrusbasiliek in Oirschot en het kasteel van Helmond. Aan de bloei van de Brabantse schilderkunst werd bijgedragen door onder anderen Petrus Christus, Jheronimus Bosch, Pieter Brueghel de Oude, Willem Key en Jan Soens, allen geboortig uit het latere Noord-Brabant.

Tachtigjarige Oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Tachtigjarige Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Kaart met in geel het hertogdom Brabant en in rood de scheidingslijn uit 1648 tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden

Vanaf omstreeks 1560 kreeg het calvinisme in Brabant steeds meer aanhang. De Beeldenstorm die in de zomer van het jaar 1566 in West-Vlaanderen losbarstte en zich over de gehele Nederlanden verbreidde, was in Brabant bijzonder hevig. De Spaanse koning Filips II, die ook de titel 'heer der Nederlanden' voerde, stuurde het Spaanse leger naar de Lage Landen met de opdracht de opstand te onderdrukken. In de Tachtigjarige Oorlog die toen uitbrak heeft Brabant een centrale rol gespeeld, al vonden de belangrijke gevechten de eerste tien jaar buiten Brabant plaats.[15]

Als gevolg van langdurige problemen met soldijbetaling sloeg het Spaanse leger in 1576 aan het muiten. Antwerpen werd door Spaanse troepen geplunderd en in brand gestoken. De onlusten duurden drie dagen en kostten volgens schattingen 7000 mensen het leven. Daarop riepen de Staten van Brabant de Staten-Generaal van de Nederlanden bijeen. Brabant wist in samenwerking met Willem van Oranje de gematigde en de radicale opstandelingen op één lijn te krijgen. Zij sloten de Unie van Brussel en eisten het vertrek van de Spaanse troepen. Spanje zwichtte en trok zijn troepen terug.[15]

De rust duurde slechts kort en in 1579 hervatten de Spanjaarden de strijd, die zich naar Brabant uitbreidde. Er ontstond een scheuring in de Unie van Brussel. Enkele gewesten kozen de kant van de Spanjaarden en stichtten de Unie van Atrecht. De opstandige gewesten verenigden zich in de Unie van Utrecht. Breda sloot zich aan bij de Unie van Utrecht. 's-Hertogenbosch twijfelde aanvankelijk, maar na een mislukte machtsgreep van de Bossche calvinisten, koos de stad voor de Unie van Atrecht. Twee jaar later, op 25 juli 1581, namen de Staten-Generaal van de Nederlanden het Plakkaat van Verlatinghe aan, de onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Een van de ondertekenaars was het hertogdom Brabant.[15]

De dag daarna, op 26 juli 1581, namen de Spanjaarden Breda in. De hoofdstad van Brabant, Brussel, viel in maart 1585 in Spaanse handen en Antwerpen in augustus van dat jaar. Als gevolg van die ontwikkeling moesten de afgevaardigden van het gewest Brabant hun zetels in de Staten-Generaal opgeven. De delen van Brabant die nog aan de kant van de opstandige gewesten stonden, waaronder Bergen op Zoom, verloren hun zelfstandigheid en vielen vanaf dat moment rechtstreeks onder het gezag van de Staten-Generaal. Het Spaanse beleg van Bergen op Zoom van 1588 mislukte en in 1590 heroverde Maurits van Oranje Breda op de Spanjaarden door een list met een turfschip.[15][16]

Bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand in 1609 waren het westen en noorden van het latere Noord-Brabant in handen van de Republiek der Verenigde Provinciën. Het oosten was nog Spaans met 's-Hertogenbosch als bolwerk. Na de hervatting van de oorlog veroverde Spanje in 1625 Breda, maar daarna keerden de kansen. Frederik Hendrik veroverde 's-Hertogenbosch in 1629 en Breda in 1637, waarmee het noordelijk deel van Brabant geheel in Staatse handen kwam. Bij de Vrede van Münster in 1648 stond Spanje de soevereiniteit over noordelijk Brabant af aan de Staten-Generaal.

De Tachtigjarige Oorlog is voor Brabant een barre tijd geweest. De regio lag vrijwel voortdurend in een brede frontzone. Breda en 's-Hertogenbosch moesten langdurige belegeringen doorstaan, evenals Bergen op Zoom, dat zich nooit aan de Spanjaarden heeft overgegeven. Kleine steden, zoals Eindhoven en Helmond, werden dan door de Staatsen en dan weer door de Spanjaarden onder de voet gelopen. Het platteland werd geplunderd door beide partijen, rondtrekkende legers vernielden de oogsten, de bevolking van de Meierij werd door de Staatsen uitgehongerd en in heel Brabant raakten dorpen ontvolkt. [17][18]

Staats-Brabant[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Staats-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Sulck kompt de geheele geledene schade deser heerlijckheijt te bedragen de somme van seventien duijsent drij hondert dartien gulden, elff stuiver acht penningen.
Opgave door de schepenen van Lieshout van de schade die passerende Nederlands/Britse legers, onder andere van de generaals Marlborough en Athlone, in 1702 in het dorp veroorzaakt hadden.
Later in dat jaar werd Lieshout door de Fransen gebrandschat. De geëiste contributie bedroeg 3180 gulden. Via een tussenpersoon in Antwerpen werd 1020 gulden betaald.[19]

Na de vrede van Münster besloten de Staten-Generaal om het deel van Brabant waarover zij de soevereiniteit hadden verkregen zelf te blijven besturen, zoals dat vanaf 1585 reeds het geval was met de delen van het hertogdom die in Staatse handen waren. Daarmee werd Staats-Brabant een Generaliteitsland. De Staten-Generaal voerden in fasen het in de Republiek geldende belastingstelsel in. De boeren op de schrale zandgronden kregen daarmee dezelfde lasten te dragen als de Hollandse kleiboeren. Verder bleven de in- en uitvoerrechten van kracht die eerder waren ingevoerd voor handelsverkeer met de rest van de Republiek. De katholieke eredienst werd verboden en de Staten Generaal eigenden zich alle bezittingen van de Rooms-Katholieke Kerk toe. Verder kwamen uitsluitend hervormden in aanmerking voor het vervullen van overheidsfuncties.

De overgrote meerderheid van de bevolking bleef trouw aan het katholieke geloof. Veel katholieken woonden de zondagsmis bij in een van de zelfstandige enclaves als Bokhoven, Ravenstein, Boxmeer en Gemert. Anderen zochten hun toevlucht tot kerken in de Spaanse Nederlanden die net over de grens lagen zoals die bij de latere Achelse Kluis. Na het rampjaar 1672 werd het regime enigszins verlicht en werden katholieke schuurkerken gedoogd, zij het tegen betaling van recognitiegeld. Het aantal hervormden bleef, zeker op het platteland, zo gering dat overheidsfuncties toch aan katholieken werden gegund.[20]

De in- en uitvoerrechten die geheven werden op handelsverkeer met de rest van de Republiek troffen vooral de textielnijverheid in de Meierij, die omvangrijk was en ongeveer een kwart van alle in de Republiek opgestelde weefgetouwen telde. De invoer van wol en vlas, en de uitvoer van geweven producten – die vroeger verliepen via Antwerpen – moesten gaan lopen via Hollandse handelssteden als Amsterdam en Rotterdam. De hierbij verschuldigde belastingen bemoeilijkten de concurrentie met textielproducenten in Leiden en Haarlem. Mede door druk vanuit de Hollandse handelssteden verleenden de Staten-Generaal een aantal Meierijse steden en dorpen vrijstelling van het betalen van douanerechten. Hierdoor kon de textielnijverheid in Staats-Brabant blijven floreren.[21][22][23]

Staats-Brabant werd gebruikt als een militaire bufferzone ter verdediging van de Republiek, met name van de Zeven Provinciën. De vestinggordel lag daarom in het noorden van Staats-Brabant, langs de grote rivieren. Legertroepen van de Franse koning Lodewijk XIV en zijn bondgenoten trokken zowel tijdens de Hollandse Oorlog (1672-1678), als tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) regelmatig plunderend door het onverdedigde Staats-Brabant, waarbij tal van dorpen in de as werden gelegd en tal van gijzelaars werden meegenomen. Om plundering te voorkomen kon men een zogenaamde contributie betalen. De dreiging van de Staten-Generaal met een boete op het betalen daarvan hield de meeste dorpen niet tegen.[24]

De Hampoort in Grave werd herbouwd in 1688 als onderdeel van de nieuwe vestingswerken

Niet alleen de troepen van de Fransen en hun bondgenoten zorgden voor overlast. Decennialang fungeerde Staats-Brabant als doorgangshuis voor Staatse troepen en allerlei geallieerde legers. Zowel op de heenweg naar het zuiden als op de terugweg moesten de legers enige dagen worden ingekwartierd. Dit bracht hoge kosten met zich mee, die maar ten dele en alleen voor het Staatse leger werden vergoed. Na het sluiten van de Vrede van Utrecht in 1713 verschoof de verdedigingsgordel van de Republiek naar de barrièresteden in de Zuidelijke Nederlanden. Na die tijd bleef het Staats-Brabantse platteland onveilig omdat veel roversbendes die uit Holland en Gelderland verdreven waren in het gebied rondtrokken.[25]

