Religie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Godsdiensten in Nederland)
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel behandelt religie in Nederland.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Prehistorie en Oudheid

Votiefsteen aan Nehalennia 150-250 n.Chr.

De oudste gegevens over de belijdenis van religie door de inwoners van de streken die nu "Nederland" vormen komen van de Romeinen. In tegenstelling tot wat antieke bronnen lijken te suggereren, vormde de Rijn weliswaar duidelijk de grens van het Romeinse Rijk, maar zeker niet de grens tussen woongebieden van Kelten en Germanen; zo was er sprake van Germanen ten zuiden ervan (Germani cisrhenani) en veel plaatsnamen en archeologische vondsten wijzen op de aanwezigheid van Kelten in het noorden. Tussen deze "Keltisch-Germaanse volkeren" en later ook met de Romeinse veroveraars (romanisering) heeft een sterke culturele uitwisseling plaatsgevonden. Zo is te zien dat de polytheïstische stammen elkaars goden en verhalen overnamen, afkomstig uit zowel de Germaanse, de Keltische als later ook de Romeinse mythologie. Goden als Nehalennia, Hludana en Sandraudiga zijn van inheemse (Keltische) oorsprong, de Germanen hebben goden als Wodan, Donar en Frigg (zie ook Freya) uit Scandinavië meegenomen, en bijvoorbeeld Jupiter, Minerva en Venus zijn door de Romeinen ingevoerd. Tacitus beschreef ook de scheppingsmythe van Mannus, de oermens waaruit alle Germaanse stammen zouden zijn voortgekomen. De Kelten en Germanen in de Lage Landen hadden zeer waarschijnlijk ook boomheiligdommen, naar het voorbeeld van de Oudnoordse Yggdrasil en de Saksische Irminsul en Donareik in het huidige Duitsland; tempels kwamen vermoedelijk pas met de Romeinen en zijn nog bewaard gebleven in bijvoorbeeld Empel en Elst.

[bewerken] Middeleeuwen

1rightarrow.png Zie ook De Nederlanden in de Middeleeuwen

Van de 4e tot de 6e eeuw n.Chr. vond de Grote Volksverhuizing plaats, waarbij de kleine Keltisch-Germaans-Romeinse stammen in de Lage Landen geleidelijk verdrongen door drie grote Germaanse volksstammen: de Franken, de Friezen en de Saksen. Omstreeks 500 gaan de Franken, aanvankelijk woonachtig tussen de Rijn en de Somme, massaal (gedwongen door hun koning Cholodovech) over op het (katholieke) christendom. Na de Fries-Frankische oorlogen (ca. 600-793) en Saksenoorlogen (772-804) vallen de Lage Landen allemaal onder het bewind van de christelijke Frankische koningen. Een belangrijke bron uit die tijd is de Oudsaksische doopgelofte, waarin staat hoe men zijn oude goden (omschreven als "duivels") moet afzweren en de drie-eenheid aannemen. Het duurt echter nog zeker tot 1000 eer alle "heidense" inwoners ook daadwerkelijk - te vuur en te zwaard - gekerstend zijn en de Friese en Saksische religies zijn uitgestorven, hoewel elementen werden overgenomen in de christelijke godsdienst. De vijf eeuwen daarna is het christendom de enige godsdienst en alomtegenwoordig in de middeleeuwse Laaglandse samenlevingen. Daarin heeft het religieuze leven nog ingrijpende vernieuwingen gekend, onder meer door allerlei klooster- en ridderorden. De Moderne Devotie (Geert Grote), gevolgd door de Renaissance, waaronder het humanisme (Erasmus), vernieuwden levens- en wereldbeschouwing fundamenteel, vooral van theocentrisch naar antropocentrisch.

[bewerken] Vroegmoderne tijd

1rightarrow.png Zie ook Vroegmoderne Tijd#Katholieken en protestanten en Gouden Eeuw (Nederland)#Religie

Sinds de Reformatie is "Nederland" weer een land waar uiteenlopende kerkelijke gezindten naast elkaar leven. Hervormingsgezinde intellectuelen publiceerden en preekten tegen de misstanden in de katholieke kerk, waarmee Maarten Luther en Johannes Calvijn uiteindelijk braken toen zij binnen de katholieke structuren geen oplossing meer zagen, en protestantse kerken stichtten. Vooral Calvijns gedachtengoed kreeg in de Nederlanden grote aanhang, waar ze zwaar werden vervolgd door de Habsburgse wereldlijke autoriteiten. De godsdiensttwisten waren één van de belangrijkste drijfveren van de Tachtigjarige Oorlog (ca. 1566-1648), die na decennia van gewelddadige conflicten uiteindelijk zorgde voor een splitsing van de Habsburgse Nederlanden in een onafhankelijke, door het overwegend protestantse gewest Holland geleide, Republiek, en de vrijwel uitsluitend katholiek gehouden Zuidelijke Nederlanden. De Nederduits Gereformeerde Kerk werd vanaf 1579 publiekelijk bevoordeeld ten opzichte van andere kerken, maar is nooit een staatskerk geworden. Sinds 1580 werd de publieke uitoefening van de roomse eredienst verboden en de bisschoppelijke hiërarchie verviel, en hoewel katholieken in de Republiek tot 1796 werden behandeld als tweederangsburgers, werden ze wel getolereerd, evenals de Joodse gemeenschap.

De zielenvisserij, Adriaen Pietersz. van de Venne, 1614.
Allegorie op de ijver van de religies tijdens het Twaalfjarig Bestand. De rivier tekent de vanaf nu duidelijke scheiding tussen noord en zuid. Links de protestanten met o.a. de prinsen Maurits en Frederik Hendrik. Op de voorgrond vissen de protestanten; hun netten zijn gemerkt met Fides, Spes en Caritas. Rechts de katholieken met aartshertogen Albrecht en Isabella, Spinola en paus Paulus V gedragen door kardinalen. Een bisschop met zijn priesters vist in het katholieke bootje naar mensen.