In Noord-Brabant heeft lang de overtuiging geleefd – en die leeft bij veel inwoners in de 21e eeuw nog – dat Staats-Brabant systematisch door de Staten-Generaal is achtergesteld en uitgebuit. Historici die hiernaar vanaf eind 20e eeuw onderzoek hebben gedaan, onderschrijven die opvatting niet. De meesten van hen, inclusief die uit Noord-Brabant, beantwoorden de vraag of het voor de bevolking veel zou hebben uitgemaakt wanneer Staats-Brabant een volwaardige provincie was geworden met: 'waarschijnlijk weinig of niets'. Hun onderzoek heeft geleid tot het inzicht dat de verarming van de bevolking van Staats-Brabant twee hoofdoorzaken kende: het decennialange oorlogsmolest als gevolg van oorlogen tegen Frankrijk en de verslechterde conjunctuur, in het bijzonder door de crisis in de landbouw en de achteruitgang van de Hollandse wereldhandel.[26][27]

Franse Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

De protestantse Napoleonskerk in Oisterwijk uit 1810

In 1794 viel Frankrijk de Republiek der Verenigde Nederlanden binnen en veroverde Staats-Brabant. Nederlandse patriotten, die de ideeën van de Franse Revolutie steunden, wisten te bewerkstelligen dat Nederland niet ingelijfd werd bij Frankrijk. Zo ontstond de Bataafse Republiek, in werkelijkheid een Franse vazalstaat. Bij het Haags Verdrag van 16 mei 1795 stond Frankrijk het veroverde Staats-Brabant af, waarbij werd bepaald dat het gebied onder de naam Bataafs-Brabant een positie zou krijgen die gelijkwaardig was aan die van de andere gewesten. De enclaves die niet bij het generaliteitsgebied behoord hadden, werden door Frankrijk verkocht aan de Bataafse Republiek, die deze zogenaamde Gecedeerde Landen niet toevoegde aan Bataafs-Brabant. Het betrof Gemert, Ravenstein, Boxmeer, Megen, Oeffelt, Bokhoven, Luyksgestel en Huijbergen.[28][29]

Tijdens de Franse Tijd, die toen aanbrak en duurde tot 1813, is de bestuurlijke indeling van het gebied een aantal malen ingrijpend gewijzigd. Na de staatsgreep van 1798 werd een centralistische Staatsregeling opgesteld waarin het grondgebied van Bataafs-Brabant werd verdeeld over twee departementen. Het oostelijk deel, met de naam Departement van de Dommel, liep vanaf Tilburg naar het oosten tot voorbij Nijmegen. Het westelijk deel heette Departement van de Schelde en Maas en omvatte ongeveer de Zeeuwse eilanden, het gedeelte van Holland ten zuiden van de Maas en het westelijk deel van Bataafs-Brabant. De Staatsregeling functioneerde slecht en werd in 1802 vervangen door een regeling waarin de oude grenzen van het departement Bataafs-Brabant werden hersteld. Op 26 september 1805 werden de Gecedeerde Landen alsnog aan het departement toegevoegd.[29]

Na de oprichting van het koninkrijk Holland in 1806 kreeg Bataafs-Brabant een nieuwe naam: departement Brabant. Het grondgebied werd uitgebreid met enige plaatsen die voorheen bij andere departementen hadden behoord, waardoor de Maas de noordelijke grens werd. Het betrof onder andere Willemstad, Klundert, Geertruidenberg en Made, Zevenbergen, Hoge en Lage Zwaluwe, en Heusden. Twee jaar later werd Luyksgestel, dat behoorde tot het departement Nedermaas, geruild tegen Lommel.[29]

Koning Lodewijk Napoleon werd in Brabant populair. Tijdens een lange inspectiereis door het departement in 1809 bood hij steun en geld aan tijdens een choleraepidemie in het dorp Aarle en bij enkele grote overstromingen. Ook verleende hij stadsrechten aan Tilburg, Roosendaal en Oosterhout. Daarnaast gaf hij veel kerken terug aan de katholieken. Protestanten die hun kerk zo kwijt raakten schonk hij geld voor de bouw van nieuwe kerkjes, nu bekend als Napoleonskerkjes.[28]

In 1810 lijfde keizer Napoleon Bonaparte het gebied ten zuiden van de Waal in bij het Eerste Franse Keizerrijk. Enkele maanden later was de rest van Nederland aan de beurt. Het voormalige departement Brabant werd in twee delen gesplitst. Het deel ten westen van de Donge werd toegevoegd aan het Zuid-Nederlandse departement Twee Neten, dat al deel uitmaakte van Frankrijk vanaf 1795. Het oostelijk deel van het departement werd samen met een deel van departement Gelderland omgezet in een nieuw Frans departement, Monden van de Rijn.[29]

Negentiende eeuw (na 1815)[bewerken | brontekst bewerken]

Nederland in 1815-1830
Het legerkamp in Rijen

Na de val van Napoleon in 1815 besloten de overwinnaars op het Congres van Wenen de voormalige Bataafse Republiek samen te voegen met de Oostenrijkse Nederlanden tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het oude hertogdom Brabant werd hierdoor niet langer door een landsgrens doorsneden. Het werd verdeeld in drie provincies: Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant. Aanvankelijk werden de voormalig Hollandse gebieden van Bataafs-Brabant bij de provincie Zuid-Holland gevoegd en een aantal voormalige enclaves bij de provincie Gelderland. In de periode 1814-1818 werden de oude grenzen nagenoeg hersteld waardoor de provincie Noord-Brabant de Maas als noordgrens kreeg.[29]

De hereniging van de Brabantse gebieden eindigde door het uitbreken van de Belgische Opstand in september 1830. Koning Willem I legerde een troepenmacht van 50.000 man in Noord-Brabant. Het leger ondernam in 1831 de succesvolle Tiendaagse Veldtocht, maar moest zich onder internationale druk terugtrekken. De koning weigerde de Belgische onafhankelijkheid te accepteren en hield het leger in Noord-Brabant tot 1839 op volle sterkte. Dit betekende dat er buiten de garnizoenssteden veel militairen waren ingekwartierd bij burgers en in grote tentenkampen bij Rijen en Woensel. Zij stonden onder bevel van de Prins van Oranje – de latere koning Willem II – die in deze periode een bijzondere band met Brabant opbouwde.[30]

Nederland erkende de Belgische onafhankelijkheid in 1839, en vier jaar later werd in het verdrag van Maastricht de grens tussen België en Nederland vastgesteld. Daarbij vormde de situatie in Baarle een probleem, door de tientallen enclaves en de vele exclaves in het dorp. De onderhandelaars slaagden er niet in tot overeenstemming te komen hoe de grens wat meer recht te trekken. Men besloot daarom vast te houden aan de chaotische situatie uit de late middeleeuwen.

1rightarrow blue.svg Zie Enclavegeschiedenis van Baarle voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie hersteld, waarmee in Nederland vijf bisdommen werden ingevoerd waarvan twee in Noord-Brabant. De Rooms-Katholieke Kerk manifesteerde zich sterk in de provincie. Katholieke kloosterorden richtten zich op de ziekenzorg en het onderwijs en bereikten daarin een dominante positie. De kerk wist zich daarnaast in vrijwel alle maatschappelijke organisaties de functie 'geestelijk adviseur' te verwerven. Op deze wijze verzekerde de Katholieke Kerk zich van een overheersende rol in zowel het publieke als het persoonlijke leven van veel katholieken.[31]

In diezelfde tijd kwam in Noord-Brabant de industrialisatie op gang. Dat proces begon in de textiel, waar de bestaande proto-industrie zich ontwikkelde tot een industrie waarin fabrieksmatig werd geproduceerd. De voornaamste centra waren Tilburg, Goirle, Helmond, Geldrop, Eindhoven en Gemert. Daarna volgden andere al aanwezige nijverheidssectoren als de leder- en schoenenindustrie, die zich concentreerde in de Langstraat en uitlopers had naar onder andere Gilze-Rijen en Moergestel. Ook de sigarenindustrie kwam tot bloei, voornamelijk in Eindhoven, Valkenswaard en Roosendaal. In de Meierij van 's-Hertogenbosch (Liempde, Sint-Oedenrode, Best en Schijndel) ontwikkelde zich een klompenindustrie. Met de komst van Philips naar Eindhoven in 1891 ontstond in Noord-Brabant ook een maakindustrie. In 1892 werd in Budel een zinkfabriek opgericht.[32]