Een belangrijke gebeurtenis was de Synode van Dordrecht (1618-1619), waar de ruzie tussen Arminius' remonstranten en Gomarus' contraremonstranten over de predestinatie werd beslist in het voordeel van de laatsten. De controverse had bijna geleid tot een burgeroorlog doordat het een politieke tint kreeg toen de grote twee leiders van de Republiek Johan van Oldenbarneveldt en Maurits van Oranje zich ermee bemoeiden; de remonstrantse van Oldenbarneveldt verloor en werd ervoor onthoofd. Voorts werd op de Synode besloten tot de ontwikkeling van de Statenvertaling (gereed in 1637), zodat de Bijbel voortaan in het Nederlands kon worden gelezen.

Protestanten en katholieken woonden hoofdzakelijk gescheiden van elkaar. De grens tussen de protestantse en katholieke gebieden liep dwars door Nederland van zuidwest naar oost: door Zeeuws-Vlaanderen, het westen en noorden van Noord-Brabant, het zuiden en oosten van Gelderland en door Twente. De gebieden ten zuiden en oosten van die denkbeeldige grens waren katholiek, de gebieden ten noorden en westen ervan waren protestants. Vooral in de westelijke provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht waren er echter ook een aantal katholieke en gemengde gebieden; bijvoorbeeld woonden er vroeger in het dichtbevolkte Noord-Holland meer katholieken dan in Noord-Brabant.

De relatief grote tolerantie ten opzichte van andere godsdiensten trok vanaf de zeventiende eeuw ook een groot aantal kleine (vooral protestants-christelijke) kerkgenootschappen aan, die elders streng vervolgd werden. Vooral de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 en het Salzburger Emigrationspatent in 1731 zorgden voor een sterke inwijking van respectievelijk Franse Hugenoten en Zuid-Duitse Lutheranen. René Descartes vond in de Republiek een veilig heenkomen, en ook de filosofen Baruch Spinoza en Adriaen Koerbagh verspreidden hun vernieuwende veelal anti-autoritaire en vrijheidsbepleitende wereldbeschouwingen, en maakten (volgens historicus Jonathan Israel) Nederland tot het centrum van de radicale Verlichting. Zij werden fel bestreden door theoloog Gisbertus Voetius, die behoud van de oude geloofsleer pleitte en de calvinistische universitaire theologie in de dagelijkse praktijk trachtte te brengen, en was daarmee een belangrijk voorvechter van de Nadere Reformatie. Voetius kwam vooral in aanvaring met Johannes Coccejus, die meende dat God zijn verbond met de mens steeds veranderde, en dat geboden in het Oude Testament een ander gezag hadden dan die van het Nieuwe Testament, en zodoende hoefde onder meer de zondagsrust niet te worden nageleefd.

[bewerken] Negentiende eeuw

Uit de negentiende-eeuwse volkstellingen blijkt dat er lange tijd sprake was van een protestantse meerderheid en een katholieke minderheid. De verhouding was in 1829 <59,1% protestanten en 39,0% katholieken ("België" niet meegerekend), en met 1,8% was er verder een kleine joodse minderheid.[1]

[bewerken] Protestanten

De ontwikkeling van protestantse denominaties in Nederland vanaf 1816 tot 2006. Klik op het plaatje voor een vergroting.

De Nederduits Gereformeerde Kerk had haar bevoorrechte positie verloren in de Franse tijd, toen voor het eerst een scheiding van kerk en staat tot stand kwam. In 1816 onderwierp koning Willem I der Nederlanden haar aan een nieuw reglement, en hernoemde haar tot Nederlandse Hervormde Kerk (NHK); dit werd door sommigen gezien als ongewenste staatsinmenging in kerkelijke zaken. Tijdens de Afscheiding van 1834 scheurde een groep behoudende protestanten onder leiding van Hendrik de Cock zich af van de NHK, en noemde zichzelf aanvankelijk "Gereformeerde Kerk". Tot dat toe had "hervormd" en "gereformeerd" hetzelfde betekend, maar nu stonden ze voor hun eigen stroming binnen het Nederlandse protestantisme. De Afscheiding van 1834 was slechts het eerste van vele schismata die zich de volgende 200 jaar zouden afspelen binnen de behoudende vleugel van protestants Nederland.

De belangrijkste scheuring daarna volgde in 1886 met de Doleantie onder leiding van Abraham Kuyper, ook de stichter van Nederlands eerste politieke partij, de ARP, en later minister-president. De Dolerenden verzoenden zich in 1892 met het leeuwendeel van de Afgescheidenen (die tegen die tijd alweer enkele schismata en gedeeltelijke verzoeningen achter de rug hadden) in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Het totaal aan gereformeerden, die pas sinds 1889 in officiële statistieken werden onderscheiden van de hervormden en 'overige protestanten', bedroeg in 1899 8,2% van de Nederlandse bevolking.[1]

[bewerken] Katholieken

Godsdienstverhoudingen in Nederland, 1849

De instelling van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1816 was voor de Nederlandse katholieken een tegenslag; zij hadden in de Franse Tijd gelijkheid ten opzichte van hun landgenoten gekregen doordat de Nederduits Gereformeerde Kerk haar publiekelijk bevoorrechte status verloor. De NHK leek met het reglement weer een quaesi-staatskerk te gaan worden en de katholieken weer tweederangsburgers. Dit was al helemaal opmerkelijk omdat in de periode 1815-1830/39 binnen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden de vrijwel volledig katholieke Zuid-Nederlandse (Belgische) bevolking met 62,7% van het totaal (in 1830) samen met de (Noord-)Nederlandse katholieken de hervormden tot een minderheid van 21,6% maakten. De omwenteling van 1830, die tegenwoordig vaak de "Belgische" Opstand wordt genoemd, leidde ook in Noord-Nederland onder katholieken tot opstandigheid, waarbij regeringstroepen naar overwegend katholieke streken werden gestuurd om de orde te bewaren, uit vrees dat opstand zich naar het Noorden zou uitbreiden. Doordat de opstand tot het Zuiden beperkt bleef, zoals tijdens de Tachtigjarige Oorlog de opstand uiteindelijk tot het Noorden beperkt bleef, kwam het weer tot een scheiding, en zodoende kwamen de (Noord-)Nederlandse katholieken weer in de minderheidspositie terecht.

Het was door de Grondwetsherziening van 1848 door de liberaal Thorbecke, die bepaalde dat alle godsdiensten voor de staat gelijk waren, dat katholieken maar ook niet-hervormde protestanten en joden voortaan niet meer achtergesteld werden, en het Herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland mogelijk maakte. Met de pauselijke bul Ex Qua Die van 4 maart 1853 werd dit voltooid, maar hier kwam meteen fel protestants verzet tegen in de vorm van de Aprilbeweging, die Nederland een protestants land wilden houden. Koning Willem III had sympathie voor het verzet, weigerde dat op te geven en verbrak daarmee de scheiding van kerk en staat, wat leidde tot de val van het kabinet-Thorbecke. Uiteindelijk werd het herstel toch doorgevoerd en kwam er een Wet op de Kerkgenootschappen, die ten doel had voortaan de godsdienstige gemoederen in Nederland te bedaren.

De volgende decennia stond de katholieke emancipatie in het teken van het streven zowel aan de Heilige Stoel als aan Nederland trouw te zijn; dit ultramontanisme en nationalisme wilde nog wel eens botsen. Toen de Kerkelijke Staat werd bedreigd door de Italiaanse legers, hebben naar verhouding bijzonder veel Nederlandse katholieken als zoeaaf de paus gediend om hun trouw te bewijzen. In het laatste kwart van de 19e eeuw begon langzamerhand de verzuiling vorm te krijgen, en de katholieke zuil is altijd het sterkst te onderscheiden geweest vergeleken met de andere zuilen in Nederland.

[bewerken] Seculieren

Darwins Oorsprong der soorten zette het denken over de oorsprong van al het leven op zijn kop. Al in 1860 werd zijn boek naar het Nederlands vertaald, hier een vertaling uit 1913.

Tot de Franse Revolutie was het deel van de Nederlandse bevolking dat zijn leven seculier (dat wil zeggen: niet (hoofdzakelijk) religieus) inrichtte miniem. Vanaf de 18e eeuw waren er onder de kleine elite van Verlichtingsfilosofen wel vrijdenkers, en de na komst van de Franse revolutionairen en hun "Bataafse" bondgenoten werden in 1796 veel Verlichtingsideeën als scheiding van kerk in staat in de praktijk gebracht, en alle burgers mochten voortaan vrij hun geloof of gebrek daaraan belijden; joden kregen volwaardig burgerrecht. Vooralsnog, en ook na de Franse tijd, bleef het aantal seculieren beperkt. Het liberalisme kwam als filosofisch-politieke beweging zonder religieuze grondslag voort uit de Verlichting, al waren aanvankelijk verreweg de meeste Nederlandse liberalen naast liberaal ook protestant of katholiek.

Een sterk seculier wereldbeeld werd door Karl Marx en Friedrich Engels vanaf 1848 gepropageerd in hun Communistisch Manifest, de grondslag voor het socialisme, waarin zij zich afzetten tegen religie, monarchisme en militarisme, maar vooral tegen kapitalisme, dat sterk opkwam door de Industriële Revolutie. Nederland industrialiseerde echter betrekkelijk laat, en pas aan het eind negentiende eeuw (na 1880) begint de secularisering en komen er onder invloed van met name het socialisme steeds meer onkerkelijken. Vooral de protestanten verliezen in de daaropvolgende decennia veel leden. Dit geldt in het bijzonder voor de Nederlandse Hervormde Kerk, die ook veel leden verliest aan de van deze kerk afgescheiden gereformeerde kerken.

De seculiere ideologieën liberalisme en socialisme waren een product van de modernisering, die werd aangedreven door de snelle voortgang van de wetenschappen. In toenemende mate stelden de nieuwste inzichten traditionele religie in twijfel, met name de evolutietheorie zoals Charles Darwin die 1859 in De oorsprong der soorten formuleerde, die wetenschappelijk bewijs leverde dat de huidige levensvormen zijn voortgekomen van één gemeenschappelijke voorouder en niet afzonderlijk zijn geschapen. Ook de werken van bijbelvorsers als David Friedrich Strauss met zijn Das Leben Jesu kritisch bearbeitet (1835) en Ernest Renan met zijn La vie de Jésus (1863), die het leven van Jezus Christus historisch-kritisch benaderden en groot deel van de Bijbel daarmee ontkrachtten als wetenschappelijk betrouwbare informatiebron tastten christelijke geloofswaarheden ernstig aan. De werken van Darwin, Strauss, Renan en anderen werden naar het Nederlands vertaald, en kregen bijval van Nederlanders zoals Pieter Harting, Tiberius Cornelis Winkler, Abraham Kuenen en Johannes van Vloten, die ook evolutiebiologie of bijbelwetenschap bedreven en erover schreven. Aanvankelijk werden de werken van deze geleerden slechts onder een hoogopgeleid publiek gelezen, en hun ideeën vaak verenigbaar met de traditionele godsdiensten geacht, maar dat zou veranderen. In 1899 gaf nog slechts 2% van de Nederlanders zich bij de volkstelling op als "onkerkelijk", maar hun aandeel zou daarna gestaag gaan groeien.[1]