Twintigste eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

De Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in Breda, gebouwd in 1890, gesloten in 1966 en afgebroken in 1967

In de periode eind 19e/begin 20e eeuw kreeg de Brabantse landbouw een impuls door de oprichting van landbouwcoöperaties, met name de NCB. Door toenemende doelmatigheid verminderde de werkgelegenheid in de landbouw. Wel werd de voedingsmiddelenindustrie steeds belangrijker. Veghel werd het centrum hiervan, met vestigingen van onder andere de CHV en DMV. Op de kleigebieden in west Noord-Brabant ontstond een omvangrijke suikerbietenteelt met een daaraan gerelateerde suikerfabriek in Dinteloord.[33]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Noord-Brabant op 10 mei 1940 binnen een dag veroverd. De Peel-Raamstelling aan de oostzijde van de provincie viel vrijwel zonder strijd en Duitse luchtlandingstroepen veroverden de Moerdijkbrug zonder veel weerstand te ondervinden. Het einde van de oorlog kwam, als gevolg van de operatie Market Garden, eerder dan in de provincies boven de rivieren. Alleen het land van Altena moest wachten tot 1945 om bevrijd te worden.[34]

Na de oorlog werd de oorlogsschade aan de industrie en de infrastructuur met succes hersteld tijdens de Wederopbouw. Aan het eind van die periode daalde de werkgelegenheid in de traditionele industrie echter sterk en veel bedrijven beëindigden hun activiteiten. De neergang was onder meer het gevolg van de groeiende concurrentie uit het buitenland. Na de oprichting van de EEG in 1957 vervielen allerlei handelsbelemmeringen, waarvan vooral Italiaanse textiel- en schoenproducenten profiteerden. Ook van buiten de EEG nam de invoer toe, met name uit lagelonenlanden en uit opkomende economieën als Japan en Zuid-Korea. Daardoor kwamen ook moderne industrieën in de problemen. Om te kunnen overleven moest Philips in 1990 een grote reorganisatie doorvoeren, genaamd Operatie Centurion.[35] DAF vroeg in 1993 faillissement aan en werd na een doorstart overgenomen.[36]

Tegelijkertijd voltrokken zich grote maatschappelijke veranderingen. Na de oorlog ontstonden overal in Nederland twijfels over de verzuiling, ook in Noord-Brabantse katholieke kringen. Deze twijfel kwam onder meer voort uit de tijden van het verzet tegen de Duitse bezetting, waar vaak over de grenzen van de zuil met elkaar werd samengewerkt. Later begonnen organisaties op kerkelijke grondslag hun vanzelfsprekendheid te verliezen door de opbouw van de verzorgingsstaat. Uiteindelijk resulteerde dat proces in een massale geloofsafval wat ertoe leidde dat veel kerken in de provincie aan de eredienst werden onttrokken. Veel kerkgebouwen kregen een andere bestemming, maar vele tientallen werden afgebroken.[31][37][38]

In de laatste decennia van de 20e eeuw groeide de intensieve veehouderij in Noord-Brabant sterk, met als koplopers de varkens- en pluimveehouderij. Hiermee werd de provincie een gebied met een grote veedichtheid; in het jaar 1999 herbergde Noord-Brabant 29 miljoen kippen en 4,5 miljoen varkens.[39][40]

Eenentwintigste eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

In reactie op de massaontslagen bij DAF, Philips en hun toeleveranciers sloten 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant zich aaneen als Metropoolregio Eindhoven. Ze brachten een werkkapitaal van circa 3 miljoen euro bijeen en verwierven een Europese 'Stimulus'-subsidie van circa 180 miljoen euro. Onder de noemer 'Brainport' stimuleerde de Metropoolregio intensieve samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Daarnaast werden op grote schaal bedrijfsterreinen opgeknapt en nieuwe ontwikkeld, en kregen nieuwe bedrijfjes kansen in verzamelgebouwen. Dat resulteerde in honderden projecten en ruim 30.000 cursusplaatsen. Er kwam een instroom van buitenlandse bedrijven op gang en mede daardoor ontwikkelden zich nieuwe groeisectoren zoals automotive, design en zakelijke dienstverlening. Brainport Regio Eindhoven ontving in 2016 de status van mainport en was in 2018 qua groei de tweede economische regio van Nederland, na de regio Amsterdam.[41][42][43]

Geografie[bewerken | brontekst bewerken]

Ligging[bewerken | brontekst bewerken]

Het deel van Nederland dat boven zeeniveau is gelegen

Noord-Brabant grenst in het noorden aan de provincies Zuid-Holland en Gelderland, in het westen aan Zeeland, in het oosten aan Limburg, en in het zuiden aan de Belgische provincies Antwerpen en Limburg. Behalve Gelderland en Overijssel heeft geen andere Nederlandse provincie zoveel 'buren'. Met een landoppervlak van 5.081 km² is Noord-Brabant in grootte de tweede provincie van Nederland, na Gelderland.

Noord-Brabant heeft zich dankzij zijn ligging een belangrijke logistieke doorgangsfunctie kunnen verwerven, zowel naar het zuiden (België) als naar het oosten (Duitsland). West Noord-Brabant (2018) en de regio Tilburg-Waalwijk (2019) zijn benoemd tot de logistieke hotspots van Nederland. Ook de regio's Oss-Veghel-‘s-Hertogenbosch (plaats 7) en Eindhoven-Helmond (plaats 8) vallen onder de top 10 logistieke regio's van Nederland. Niet alleen het vrachtverkeer over de weg, maar ook de binnenvaart profiteert hiervan.[44]

Fysieke kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Natuur

Noord-Brabant is relatief vlak en bestaat voor het overgrote deel uit dekzandgebieden, doorsneden door beekdalen. Het riviergebied aan de noord- en de westgrens heeft rivierklei en in het noordwesten zijn restanten te vinden van het vroegere Hollandveen. Net als in de oostelijke provincies het geval is, ligt het grootste deel van Noord-Brabant boven zeeniveau. De grote hoeveelheden woeste gronden uit het verleden zijn grotendeels in cultuur gebracht, voornamelijk als bos en landbouwgrond.

Enkele stuifzand- en heidegebieden zijn bewaard gebleven, zoals in de Loonse en Drunense Duinen, de Strabrechtse Heide en de Kampina. In het oosten van de provincie bevinden zich enkele hoogveenrestanten in de verschillende reservaten van de Peel. Verder zijn er diverse boswachterijen in Noord-Brabant.

Noord-Brabant is de provincie met de meeste nationale parken van Nederland. De vier parken bevinden zich verspreid over de provincie. Naast de nationale parken worden er in de provincie 21 gebieden beheerd als Natura 2000 biotoop.[45] Tevens heeft de provincie het enige Nederlandse UNESCO biosfeergebied, Maasheggen bij Vierlingsbeek.[46]

Infrastructuur

Er stromen drie grote rivieren door Noord-Brabant, de Waal, de Merwede en de Maas, en een groot aantal kleinere rivieren en beken. Deze rivieren bieden voor de steden uit de omgeving kansen tot welvaart, maar brengen ook overstromingsrisico's met zich mee. In Willemstad en Heijningen zijn de sporen van de Watersnoodramp 1953 na een halve eeuw nog zichtbaar.

De provincie heeft twee grote kanalen, de Zuid-Willemsvaart die een noord-zuid richting heeft en het Wilhelminakanaal met een oost-west oriëntatie. Langs de westgrens loopt het Schelde-Rijnkanaal dat Antwerpen verbindt met Rotterdam. Noord-Brabant kent nog een groot aantal kleinere kanalen die een verbinding vormen met een van de grotere kanalen zoals het Beatrixkanaal en het Máximakanaal, of dienen als afwateringskanaal.

Noord-Brabant is door twaalf rijkswegen verbonden met verschillende delen van het land. De drukst bereden wegen zijn de A2, de A27, de A50, de A58, de A59 en de A67. Daarnaast bestaan er tientallen provinciale wegen, waarvan er enkele met een grote verkeersstroom, zoals de N69 van Eindhoven naar de Belgische grens bij Lommel.

In de provincie zijn zes vliegvelden gelegen. Daarvan zijn er drie die uitsluitend een militaire bestemming hebben, Vliegbasis Gilze-Rijen, Vliegbasis Volkel en Vliegbasis Woensdrecht. Eindhoven Airport wordt zowel voor militaire als voor burgerluchtvaart gebruikt; het is de grootste regionale luchthaven van Nederland. De twee andere vliegvelden, Breda International Airport (Seppe) en Kempen Airport, hebben een geringe verkeersomvang.

Landstreken[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van Nederlandse streken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Noord-Brabant kent een aantal aaneengesloten geografisch gebieden met een bepaald taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel karakter, al dan niet erkend door de officiële instanties. Sommige van deze zogenaamde streken vallen samen met bestuurlijke regio's of gemeenten. Ook hebben in het verleden sommige streken een bestuurlijke status gehad. Vaak is er overlap tussen streken en kunnen kleinere streken in grotere vervat zitten. Enkele streken liggen niet alleen in Noord-Brabant, maar strekken zich ook uit over naastgelegen provincies of België. De bekendste streken van Noord-Brabant zijn:

Bestuur[bewerken | brontekst bewerken]

Provincie[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Politiek in Noord-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Provinciale Staten van Noord-Brabant
Zetelverdeling 2019-2023
5
2
5
3
5
2
1
1
8
10
9
4
10 
De 55 zetels zijn als volgt verdeeld:

De provincie Noord-Brabant vormt de bestuurslaag tussen de rijksoverheid en de Noord-Brabantse gemeenten. Aan het hoofd van de provincie staan de Provinciale Staten van Noord-Brabant. De staten tellen 55 leden, die gekozen worden bij de vierjaarlijkse provinciale verkiezingen. De staten vormen het algemeen bestuur van de provincie en kiezen een dagelijks bestuur, het College van Gedeputeerde Staten (GS). Het college bestaat uit de gekozen gedeputeerden, onder voorzitterschap van de commissaris van de Koning van Noord-Brabant. De gedeputeerden treden tegelijk af met de leden van Provinciale Staten. De commissaris wordt niet gekozen door de inwoners van de provincie, maar benoemd door de Kroon. De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming.

De provincie heeft specifieke bevoegdheden en taken op een aantal onderwerpen, zoals ruimtelijke ordening, milieubescherming en cultuur. Daarnaast houdt de provincie toezicht op de gemeenten en speelt ze op veel gebieden een coördinerende rol in de samenwerking die gemeenten hebben met elkaar en andere instanties.

Samenwerkingsregio's[bewerken | brontekst bewerken]

De provincie kent een aantal samenwerkingsregio's. Daarin werken gemeenten samen met overheidsinstellingen als provincie, waterschappen, en politie. Ook met private marktpartijen en kennisinstellingen wordt veelvuldig samengewerkt. Afhankelijk van het doel van de samenwerking kan de samenstelling van de regio's variëren. De belangrijkste vormen van samnenwerking zijn: bestuurlijke regio's en veiligheidsregio's.

Noord-Brabant kent vier bestuurlijke regio's waarin de provincie samenwerkt met gemeenten: West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. Bij de samenwerking zijn de waterschappen betrokken die in de provincie werkzaam zijn: Aa en Maas, De Dommel, Brabantse Delta en Rivierenland. Aandachtsgebieden bij de samenwerking zijn Economie, Ruimte en mobiliteit, Energie, Klimaat, Transitie landbouw, en Voedsel en gezondheid. De indeling is niet geheel strak: het Zeeuwse Tholen maakt deel uit van de bestuurlijke regio West-Brabant, en Heusden is lid van twee bestuurlijke regio's, Midden-Brabant en Noordoost-Brabant.

De provincie heeft daarnaast onder de naam Brabantstad een samenwerkingsverband met de vijf grootste steden van Noord-Brabant, Eindhoven, Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch en Helmond. De regio waarin dit verband opereert, wordt door planologen en stedenbouwkundigen wel aangeduid als de Brabantse Stedenrij. Doel van de samenwerking is een stedelijk netwerk te vormen dat zich ontwikkelt tot een toonaangevende kennisregio. Er wordt samengewerkt op economisch, ruimtelijk, sociaal en cultureel terrein.

De regio's werken, los van de provincie, vaak ook samen met marktpartijen als bedrijven en kennisinstellingen. Soms gebeurt dat onder een andere naam. Zo werken de gemeenten van Midden-Brabant samen onder de naam Hart van Brabant, en noemen de gemeenten van Zuidoost-Brabant zich Metropoolregio Eindhoven.

Er zijn in Noord-Brabant drie veiligheidsregio's waarin gemeenten samenwerken met verscheidene instanties, te weten Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Veiligheidsregio Brabant-Noord en Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. De veiligheidsregio's hebben de status van een openbaar lichaam, met taken op het terrein van brandweerzorg, rampen- en crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid. De gemeenten werken per veiligheidsregio samen met de brandweer en de GHOR. De politie is, zoals ook in andere provincies, officieel geen onderdeel van de veiligheidsregio's, maar neemt wel deel aan het veiligheidsberaad.

Gemeenten[bewerken | brontekst bewerken]

Met gemeentelijke herindelingen in de jaren negentig is het aantal gemeenten in Noord-Brabant drastisch teruggebracht. Sindsdien kent de provincie 62 gemeenten, waarmee het de gemeentenrijkste provincie van Nederland is. Deze gemeenten zijn:


Provincie Noord-Brabant, gemeenten (2016)

Cultuur[bewerken | brontekst bewerken]

Brabantse immateriële cultuur erkend door UNESCO[bewerken | brontekst bewerken]

Noord-Brabant kent diverse tradities die specifiek zijn voor Noord-Brabant. Deze gebruiken zijn opgenomen in de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de Unesco:[47]

Musea[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van musea in Noord-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp

Noord-Brabant kent een divers aanbod van grote en kleine musea die zich richten op kunst, cultuur, religie, industrie en natuur. Uit onderzoek van Kunstloc Brabant blijkt 124 musea in Noord-Brabant jaarlijkse bijna 2 miljoen bezoekers ontvangen. De top 10 best bezochte musea, omstreeks 2015, in Noord-Brabant zijn:

1. Het Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch

2. Van Abbemuseum, Eindhoven

3. Oorlogsmuseum Overloon

4. Stedelijk Museum Breda

5. Design Museum Den Bosch

6. De Pont, Tilburg

7. Markiezenhof, Bergen op Zoom

8. Natuurmuseum Brabant, Tilburg

9. Eindhoven Museum

10.TextielMuseum, Tilburg

[48]

Theater en concertzalen[bewerken | brontekst bewerken]

Ook beschikken enkele steden over een groot theater zoals het Chassé Theater in Breda en Parktheater Eindhoven. Tilburg en 's-Hertogenbosch hebben meerdere theaters met kleinere zalen. Tilburg heeft o.a. Theaters Tilburg en Theater De Nieuwe Vorst. In 's-Hertogenbosch zijn o.a. Theater aan de Parade en de Verkadefabriek populair. In middelgrote steden en dorpen zijn ook vaak kleinere theaters (tot 700 zitplaatsen) te vinden.

Grote, gerenommeerde poppodia als 013 in Tilburg, dat beschikt over de grootste zaal van poppodia in Nederland, en de Effenaar in Eindhoven bieden concerten aan van grote artiesten. Sinds 2019 heeft ook 's-Hertogenbosch een eigen evenementenzaal, genaamd Mainstage. Dit podium is onderdeel van evenementenaccommodatie Brabanthallen, maar richt zich specifiek op grootschalige live entertainment- en muziekshows.

Kleinere podia zoals Mezz, w2 Concertzaal, Gebouw T, Groene Engel en Concertzaal Tilburg bieden concerten aan van opkomende artiesten of grotere namen in intieme setting. Ook de middelgrote steden en dorpen hebben vaak podia (tot 700 staanplaatsen) tot hun beschikking. Kleinere steden en dorpen kunnen echter minder snel op subsidie rekenen, waardoor ze veelal afhankelijk zijn van vrijwilligers.

De Kubuswoningen in Helmond
Vincent Van Goghhuis in Zundert

Taal[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Brabants voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Brabants is, samen met het Hollands, de belangrijkste pijler geweest in het ontstaan van het Standaardnederlands in de 16e en 17e eeuw. Hierbij heeft het Brabants voornamelijk de spelling, en het Hollands vooral de uitspraak beïnvloed. Gedurende de Gouden Eeuw verloor het Brabants aan gewicht door de politieke ontwikkelingen. In 2020 vormt het Brabantse dialect in zijn vele regionale varianten, of tenminste de tongval, een typisch onderdeel van de identiteit van de Brabander. De Brabantse dialecten zijn niet erkend noch genieten zij enige bescherming.

Het Noord-Brabants accent heeft overeenkomsten met het Belgisch-Nederlands; dit omdat het Brabants, als meest talrijke dialectgroep in Vlaanderen, daar de gesproken taal is blijven beïnvloeden. Het Brabants accent is voor de meeste Nederlandstaligen redelijk te volgen; voor het Brabants dialect echter, zeker zoals dit gesproken wordt in het uiterste westen en oosten van de provincie, is dit meestal niet het geval.