[bewerken] Twintigste eeuw

[bewerken] Verzuildheid

Aan het begin van de 20e eeuw, met als hoogtepunt het Interbellum, was Nederland sterk verzuild geraakt. Iedere grote religieuze of seculiere bevolkingsgroep had haar eigen politieke partij(en), kerk(en), scholen en universiteiten, kranten en radio, en vaak ook sport- of scoutingverenigingen die hoofdzakelijk gescheiden van elkaar leefden, om binnen de eigen gemeenschap met het eigen gedachtengoed te worden opgevoed en naar inzicht van die gemeenschap te leven. Doorgaans worden er vier groepen onderscheiden: de rooms-katholieken (het sterkst georganiseerd), protestanten (weer verdeeld naar hervormden en gereformeerden), socialisten (waaronder communisten, sociaal-democraten en anarchisten) en liberalen (hoewel zij tegen verzuiling restte hen een soort overgebleven 'liberale/neutrale' zuil).

[bewerken] Antisemitisme en jodenvervolging

Al in de 19e eeuw was in Europa het antisemitisme sterk toegenomen. Toen de Grote Depressie in de jaren 1930 tot hoge werkloosheid onder arbeiders leidde, gaven vooral de opkomende nationaal-socialisten de joden hiervan de schuld. Toen in Nazi-Duitsland joden steeds openlijker werden vervolgd, weken velen uit naar Nederland. De regering vreesde dat dit het Nederlandse antisemitisme zou versterken en nationaal-socialistische partijen als de NSB en het Zwart Front doen groeien, en besloot de immigratie te beperken. Nadat Duitsland Nederland mei 1940 bezette, werden joden eerst sociaal uitgesloten, daarna opgepakt en gedeporteerd naar concentratiekampen en tenslotte grotendeels (zo'n 73% oftewel 100.000 mensen) door de bezetter uitgemoord. Dit is grotendeels de schuld van de bereidheid van de Nederlandse bureaucratie om met de Duitsers samen te werken; slechts een kleine groep hielp de Duitsers uit antisemitische overtuiging; een derde groep pleegde verzet door bijvoorbeeld joden te helpen onderduiken met gevaar voor eigen leven. Toen na de oorlog bleek dat slechts 20.000 van de 140.000 joden in 1940 de vervolgingen hadden overleefd, bracht dat onder de Nederlandse bevolking een schok van afschuw en schuldgevoel, een felle roep om religieuze tolerantie en sympathie voor de stichting van een Joodse staat in Palestina (zionisme) teweeg.

[bewerken] Ontkerkelijking en diversifiëring

Nieuwe Bijbelvertaling gereedgekomen.ogg
De Bijbelvertaling van 1951 die aanvaardbaar moest worden voor alle kerken in Nederland.

Eind jaren zestig begint de tweede ontkerkelijkingsgolf, die ook in de tot dan hechte katholieke gemeenschap doorwerkt. De grenzen tussen de geloofs- en levensbeschouwelijke gemeenschappen, die door de verzuiling en de ruimtelijke scheiding vrij strak waren, verdwenen langzaam. Het belang van de oecumene en de wens voor meer eenheid binnen de christelijke kerken nam toe. Onder protestanten resulteerde dit in 2004 in de oprichting van de Protestantse Kerk in Nederland, een fusie tussen de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland (verreweg het grootste gereformeerde kerkgenootschap) en de kleine Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. In dezelfde periode kwamen er met de instroom van grote groepen immigranten verschillende 'uitheemse' religies het land binnen, zoals de islam, het hindoeïsme en het boeddhisme. Deze nieuwe religies concentreren zich vooral in de grote steden en groeien nog steeds snel.

[bewerken] Recente ontwikkelingen

SGP-stemmers per gemeente (2003), indicatie van de Bijbelgordel. In deze streek wonen de meest behoudende protestantse christenen en gaat de secularisering het langzaamst.

Het SCP bracht in september 2006 een studie uit onder de titel: Godsdienstige veranderingen in Nederland. Het blijkt dat sedert de jaren 1960 het aantal kerkgangers in Nederland drastisch is gedaald. In het jaar 2000 was 62% van de Nederlanders niet verbonden met een of andere religie. Dit percentage loopt in 2020 op naar 72%. De Islam echter blijkt jaarlijks te groeien. In 2000 was 5% van de Nederlanders islamitisch. Dit loopt op naar 8% in 2020. De ontkerkelijking is een van de meest markante ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving van de twintigste eeuw.

In de laatste jaren lijkt er sprake van een heropleving van religieuze gevoelens in Nederland door de toestroom van allochtonen. Niet alleen onder moslims, hindoes maar ook door de stichting van een scala aan nieuwe allochtone christelijke kerkgemeenschappen, zoals blijkt uit de wens naar nieuwe (gedeeltelijk reeds gerealiseerde) kerkgebouwen in Amsterdam (Bijlmer) en Den Haag (Binckhorst). De religieuze beleving onder autochtonen is vergeleken met vijftig jaar geleden zeer sterk afgenomen: dopen, trouwen in de kerk en het wekelijkse kerkbezoek zijn voor autochtonen iets van vroeger, ook voor die autochtonen die aangeven gelovig te zijn in de CBS steekproeven. Vooral het verplichte wekelijkse zondagse kerkbezoek wordt tegenwoordig niet meer nageleefd (kerkbezoek in Nederland is beduidend minder dan 10 %). Een uitzondering op deze ontwikkelingen vormen de orthodoxe christelijke gelovigen, voor wie godsdienst inclusief de zondagsplicht voor velen nog steeds een centrale plaats inneemt in het leven. Echter in deze laatste groep neemt het aantal keren dat men op een zondag naar de kerk gaat sterk af, verschillende kerken zijn al gestopt met het organiseren van een derde en sommige al met de tweede zondagse kerkdienst vanwege de afnemende belangstelling.

[bewerken] Statistieken van het CBS

De Dom van Utrecht en de Buurkerk, oorspronkelijk katholiek, sinds 1580 beide protestants.
De katholieke Catharijnekerk, kathedraal van het aartsbisdom Utrecht.
De Mevlana-moskee in Rotterdam.

Volgens de meest recente steekproeven van het CBS beschouwde in 2007 28% van de bevolking zich als katholiek, 19% als protestant (hervormd, gereformeerd of luthers), 5% als moslim,[2] 4% rekende zich tot een andere religie (hindoes, boeddhisten, joden en kleinere (orthodoxe) christelijke kerkgenootschappen) en 44% - de grootste groep - tot geen enkele religie.

De gegevens tot 1971 zijn afkomstig uit de tienjaarlijkse volkstellingen, de schattingen na 1971 zijn afkomstig uit het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is een jaarlijkse representatief geachte enquête over de leefsituatie van de bevolking, waarvoor elk jaar zo'n tienduizend mensen worden ondervraagd, onder meer over kerkelijkheid. Hierbij worden de non-response antwoorden genegeerd. Ongeveer een derde van de ondervraagden geeft geen antwoord op de vraag welke religie/godsdienst men heeft.

[bewerken] Historisch verloop nationaal

Godsdienstige gezindten in Nederland bij de volkstelling
Volkstelling Calvinistisch Overig protestants Katholiek Andere godsdiensten
Jaar Nederl.-
hervormd
Gerefor-
meerd
Remon-
strants
Luthers Doops-
gezind
Overig Rooms-
katholiek
Oud-
katholiek
Israël.
(joods)
Islam. Overig /
onbekend
Geen
gezindte
Totaal
1809 55,5% [3] zie Overig 38,1% zie Overig 6,4% 0,0% 100,0%
01-01-1830 1.544.888
59,1%
1.019.108
39,0%
46.397
1,8%
- 3.094
0,1%
2.613.487
100,0%
01-01-1840 1.704.275
59,6%
1.100.616
38,5%
52.245
1,8%
- 3.314
0,1%
2.860.559
100,0%
19-11-1849 1.676.682
54,8%
40.308
1,3%
4.909
0,2%
62.537
2,0%
38.575
1,3%
1.849
0,1%
1.166.256
38,2%
5.668
0,2%
58.626
1,9%
- 1.469
0,0%
3.056.879
100,0%
31-12-1859 1.817.996
55,2%
65.520
2,0%
5.270
0,2%
64.140
1,9%
41.815
1,3%
1.434
0,0%
1.225.171
37,2%
5.337
0,2%
63.427
1,9%
- 3.467
0,1%
3.309.128
100,0%
01-12-1869 1.967.110
55,0%
107.123
3,0%
5.486
0,2%
68.067
1,9%
44.227
1,2%
1.268
0,0%
1.307.765
36,5%
5.287
0,1%
68.003
1,9%
- 5.193
0,1%
3.579.529
100,0%
31-12-1879 2.196.599
54,7%
139.903
3,5%
9.678
0,2%
71.815
1,8%
50.705
1,3%
3.992
0,1%
1.439.137
35,9%
6.251
0,2%
81.693
2,0%
49
0,0%
618
0,0%
12.253
0,3%
4.012.693
100,0%
31-12-1889 2.204.948
48,9%
370.268
8,2%
14.889
0,3%
83.879
1,9%
53.572
1,2%
vanaf hier:
zie Overig
1.596.482
35,4%
7.687
0,2%
97.324
2,2%
47
0,0%
16.234
0,4%
66.085
1,5%
4.511.415
100,0%
31-12-1899 2.480.878
48,6%
415.758
8,1%
20.807
0,4%
92.897
1,8%
57.789
1,1%
- 1.790.161
35,1%
8.754
0,2%
103.988
2,0%
- 17.926
0,4%
115.179
2,3%
5.104.137
100,0%
31-12-1909 2.597.921
44,3%
567.439
9,7%
27.450
0,5%
97.700
1,7%
64.245
1,1%
- 2.053.021
35,0%
10.082
0,2%
106.409
1,8%
54
0,0%
42.894
0,7%
290.960
5,0%
5.858.175
100,0%
31-12-1920 2.835.595
41,3%
655.370
9,5%
31.215
0,5%
102.492
1,5%
67.769
1,0%
- 2.444.583
35,6%
10.461
0,2%
115.223
1,7%
- 68.892
1,0%
533.714
7,8%
6.865.314
100,0%
31-12-1930 2.744.288
34,6%
742.189
9,4%
29.719
0,4%
90.267
1,1%
62.012
0,8%
- 2.890.022
36,4%
10.182
0,1%
111.917
1,4%
- 110.576
1,4%
1.144.393
14,4%
7.935.565
100,0%
31-05-1947 2.962.906
30,8%
935.956
9,7%
40.044
0,4%
69.526
0,7%
67.420
0,7%
- 3.703.572
38,5%
11.360
0,1%
14.346
0,1%
- 179.155
1,9%
1.641.214
17,1%
9.625.499
100,0%
31-05-1960 3.243.519
28,3%
1.068.600
9,3%
38.609
0,3%
67.112
0,6%
62.928
0,5%
192.344
1,7%
4.634.478
40,4%
10.584
0,1%
14.503
0,1%
1.399
0,0%
25.653
0,2%
2.102.235
18,3%
11.461.964
100,0%
28-02-1971 3.077.070
23,6%
1.225.030
9,4%
25.755
0,2%
40.700
0,3%
43.345
0,3%
270.435
2,1%
5.273.665
40,4%
8.015
0,1%
4.835
0,0%
53.975
0,4%
35.760
0,3%
3.078.645
23,6%
13.060.115
100,0%
Bronnen:
- www.volkstellingen.nl
- Knippenberg, H. (1992): De Religieuze Kaart van Nederland. Assen: Koninklijke Van Gorcum
Godsdienstige gezindten in Nederland in % bij POLS
Jaar Hervormd Gereform. Prot. Kerk R-katholiek Overig[4] Moslims[5] Geen
1975 23 10 - 38 3 - 26
1980 21 9 - 38 5 - 26
1985 19 9 - 37 5 - 31
1990 17 8 - 33 5 - 38
1995 14 7 - 33 8 - 40
2000 14 7 - 32 8 - 41
2005 11 5 [6] 5 29 4 5 42
2006 9 4 5 30 3 5 43
2007 9 4 6 28 4 5 44
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