Het Brabants Dagblad, het Eindhovens Dagblad en BN/DeStem hielden in het voorjaar van 2005 een gezamenlijke verkiezing van "Brabants mooiste woord", om het dialect extra aandacht te geven. Zesduizend lezers stuurden hun persoonlijke voorkeuren in. Een jury bestaande uit de taal- en dialectdeskundigen Wim Daniëls, Jos Swanenberg en Hans Heestermans beoordeelde de inzendingen en benoemde de afscheidsgroet "Houdoe" tot winnaar. De jury stelde het volgende "rèèike" (lijst) van de 10 meest gewaardeerde Oost-Brabantse woorden op:

Brabants Vertaling Klassering
Aanrijden Vertrekken  
Affeseren Haast maken, opschieten  
Bedinnen Relaxen, even niet zeuren  
Durske Deerne, meisje derde plaats
Golliepaop Scheldwoord; "gollie paop" = "Gallische Paus", naar de Franse pausen uit de 14e eeuw.  
Grieselen Harken  
Houdoe Afscheidsgroet; "houd oe" = "houd je (goed)" eerste plaats
Meepesant En passant, tegelijkertijd tweede plaats
Petazzie Stamp (stamppot)  
Schottelslet Vaatdoekje  
Tesnuzzik Zakdoek  
Zibbedeeske Een verlegen, beetje zeurderig, beetje sullig oud vrouwtje  

Noordwest-Brabanders kennen van deze lijst vaak alleen het woord "Houdoe", hoewel in het Noordwest-Brabants de "h" wordt weggelaten. De andere woorden komen uit Oost-Brabant.

Niet in de gehele provincie wordt Brabants gesproken. In de zogenaamde Westhoek, ofwel het grootste deel van de gemeente Moerdijk, spreekt men Westhoeks, een in essentie Hollands dialect (met Brabantse trekken). In het Land van Cuijk, het noordoosten van de provincie, spreekt men een variant van het Kleverlands (net als in aangrenzende delen van Gelderland en Limburg). In de gemeente Cranendonck spreekt men een dialect dat verwant is aan het West-Limburgs. Er zijn verschillende gebieden aan de andere kant van de provinciegrens, die, doordat ze op een grote Brabantse stad zijn gericht, dialecten kennen met zekere overeenkomsten met het Brabants, zo onder andere: de Bommelerwaard.

Tradities en gebruiken[bewerken | brontekst bewerken]

Carnavalswagen

Carnaval in Noord-Brabant Carnaval is een belangrijk feest in Noord-Brabant. Tal van carnavalsverenigingen zijn actief, onder meer met het vervaardigen van vaak fraai uitgevoerde wagens voor de carnavalsoptocht. Een Skoon Vrouwkesavond en een Boerenbruiloft in traditionele kostuums (zoals de poffer) maken vaak deel uit van de carnavalsviering, die op 11 november al aanvangt met de prinsverkiezing. In Brabant wordt voornamelijk Bourgondisch carnaval gevierd.

Een carnavalsmis, tonproaters, De benoeming van de Raad van Elf en Aswoensdag, zijn eveneens onderdeel van de festiviteiten.

Hoewel het carnaval teruggaat tot oeroude gebruiken, is er geen continuïteit in te vinden, want zowel de reformatorische autoriteiten als later de katholieke geestelijkheid bestreden dit gebruik.

De huidige carnavalsvieringen gaan terug tot de jaren dertig. Ieder dorp of stad heeft tijdens carnaval een carnavalsnaam, waarvan "Oeteldonk" voor 's-Hertogenbosch wel de bekendste is. Veelal hebben de Carnavalnamen een cultuurhistorische betekenis voor het dorp of stad. Een voorbeeld hiervan is het dorp Kaatsheuvel, wat de Carnavalsnaam Turfstekerslaand krijgt doordat er veel turf gewonnen werd in de streek.

Carnaval wordt gezien als regionaal feest, maar trekt ook veel mensen vanuit andere streken van Nederland en buitenland. In Noord-Brabant wordt het typisch Brabantse kruidenlikeurtje Schrobbelèr veel gedronken tijdens carnaval. Voor lucratieve motieven wil men plaatselijke producten aan carnaval verbinden. Een bekende voorbeeld hiervan is de Bavariareclame, waar onder de slogan #Carnavalvrij op ludieke wijze aandacht wordt gevraagd voor het feest.

De verkoop van worstenbrood kent ook pieken gedurende Carnaval[49], en wordt dus gerekend als typische carnavalssnack.

Verenigingsleven

Het verenigingsleven is in veel plaatsen en dorpen van belang. Oorspronkelijk vaak geïnitieerd door de rooms-katholieke kerk en ook wel door bedrijven of ontstaan vanuit lokale initiatieven, kent men onder meer veel muziekgezelschappen, majorettekorpsen, toneelverenigingen en dergelijke. Daarnaast is in vrijwel iedere plaats een heemkundekring actief.

Optochten in Brabant

Driekoningen is een lichtjesfeest dat vooral in Midden-Brabant nog gevierd wordt. Ieder jaar op 6 januari gaan kinderen in kleine groepjes langs de deuren om driekoningenliedjes te zingen. In ruil daarvoor hopen ze wat snoep of geld te krijgen.[50]

Hoewel processies niet veel meer worden gehouden zijn er tal van bedevaartsoorden die worden bezocht, zoals dat van Handel. Veel wegkapelletjes zijn of worden weer heropgericht, ook in de 21e eeuw, vaak op initiatief van de gilden. De kapelletjes worden veelal door de buurt onderhouden en soms druk bezocht door troost zoekende mensen. Een openluchtmis, vaak in aanwezigheid van het plaatselijke gilde in vol ornaat, vindt soms jaarlijks bij een buurtkapel plaats.

Bloemencorso Zundert 2014

De bloemencorso's te Zundert en Valkenswaard krijgen internationale aandacht.

De optochten zijn onderdeel van het Unesco immaterieel erfgoed van Nederland. Het bloemencorso in Zundert is tevens het grootste bloemencorso ter wereld.

Ook de cultuur-historische optocht in het kader van de Brabantsedag te Heeze vormt een jaarlijks spektakel.

De Carnavalsoptochten met praalwagens worden in ieder dorp en iedere stad georganiseerd. In Bergen op Zoom worden met enige regelmaat Internationale Reuzenstoeten georganiseerd.

Valkeniersverleden nog zichtbaar in Raveleijn

Ons-kent-Ons mentaliteit Het achterom binnenkomen is een typisch Brabants iets, Vooral in dorpen is het gewoon als men niet via de voordeur maar via de achterdeur binnen komt. Het landelijk gebied heeft een hogere sociale controle. Er is sprake van een "ons-kent-ons-mentaliteit", omdat mensen in kleinere streken al sneller op elkaar zijn aangewezen.

De oorsprong van sociale controle wordt vaak gezocht in het Rijke Roomse Leven.

Dat de achterpoort en achterdeur open staat voor eenieder, is in het verstedelijkt gebied wel minder gewoon.

Schuttersgilden en Valkeniers De schuttersgilden, getooid in fraaie kostuums, maken deel uit van een traditie die soms terugvoert tot de middeleeuwen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog bloeiden deze gilden op, en ook tegenwoordig bezit ieder dorp er wel een of meer. Noord-Brabant staat ook bekend om zijn valkeniers. Van oudsher verzorgden en verkochten Brabanders valken voor de jacht. In Noord-Brabant staan Valkenswaard, Leende en Leenderstrijp bekend om hun Valkeniers. De valken worden ook veel gebruikt in vogelshows, waaronder in Beekse Bergen in Hilvarenbeek en Ravelijn in Kaatsheuvel.

Valk met Kap

Ook Dierenpark De Oliemeulen in Tilburg en Falconcrest in Eindhoven laten bezoekers kennismaken met de Brabantse valkerij.

Bourgondische levenswijze De Bourgondische levenswijze, veelvuldig onder de aandacht gebracht door Brabantia Nostra en, na de Tweede Wereldoorlog, door de toeristenindustrie, voert terug tot de bloeiperiode die Brabant heeft gekend omstreeks het einde van de 15e eeuw. Uiteraard spelen de Brabantse koffietafel en lokale lekkernijen als de Bossche bol en het Brabants worstenbroodje daarbij een rol. Toch hebben vele Brabanders gedurende de periode dat Brabant een generalisatieland was van de republiek, armoede gekend.

Volkslied[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Brabants volkslied voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De provincie Noord-Brabant kent als enige provincie in Nederland geen eigen volkslied. Meerdere initiatieven tot stemming daarover zijn genomen, maar telkens zonder besluit. Bij Koninginnedag 2007 in 's-Hertogenbosch werd het lied Brabant van Guus Meeuwis aangekondigd als het Brabants volkslied. Dit had evenmin een 'officieel' karakter, al was het bijvoorbeeld omdat er in die gezongen versie verwijzingen waren naar gebouwen in 's-Hertogenbosch zoals De Moriaan. In het najaar van 2006 vond een enquête over dit onderwerp plaats door bureau Intomart, onder een representatieve groep Brabanders. Daaruit kwam naar voren dat een ruime meerderheid van de Brabanders geen behoefte heeft aan een Brabants volkslied.[bron?]

Gedeputeerde Staten hebben op basis hiervan, in overleg met Provinciale Staten, besloten dat zij geen verdere stappen op dit terrein meer zullen ondernemen.

Religie[bewerken | brontekst bewerken]

Oudenbosch Basiliek - één Nederlandse kopie van de St.Peter
Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch

Vanaf ongeveer 1900 en vooral na de Eerste Wereldoorlog verzuilde Noord-Brabant sterk (evenals de rest van Nederland). Bijna het gehele openbare leven zoals scholing, gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding werd door de katholieke verenigingen, vakbonden, etc. beheerst. Dit wordt ook wel het Rijke Roomse Leven genoemd.

Anno 2014 is iets minder dan de helft (49,6%) van de Brabanders katholiek, er is een kleine minderheid 5 % protestanten, 4 % moslims en 40% heeft geen of een overig gezindte.[1]

Overigens heeft Noord-Brabant na Limburg de meeste katholieken van Nederland.[bron?] Door de terugloop aan kerkbezoek, wordt er andere invulling gezocht voor diverse kerkgebouwen. Diverse kerken zijn omgebouwd tot woningen, waaronder Kerkwoningen in Waalwijk.

Het Land van Heusden en Altena en de dorpen Sprang-Capelle en 's Gravenmoer zijn grotendeels protestants en vormen hiermee een uitzondering op de rest van de provincie.[51]

Oudenbosch als centrum van de Zoeaven

Als onderdeel van het Bisdom Breda, kreeg Oudenbosch een centrale rol in het opvangen van Nederlandse Zoeaven. De Zoeaven-beweging was echter geen strikt zuidelijk fenomeen. Uit heel Nederland verzamelden jonge katholieken zich in Oudenbosch, om vervolgens te vertrekken naar Rome.[52] In Oudenbosch is een monument opgericht voor de Nederlandse Zoeaven die zijn gesneuveld in de Oorlog. Hier vlakbij is het Nederlands Zouavenmuseum gevestigd.

Katholieke invloed op de culinaire ontwikkeling

Het katholieke geloof heeft ook invloed gehad op de culinaire ontwikkeling in de provincie. In Noord-Brabant worden nog altijd de enige twee Nederlandse trappistenbieren gebrouwen in Abdij Koningshoeven en Abdij Maria Toevlucht.[53] Ook het enige[[54]] norbertijnenbier in Nederland wordt in Heeswijk gebrouwen in de Abdij van Berne.[55] Er is nog één Norbertijnengemeenschap actief in Nederland. Deze gemeenschap heeft de Abdij van Berne in Heeswijk als hoofdvesting en priorijen in Tilburg, Oosterhout en Hierden.

De Norbertinessen in Oosterhout vormen het oudste Nederlandse vrouwenkloostergemeenschap Sint-Catharinadal [56] Ze zijn gevestigd in De Blauwe Camer, een slot midden in de 'Heilige Driehoek' van de stad. De Norbertinessen maken zogeheten 'nonnenwijn' uit hun eigen wijngaard.

Een typisch noord West-Brabantse lekkernij zijn de Brabantse Antoniuskoeken. Het is een soort spijskoek met botercrème en chocolade.

Kunstschilders[bewerken | brontekst bewerken]

Gewoonlijk worden er twee groepen schilders onderscheiden, 'Hollandse Meesters' en 'Vlaamse Meesters'. Schilders uit het huidige Noord-Brabant worden ingedeeld in één van deze twee groepen. Toonaangevende schilders in de Brabantse Gouden Eeuw (rond 1500) waren Jheronimus Bosch, Pieter Brueghel de Oude en Petrus Christus. Gedurende de 16e eeuw waren Willem Key, Lucas Gassel en Jan Soens de bekendste kunstschilders, al waren ze voornamelijk actief in het buitenland.

In de 17e eeuw beleefde Holland zijn Gouden eeuw, maar werd er tegelijkertijd oorlog gevoerd in het zuiden van Nederland. Daarom was dit een minder vruchtbare periode voor de schilderkunst uit het zuiden van Nederland. Toch zijn de schilders Abraham van Diepenbeeck, Thomas Willeboirts Bosschaert en Theodoor van Thulden wel bekend geworden. Met name hun allegorie- en historiestukken zijn populair en hangen onder meer in het stadhuis van ’s-Hertogenbosch.[57]

In de 18e eeuw groeiden verschillende kunstschilders op in Tilburg, die zich met name specialiseerden in stillevens, zoals Adriaan de Lelie, Gérard van Spaendonck, Cornelis van Spaendonck, Josephus Augustus Knip en Henriëtta Geertrui Knip. Ook David Kleyne uit Bergen op Zoom, die zich toelegde tot het tekenen van schepen, kende succes.

In de 19e eeuw verkreeg Petrus van Schendel status met zijn kaarslichtscènes, terwijl tijdgenoot Jan Kruysen zich meer toelegde in religieuze onderwerpen.

In de 20e eeuw wist Jan Sluijters de aandacht te trekken met naaktschilderingen, experimenteel kleurgebruik en figuratieve kunst.

De bekendste schilder van Noord-Brabantse bodem is Vincent van Gogh. Verschillende Nederlandse musea zijn specifiek gericht op deze schilder, waaronder het Van Gogh Museum in Amsterdam, het Van Gogh Huis in Zundert en het Vincentre in Nuenen. Ook zijn er diverse gebouwen en kunst in de openbare ruimte in Noord-Brabant aangewezen als Van Gogh Monumenten.[58]

Ook wordt er gewerkt aan een Van Gogh Nationaal Park, beter bekend als Van Gogh NP. Volgens planning opent dit Nationaal Park in 2020.

Evenementen[bewerken | brontekst bewerken]

In vele (grote) plaatsen worden evenementen gehouden. Ook zijn er in de kleinere plaatsen en dorpen vaak jaarmarkten, braderieën, muziek- en sportevenementen of andere jaarlijks terugkerende evenementen. Iconisch voor de provincie is het carnaval, dat in alle steden en dorpen van de provincie gevierd wordt.

Sport[bewerken | brontekst bewerken]

Voetbal

Noord-Brabant is de thuisbasis van acht betaaldvoetbalclub. Dat is het grootste aantal van een enkele provincie in Nederland.[59] Drie clubs spelen in de Eredivisie, te weten PSV, Willem II en RKC Waalwijk. NAC Breda, FC Den Bosch, Top Oss, FC Eindhoven, Helmond Sport en Jong PSV spelen in de Eerste divisie.

Naast deze ploegen hebben ook andere clubs betaald voetbal gespeeld. Als laatste verdween RBC Roosendaal, na een faillissement in 2011. RBC heeft later een doorstart gemaakt en speelt sindsdien op amateurniveau.

In de Tweede divisie spelen twee Brabantse clubs: VV UNA en Kozakken Boys. In de zondagafdeling van Derde divisie spelen vijf Brabantse ploegen: Jong FC Den Bosch, UDI '19, JVC Cuijk, OJC Rosmalen en VV Dongen.

Vechtsport

Noord-Brabant kent enkele Europese en wereldkampioenen in de vechtsport. Bekende voorbeelden zijn Angelique Seriese, Anita Staps, Irene de Kok, Jan Snijders, Peter Aerts, Peter Snijders en Rico Verhoeven.

Schaatsen

Ireen Wüst, Gianni Romme zijn bekende schaatsers uit Noord-Brabant.

Wielrennen

Verschillende bekende wielrenners komen uit Brabant, onder wie Wim van Est, Wout Wagtmans, Rini Wagtmans, Adrie van der Poel, Bram Schmitz, Jean-Paul van Poppel, Jeroen Blijlevens, Johan van der Velde, Lars Boom en Stef Clement.

Zwemsport

Verreweg de bekendste Nederlandse zwemmer is Pieter van den Hoogenband.

Architectuur[bewerken | brontekst bewerken]

Architectuurstijlen uit Brabant[bewerken | brontekst bewerken]

In het hertogdom Brabant zijn enkele architectuurstijlen ontwikkeld, die in het huidige Noord-Brabant nog zichtbaar zijn in het straatbeeld. Architectuur van Brabantse bodem is ook buiten de provincie te vinden.

In zowel België als in Nederland, vindt men de Brabants Gotische stijl, die rond 1300 ontstaan is in de stad Mechelen. Veel kerken en stadhuizen in het voormalige hertogdom zijn in deze stijl gebouwd. Voorbeelden hiervan in Noord-Brabant zijn de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch, de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Breda en het stadspaleis Markiezenhof in Bergen op Zoom.