[bewerken] Historisch verloop regionaal

Godsdienstige gezindten per provincie in percentages van de bevolking
Volkstelling 1809 Volkstelling 1899 Volkstelling 1971 Steekproef 2002/2003
Provincie NHK RKK Overig Geen NHK Geref RKK Overig Geen NHK Geref RKK Overig Geen NHK Geref RKK Overig Moslims Geen
Groningen 87 8 6 - 66 16 7 6 4 28 16 7 5 39 13 15 6 5 2 59
Friesland 82 9 9 0 60 18 7 6 7 30 22 8 9 31 18 18 8 6 2 48
Drenthe 97 1 2 - 75 13 6 3 1 42 13 10 9 27 23 13 10 4 2 49
Flevoland - - - - - - - - - - - - - - 10 12 14 5 6 53
Overijssel 62 34 3 - 59 9 27 4 1 31 8 32 10 20 20 10 27 4 4 35
Gelderland 62 36 2 - 56 5 36 3 1 35 6 38 7 14 22 8 28 3 4 35
Utrecht 56 39 5 - 54 8 33 4 1 29 8 31 11 23 16 8 21 4 7 44
Noord-Holland 54 26 20 0 46 6 27 17 4 15 6 30 9 41 7 4 20 3 8 58
Zuid-Holland 72 23 5 0 60 9 24 5 2 30 8 24 9 29 16 7 18 5 8 46
Zeeland 78 20 2 0 58 11 25 3 1 38 11 27 6 13 24 12 21 4 2 36
Noord-Brabant 12 88 1 0 9 2 88 1 0 6 2 85 3 5 4 2 64 1 4 24
Limburg 1 98 1 - 1 0 98 1 0 3 1 92 4 3 1 1 78 1 4 15
NEDERLAND 55,5 38,1 6,4 0,0 48,4 8,1 35,1 6,1 2,3 23,5 9,4 40,4 3,1 23,6 13 7 30 3 6 41
Bronnen:
- Centraal Bureau voor de Statistiek
- Knippenberg, H. (1992): De Religieuze Kaart van Nederland. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
-

Iets meer dan de helft van de Nederlandse bevolking was nog lid van een christelijke kerk volgens de meest recente (echter verouderde) beschikbare regionale (2002/2003) steekproef van het CBS. Volgens de meest recente cijfers van het CBS is het aantal Nederlanders zonder religie sindsdien verder toegenomen naar 44 % waardoor het aantal christenen is afgenomen tot minder dan de helft van de Nederlandse bevolking, zie elders op deze pagina. In 2002, 2003 was in drie noordelijke provincies een meerderheid niet gelovig, terwijl in de twee zuidelijke provincies (Noord-Brabant en Limburg) katholieken in de meerderheid waren.

[bewerken] Statistieken: ledenregistratie

Religies in Nederland in 2005
(gebaseerd op Geloven in het publieke domein (2006) door de WRR)

██ Rooms-Katholiek - 27,0%

██ Protestant - 16,6%

██ Moslim - 5,7% [7]

██ Hindoe- 1,3%

██ Boeddhist - 1,0%

██ Zonder religie - 48,4%

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid publiceerde in het in december 2006 verschenen rapport Geloven in het publieke domein[8] een zeer uitgebreid overzicht van de ledenaantallen van de verschillende religies in Nederland per eind 2005 met voor zover bekend een onderverdeling naar de verschillende geloofsgemeenschappen (met een ledenaantal groter dan 10.000). Volgens het onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid rapport telde Nederland per eind 2005 circa 7,132 miljoen christenen (44 procent) van de Nederlandse bevolking en circa 950.000 moslims, (bijna 6 procent) van de bevolking. Daarnaast waren en nog een paar kleinere geloofsgemeenschappen (hindoes, boeddhisten, joden), de grootste groep zijn de diegenen zonder religie (circa 48 % van de Nederlandse bevolking).

Onderstaande gegevens over ledentallen van de verschillende religieuze groeperingen zijn voor het jaar 2005 ontleend aan bovengenoemd rapport en aangevuld (voor kleinere genootschappen met cijfers van deze genootschappen zelf) en voor zover bekend aangevuld met meer recente cijfers wederom zoals gerapporteerd door de verschillende geloofsgemeenschappen.

Zoals de tabel laat zien rapporteren bijna alle christelijke groeperingen hetzij een afname van het aantal leden of een nagenoeg gelijkblijvend ledenaantal, de uitzondering is de Gereformeerde Gemeenten in Nederland die (gemeten naar haar grootte) een sterke groei vertoont. Echter met name door het verlies aan leden van de twee grote kerken, dat zijn de Rooms-katholiek Kerkgenootschap in Nederland met een ledenverlies van meer dan 300 duizend leden tussen eind 2005 en begin 2010 en de Protestantse Kerk in Nederland met een ledenverlies van ruim 150 duizend leden neemt het aantal christenen in Nederland af, van circa 7,1 miljoen (44%) per eind 2005 naar 6,7 miljoen per begin 2010.