De Kempense gotiek is een andere Brabantse bouwstijl. De stijl ontstond in de 15e eeuw in de Kempen en wordt gekenmerkt door een sterke vereenvoudiging van de klassieke gotiek. Van de stijl, die buiten de Kempen weinig toepassing vond, zijn een aantal torens en slechts enkele kerken bewaard gebleven. Voorbeelden ervan in Noord-Brabant zijn de toren van de voormalige Sint-Michaëlkerk in Beek en Donk en de Sint Petrusbasiliek in Oirschot.

Een derde architectuurstroming die ontstond in Brabant is de Bossche School. De naam van de stroming is ontleend aan de driejarige Cursus Kerkelijke Architectuur die van 1946 tot 1973 werd gegeven in het Kruithuis te 's-Hertogenbosch. Aanleiding voor de cursus waren de vele kerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar waren beschadigd of geheel verwoest. De stroming heeft ook buiten de bouw van kerken navolging gevonden. Voorbeelden in Noord-Brabant zijn de Kerk van Onze Lieve Vrouw Koningin van de Vrede in Tilburg en het Sint-Janslyceum in 's-Hertogenbosch.

Bekende architecten uit Noord-Brabant[bewerken | brontekst bewerken]

Een aantal bekende architecten is geboortig uit Noord-Brabant of uit het deel van het hertogdom Brabant dat thans tot de provincie behoort.

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

Het bruto regionaal product van Noord-Brabant lag in 2019 op circa 116 miljard Euro, 15 procent van het bruto binnenlands product van Nederland. Daarmee is het – op provinciaal niveau – de derde grootste economie van Nederland, met alleen Noord-Holland (22%) en Zuid-Holland (21%) voor zich. Noord-Brabant is in Nederland koploper in de sectoren industrie en landbouw. In vrijwel alle andere sectoren behoort de provincie tot de top 3. Alleen in de sector zorgbedrijven valt Noord-Brabant daarbuiten.[39]

De economie in Noord-Brabant vertoont groei. Het aantal bedrijfsvestigingen steeg in de periode 2009-2018 van 181.870 naar 231.880, een toename van ruim 50.000 vestigingen. De omvang van de werkzame beroepsbevolking steeg in die periode van ongeveer 1,21 miljoen personen naar ruim 1,27 miljoen, een toename van bijna 63.000 personen. De stijging deed zich niet in alle bedrijfstakken voor. In de sectoren industrie, landbouw en bouw daalde het aantal banen enigszins. De groei deed zich voor in de sectoren handel en diensten. Vooral de sector niet-commerciële diensten groeide sterk, met een kleine 100.000 banen.[39]

Werkgelegenheid in Noord-Brabant in 2018
Regio Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Vestigingen Totale bevolking
West 330.451 319.030 57.180 631.425
Midden 247.372 239.021 43.950 475.225
Noord-Oost 340.740 328.478 56.110 654.820
Zuid-Oost 400.505 386.987 74.740 766.820
Totaal 1.319.068 1.273.516 231.880 2.528.280

Economische sectoren[bewerken | brontekst bewerken]

Dat Noord-Brabant een redelijk welvarende provincie is, komt mede door de concentratie van kwalitatief hoogwaardige industrie en de goede infrastructuur. West Noord-Brabant ligt gunstig tussen Antwerpen en Rotterdam, terwijl het oostelijke deel van de provincie goede verbindingen heeft met zowel de Randstad, als met België en Duitsland,. Op de ranglijst 'Logistieke Hotspot van het Jaar' stond in Nederland de regio Tilburg-Waalwijk in 2019 op de eerste plaats en West Noord-Brabant op de derde.[60]

Een belangrijke economische activiteit is de metaal- en elektronica-industrie die zich onder meer heeft ontwikkeld als spin-off van Philips. Philips zelf opereert succesvol op wereldniveau, evenals de afgesplitste bedrijven, het lichtconcern Signify en chipmaker NXP. Het uit een fusie voortgekomen ASML heeft een dominante plek veroverd in de wereld van de chipmachines. Ook buiten de electronica zijn Brabantse bedrijven actief in de maakindustrie, zoals vrachtwagenfabrikant DAF, Vanderlande met geautomatiseerde logistieke systemen en de VDL Groep met verscheidene metaalverwerkende dochterondernemingen.[39]

Het succes van Noord-Brabant op technologisch gebied is mede te danken aan de innovatiekracht in de provincie. Hoogwaardige technologische bedrijven, waaronder tientallen start-ups, vormen clusters op de acht open-innovatiecampussen die Noord-Brabant telt, waaronder de High Tech Campus Eindhoven. De uitgaven voor Onderzoek & Ontwikkeling – in 2016 zo'n 1200 Euro per inwoner – zijn structureel hoger dan die in de andere provincies. Brabantse bedrijven hebben in 2017 in totaal 3655 octrooi-aanvragen ingediend en daarmee stond de provincie in de Europese regionale top vijf.[60][61]

De landbouwsector, die onder politieke en sociale druk staat om de bedrijfsvoering te verduurzamen, neemt in Noord-Brabant een belangrijke plaats in. Vooral varkens- en kippenbedrijven en boomkwekerijen hebben een groot aandeel in de Nederlandse landbouw. In 2018 werd ongeveer 50 procent van de Nederlandse varkensstapel in Noord-Brabant gehouden, voor kippen was dat percentage 40 en voor het grondgebruik voor boomkwekerijen 47. Het aantal landbouwbedrijven in de provincie is in de periode 2009-2018 afgenomen van bijna 13.000 naar 9.600, een daling van 33 procent. Vooral in de glastuinbouw en varkenshouderij zijn veel bedrijven gestopt. In dezelfde periode vond echter een zodanige schaalvergroting plaats dat de productiecapaciteit op hetzelfde niveau is gebleven. Het aantal varkens is zelfs significant gestegen naar een niveau van bijna 6 miljoen in 2018.[39]

Het aandeel innovatieve bedrijven in de landbouw in Noord-Brabant is minder dan 1 procent, dat is lager dan gemiddeld in Nederland. Innovatie vindt vooral plaats in de glastuinbouw, met als succesvol voorbeeld de productvernieuwing in de tomatenteelt. De andere sectoren zijn voornamelijk gericht op kostprijsverlaging. Geldt voor de agrosector in Nederland als geheel dat deze bedrijfstak weinig vernieuwend is, voor Noord-Brabant geldt dit in versterkte mate.[62]

Media[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn enkele regionale kranten zoals het Brabants Dagblad, BN/DeStem, Eindhovens Dagblad en de Gelderlander (in het Land van Cuijk). Onder andere Radio 8FM en Omroep Brabant verzorgen regionale radio en televisie in Noord-Brabant. Verder zijn er diverse lokale kranten.

Toerisme[bewerken | brontekst bewerken]

Giraffa camelopardalis -Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek

De 3 populairste dagattracties van de provincie

Diverse dagattracties in Noord-Brabant scoren nationaal hoog. De Efteling in Kaatsheuvel is al jaren de grootste dagattractie van Nederland. In de nationale top 50 staan ook Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek en het sportcentrum Sportiom in 's-Hertogenbosch.[63]

De nationale parken

De nationale parken trekken eveneens veel toeristen naar de provincie. Uit onderzoek van NBTC-NIPO blijkt dat drie nationale parken uit de provincie in de top 10 staan. Op jaarbasis bezoeken ongeveer 1.209.000 mensen de Loonse en Drunense Duinen. Het is het meest bezochte natuurgebied van Noord-Brabant en eindigt nationaal gezien op de tweede plek, op de voet gevolgd door Nationaal Park De Biesbosch met een bezoekersaantal van 1.141.000. In het onderzoek eindigt De Biesbosch landelijk op de derde plaats. De laatste in de landelijke top 10 is nationaal park de Groote Peel, dat per jaar ongeveer 270.000 bezoekers trekt.[64]

Brabantse Natuurpoorten

Op initiatief van de provincie is het netwerk 'Brabantse Natuurpoorten' opgericht, in samenwerking met 23 gemeenten, vier nationale parken, drie waterschappen, Staatsbosbeheer en Het Brabants Landschap. Verspreid over de provincie omvat het netwerk 29 Natuurpoorten met startpunten voor fiets- of wandeltochten door de Brabantse natuur.[65]

Terugkerende evenementen

Jaarlijks terugkerende evenementen zorgen voor veel toeristen. De koploper is de Tilburgse Kermis dat met jaarlijks ongeveer 1,4 miljoen bezoekers in de top 3 van de beste bezochte evenementen van Nederland behoort. [66] Ook het GLOW Festival (+- 750.000 bezoekers) [67] de Dutch Design Week (+- 335000 bezoekers) en Breda Jazz Festival (+- 250.000 bezoekers) trekken jaarlijks een groot aantal toeristen.[68]

Van Gogh toerisme

Noord-Brabant trekt jaarlijks zo'n 125.000 toeristen met 39 officiële "Van Gogh monumenten".[69]

De regionale optochten

De carnavalsoptochten in de steden en dorpen van Noord-Brabant trekken veel bekijks. Door deze optochten gratis toegankelijkheid zijn, zijn concrete cijfers vaak niet bekend. De Bloemencorso's in Valkenswaard (+- 40.000) [70] en Zundert (+-70.000)[71] zijn ook ware publiekstrekkers voor de dorpen. De Brabantse dag in Heeze trekt op zijn beurt ook ongeveer 40.000 bezoekers. [72]

Verkeer en vervoer[bewerken | brontekst bewerken]

Noord-Brabant kent een netwerk van spoorlijnen en autosnelwegen. Noord-Brabant ligt op de doorvoerroute vanuit de havens van Antwerpen en Rotterdam naar het Ruhrgebied. Er zijn zowel spoorverbindingen als autosnelwegen die van west naar oost gaan. Het steeds verder in gebruik nemen van de Betuweroute kan mogelijk leiden tot een afname van goederentreinen over Brabants grondgebied.[bron?]

Autoverkeer[bewerken | brontekst bewerken]

Noord-Brabant is door twaalf rijkswegen verbonden met verschillende delen van het land. Te weten de A2, de A4, de A16, A17, de A27, A29, de A50, A58, A59, A/N65, A67 en de A73.

Noord-zuidroutes[bewerken | brontekst bewerken]

De A2 en A27 verbinden respectievelijk Eindhoven en Breda met Utrecht en verder. De A17, A16 en A4 verbinden respectievelijk Roosendaal, Breda en Bergen op Zoom met Rotterdam en de A50 verbindt Eindhoven met Nijmegen, Arnhem en Zwolle. In het zuiden verbindt de A16 Breda met Antwerpen. De A73 voert van Nijmegen via Cuijk en Boxmeer naar Venlo. De A/N65 verbindt 's-Hertogenbosch met Tilburg.

West-oostroutes[bewerken | brontekst bewerken]

Tevens voeren er drie belangrijke snelwegen van west naar oost. De A58 die Eindhoven met Tilburg, Breda, Roosendaal, Bergen op Zoom verbindt. De A59 die Oss via 's-Hertogenbosch en Waalwijk verbonden wordt met de A16 bij Knooppunt Zonzeel. De A67 loopt van de Belgische grens bij Hapert via Eindhoven naar Venlo. Ten slotte resteert de Provinciale snelweg A270 van Eindhoven naar Helmond.

Voorts heeft de provincie een groot netwerk van provinciale wegen. Een belangrijke provinciale weg is de N279, die 's-Hertogenbosch via Veghel, Helmond met Asten en Roermond verbindt.[bron?] In verband met de grote verkeersdrukte is de weg al verbreed naar 2×2 rijstroken tussen 's-Hertogenbosch en Veghel. Een andere lange N-weg is de N277, ook wel Middenpeelweg genoemd, die loopt tussen Ravenstein en het Limburgse Kessel.

Luchtverkeer[bewerken | brontekst bewerken]

Eindhoven Airport; het op een na grootste vliegveld van Nederland

Noord-Brabant kent één luchthaven van noemenswaardige grootte. Vanaf Eindhoven Airport vliegen dagelijks vliegtuigen naar steden als Londen, Milaan en Barcelona. Door aanhoudende jaarlijkse groei was Eindhoven Airport in 2016 met 4,7 miljoen passagiers de grootste regionale luchthaven van Nederland.[73]

Naast Eindhoven Airport kent Noord-Brabant een aantal militaire vliegvelden zoals Vliegbasis Volkel, Vliegbasis Gilze-Rijen, Vliegbasis De Peel en Vliegbasis Woensdrecht. Bij Roosendaal ligt Breda International Airport. Net als Kempen Airport bij Budel worden deze vliegvelden gebruikt voor zowel zakelijke vluchten als rondvluchten en het geven van vlieglessen.

Scheepvaart[bewerken | brontekst bewerken]

De Maas, die ten noorden en ten oosten van Noord-Brabant stroomt, is een belangrijke verkeersader, waaraan enkele havens zijn gelegen zoals de haven van Cuijk en de haven van Oss. De terminal in 's-Hertogenbosch is uitgegroeid tot de grootste containerterminal van de Nederlandse binnenhavens.[74]

Bij 's-Hertogenbosch kan de scheepvaart via de Zuid-Willemsvaart ook de havens van Veghel en Helmond bereiken. De Zuid-Willemsvaart behoort tot het hoofdvaarwegennet, en is onlangs opgewaardeerd waardoor het tot aan Veghel bevaarbaar is voor klasse IV-schepen. In 2014 is daar het Máximakanaal, die het historische centrum van 's-Hertogenbosch ontwijkt, aan toegevoegd.

Een derde belangrijke scheepvaartverbinding is het Wilhelminakanaal dat Geertruidenberg via Dongen en Tilburg met de Zuid-Willemsvaart verbindt. Ook de Merwede als noordelijke grens van de provincie Noord-Brabant is een belangrijke ader voor het scheepvaartverkeer.

Spoorverkeer[bewerken | brontekst bewerken]

Station 's-Hertogenbosch
Station Tilburg
Station Roosendaal

De geschiedenis van het spoorverkeer in Noord-Brabant begint na 1850. Vanwege de verbindingsmogelijkheid met Antwerpen werd als eerste Brabantse stad Roosendaal aangesloten op het spoornet. Station Roosendaal werd in 1854 geopend, toen de spoorlijn Antwerpen - Lage Zwaluwe in gebruik werd genomen. Later werd Bergen op Zoom aangesloten op Roosendaal en vervolgens werd het gebied in Oost-Brabant in het spoornet opgenomen.

Bij de aanleg van de verschillende spoorlijnen werden de spoorlijnen bereden door de maatschappijen die de spoorlijn hadden aangelegd. Na het ontstaan van de Nederlandse Spoorwegen in 1938 reden in Noord-Brabant enkel passagierstreinen van de Nederlandse Spoorwegen, maar Arriva bedient de Maaslijn langs Cuijk en Boxmeer. De Thalys rijdt door Noord-Brabant zonder er te stoppen. Er is een binnenlandse treindienst naar Amsterdam via de HSL. Het goederenvervoer wordt onder andere verzorgd door DB Cargo (voorheen DB Schenker Rail en Railion) en ACTS. Die tweede gebruikt daarvoor onder meer het laad- en losterrein in Acht bij Eindhoven.

De belangrijkste oost-westverbinding op het spoor is de spoorlijn tussen Station Eindhoven Centraal en Station Breda, waarover onder andere de Intercity naar Station Den Haag Centraal rijdt. Tevens voert een noord-zuidverbinding door het oosten van de provincie, waarover de treinen van Station Venlo naar Station Schiphol en de Intercity's van Station Alkmaar naar Station Maastricht rijden. Vanuit Station Roosendaal is er een treinverbinding via Breda en station Tilburg met Station Nijmegen. Helemaal in het oosten loopt de Maaslijn over Brabants grondgebied. Roosendaal heeft zijn functie als grensstation grotendeels verloren ten gunste van Station Breda.

Een aantal historische spoorlijnen is inmiddels afgebroken of buiten gebruik gesteld. Zo was er de Spoorlijn Lage Zwaluwe - 's-Hertogenbosch, ook wel Halve Zolenlijntje genoemd, omdat deze spoorlijn maar enkelsporig was aangelegd en omdat hij in de Langstraat lag, de streek van de schoenenindustrie. Het "Duits Lijntje" verbond Station Boxtel met Wesel. Een gedeelte van deze spoorlijn ligt er nog, maar vanaf het Emplacement Veghel is de spoorlijn opgebroken. Er zijn weinig concrete plannen om de lijn te heropenen voor personenvervoer. Het "Bels Lijntje", de spoorlijn van Tilburg naar Station Turnhout is ook opgebroken. Het tracé is wel gedeeltelijk in het landschap zichtbaar en op sommige gedeelten zijn fietspaden aangelegd. Het spoor Eindhoven - Neerpelt is eveneens afgebroken.

Sinds december 2007 verbindt een nachttrein diverse stations in Noord-Brabant met de Randstad.

Busvervoer[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Voor een overzicht en geschiedenis van stads- en streekvervoer zie Stads- en streekvervoer in Noord-Brabant

Noord-Brabant is verdeeld in drie grote concessiegebieden. West-Brabant, Oost-Brabant en Zuidoost-Brabant. Daarnaast hebben de steden Bergen op Zoom, Roosendaal, Breda, Tilburg, Eindhoven en 's-Hertogenbosch ook een stadsdienst. De provincie besteedt op basis van de Wet personenvervoer 2000 het busvervoer aan. Hermes verzorgt het openbaar vervoer in Zuidoost-Brabant, inclusief het stadsvervoer in Eindhoven en Helmond. Het overige busvervoer in de provincie is gegund aan Arriva.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]