Ledentallen van de verschillende religieuze groeperingen
Naam Meest recent aantal leden In Jaar Aantal leden per eind 2005 [8]
CHRISTENDOM ± 6.700.000 2010 ± 7.132.000 (44%)
Katholicisme ± 4.100.000 2010 ± 4.413.000
Rooms-katholiek Kerkgenootschap in Nederland 4.093.194 [9] 2010 ± 4.406.000
Oud-Katholieke Kerk van Nederland 5.275[10] 2010 5.981
Vrij-Katholieke Kerk in Nederland 515[11] 2010 800
Onafhankelijk (Oud-)Rooms-Katholieke Kerk ± 500
Gereformeerd protestantisme en lutheranisme ± 2.250.000 2010 ± 2.400.000
Protestantse Kerk in Nederland 1.789.259 = 10,8 % van de Nederlandse bevolking[12][13] 2010 ± 1.944.000
Gereformeerde Kerken vrijgemaakt 124.260[14] okt 2009 125.970
Gereformeerde Gemeenten 104.770 [15] 2010 103.272
Christelijke Gereformeerde Kerken 74.448[16] 2011 74.853
Hersteld Hervormde Kerk 56.753[17] 2011 ± 70.000

[18] [19]

Nederlands Gereformeerde Kerken 33.030 [20] 2011 32.250
Gereformeerde Gemeenten in Nederland 23.786 [21] 2010 21.708
Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland ± 18.000
Vrije (oud) Gereformeerde Gemeenten ± 5.000
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland 2.922 [22] 2010 ± 3.000
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) ± 1.500[23] mei 2010 ± 3.000
Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) ± 1.500
Evangelicalen en Pinksterbeweging ± 140.000 ± 140.000
Vrije pinkstergemeenten ± 47.500
Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten 21.255
Evangelische Broedergemeente [24] ± 15.000
Unie van Baptistengemeenten ± 12.000 [25] 2010 11.109
Leger des Heils 6.205[26] 2010 6.500
Bond van Vrije Evangelische Gemeenten 5.717
Zevendedagsadventisten ± 5.000[27] 2010 ± 5.000
CAMA Nederland ± 5.000
Broederschap van Baptistengemeenten ± 4.200
Johan Maasbach Wereld Zending ± 4.000
Rafaël Nederland ± 3.500
Bethel Pinksterkerk Nederland ± 2.500
Evangelie Gemeente De Deur 2.500
Victory Outreach Kerken Nederland 2.000
Kerk van de Nazarener 1.800
Volle Evangelie Bethel Kerk 1.300
Bethel Pentecostal Temple Fellowship Nederland 1.300
Capitol Worship Centre 900
Newfrontiers Nederland 800
Overige christelijke kerkgenootschappen ± 190.000 ± 195.000
Anglicaanse Kerk ± 33.000
Jehova's getuigen 30.350 [28] 30.728
Oosters-orthodoxe Kerken ± 30.000
Geredja Indjili Maluku ± 25.000
Apostolisch Genootschap ± 16.000 [29] 2010 ± 19.000
Nieuw-Apostolische Kerk in Nederland 10.908 [30] 2010 11.856
Vergadering van gelovigen ± 10.000
Algemene Doopsgezinde Sociëteit 7.996[31] 2009 9.192
Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen ± 7.500
Remonstrantse Broederschap 5.701 [32] [33] 2010 4.581 (exclusief zgn. vrienden[8])
Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB 4.385 [34] 2010 ± 5.258
Overige Molukse kerkgenootschappen ± 5.000
Christelijke Gemeente Nederland ± 2.500
Genootschap der Vrienden ± 200
ISLAM ± 825.000 2008 ± 944.000 (bijna 6%)
Turkse moslims ± 325.000
Marokkaanse moslims ± 260.000
Indonesische moslims 7.000
Afghaanse moslims ± 31.000
Iraakse moslims ± 27.000
Nederlandse moslims ± 12.000
Overige moslimgroepen 155.000
HINDOEÏSME ± 100.000
BOEDDHISME ± 250.000[35][36] 2009 ± 170.000
JODENDOM ± 43.000
Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap 5.000
Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom 3.500
Portugees-Israëlietisch Kerkgenootschap 600
Masorti Nederland 100
Beth Hagidush 85
BAHÁ'Í-GELOOF ± 1.300 2001 [37]
SIKHISME ± 12.000 2001
Bronnen:
- Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2006):
Geloven in het publieke domein: verkenningen van een dubbele transformatie.
Amsterdam: Amsterdam University Press.
- Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut (KASKI - www.kaski.ru.nl))
- SILA (www.sila.nl)
- CBS (www.cbs.nl)
- Nederlandse kranten en eigen opgave kerkgenootschappen

[bewerken] Overige statistieken

[bewerken] Kerksheid

De statistieken over kerksheid of mate van kerkbezoek zijn net als de kerkelijkheidsstatistieken gebaseerd op wat mensen zelf aangeven over de regelmaat van hun kerkbezoek. Deze gegevens zijn afkomstig uit het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) van het CBS.

Als kerks wordt beschouwd iedereen die eenmaal per maand of vaker een kerk- of andere levensbeschouwelijke dienst bezoekt. De gegeven percentages verhouden zich tot de totale bevolking.

Kerksheid in Nederland in % bij CBS-onderzoek
Jaar Hervormd Gereform. Prot. Kerk R-katholiek Overig (moslims, hindoes , etc) Totaal
1971 8 7 - 20 2 37
1975 8 8 - 20 3 39
1980 8 7 - 20 3 38
1985 7 7 - 16 3 33
1990 6 6 - 13 3 28
1995 5 4 - 11 4 24
2000 5 5 - 9 4 23
2004 3 3 [6] 2 7 4 19
2009 2 2 4 5 4 17
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

[bewerken] Voorgangers

Aantallen leden en voorgangers van de verschillende godsdiensten en religieuze gemeenschappen op grond van de verouderde (2006) echter meest recente overzicht, voor rooms-katholieke kerk recente 2009 cijfers toegevoegd
Naam Leden Voorgangers
CHRISTENDOM
Rooms-Katholiek Kerkgenootschap in Nederland 4.352.000 1.863
Rooms-Katholiek Kerkgenootschap in Nederland 4.212.000 (2009) 1.080 (2009)
Protestantse Kerk in Nederland 1.944.000 2.173
Orthodox-gereformeerde kerken 238.000 541
Bevindelijk-gereformeerde kerken 221.000 117
Evangelische en pinksterkerken 148.000 ?
Vrijzinnige kerken 19.000 177
Overige kerkgenootschappen 156.000 ?
ISLAM
Turkse moslims 325.000 245
Marokkaanse moslims 260.000 150
Overige moslims 265.000 58
OVERIGE RELIGIES
Hindoeïsme 100.000 250
Jodendom 43.000 26
Bron: Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut (KASKI)

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

Literatuur
  • Otto de Jong (1985): Nederlandse kerkgeschiedenis. Nijkerk: Callenbach.
  • Hans Knippenberg (1992): De religieuze kaart van Nederland. Omvang en geografische spreiding van de godsdienstige gezindten vanaf de Reformatie tot heden. Assen: Van Gorcum.
  • Hans Blom; Renate Fuks-Mansfeld; Ivo Schöffer (red) (1995): Geschiedenis van de Joden in Nederland. Amsterdam: Balans.
  • Peter van Rooden (1996): Religieuze regimes. Over godsdienst en maatschappij in Nederland, 1570-1990. Amsterdam: Bert Bakker.
  • Joris van Eijnatten& Fred van Lieburg (2006): Nederlandse Religiegeschiedenis. Hilversum: Uitgeverij Verloren. ISBN 9065509283

Noten

  1. a b c Eijnatten en Lieburg, p. 330.
  2. Vanaf het jaar 2005 wordt het aandeel moslims niet langer geschat op basis van het aantal allochtonen, maar net als de cijfers voor de christelijke religie via de POLS enquête verkregen. Hierdoor werd het percentage moslims naar beneden bijgesteld van 5,8% voorheen naar 5,3%.
  3. De Nederlandse Hervormde Kerk werd gesticht in 1816 als opvolger van de in 1571 gestichte Nederduits Gereformeerde Kerk. Leden van deze opeenvolgende kerken, inclusief leden van de Waalse gemeenten, staan onder "Nederl.-hervormd". Onder "Gereformeerd" worden de leden van de Nederlandse Hervormde Kerk afgescheiden gereformeerde kerken verstaan, zoals deze vanaf de Afscheiding van 1834 ontstonden.
  4. Tot 2005 inclusief moslims, verder hindoes, boeddhisten, joden en andere religieuze minderheden
  5. Tot 2005 werden moslims gerapporteerd onder de categorie overig.
  6. a b Alleen leden van de Protestantse Kerk in Nederland die zich niet meer bekennen als "hervormd", "gereformeerd" of "luthers"
  7. Volgens een nieuwe schatting van het CBS moet dit percentage naar beneden (5,2) worden bijgesteld Zie:Marieke van Herten en Ferdy Otten Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2007
  8. a b c Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid: Rapport Geloven in het publieke domein, uitgave 2006
  9. ledenaantallen per 31 dec 2009-1 jan 2010
  10. ledenaantallen per 31 dec 2009/1 jan 2010
  11. ledenaantallen per 31 dec 2009/1 jan 2010
  12. [ http://www.kerkbalans.nl/_uploads/user/File/def%20notitie%20kerkgenootschappen%202009.doc Kerncijfers van de kerkgenootschappen die deelnemen aan de actie Kerkbalans 2009]
  13. Afname met bijna 38 duizend leden t.o.v. een jaar eerder Statistisch jaarbrief 2010, Dienstenorganisatie Protestantse Kerk in Nederland, uitgave November 2010
  14. GKV net zo groot als 12 jaar geleden
  15. lichte groei voor gereformeerde gemeenten in 2009
  16. Lichte groei ledental CGK
  17. [1]
  18. Op 17 september 2007 maakt ds Ruigrok, scriba van de HHK, in het Kerkblad voor het Noorden melding van een ledental tussen de 55.000 en de 60.000. Op 17 april 2008 bevestigt het kerkelijk bureau van de HHK desgevraagd dit ledental. Men geeft aan dat gezien nog enkele lopende procedures nog geen exact ledental gegeven kan worden, maar dat het zeker tussen 55.000 en 60.000 ligt. Een eerder gemaakte schatting van 70.000 blijkt niet reëel te zijn.
  19. Hersteld Hervormde Kerk toont lichte groei over 2009
  20. [2]
  21. Opnieuw flinke groei voor GGiN
  22. [3] Ledental vGKN is een stabiel wondertje
  23. overgebleven gemeenten buiten verband lopen leeg
  24. Scholen uitgaande van de Evangelische Broedergemeente worden door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als aparte denominatie gezien, los van de evangelische denominatie.
  25. [4]
  26. jaarverslag 2009 blz. 20 afname t.o.v. een jaar eerder 156 leden
  27. [5]
  28. Anoniem (2010): Jaarboek van Jehovah's Getuigen 2011, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York
  29. [6]
  30. ledenaantallen per 31 dec 2009-1 jan 2010 , 215 leden minder dan een jaar eerder
  31. Kerncijfers per 31 dec. 2008 van de kerkgenootschappen die deelnemen aan de actie 'Kerkbalans 2010’
  32. [7]
  33. afname 145 leden t.o.v. een jaar eerder
  34. Groot ledenverlies voor NPB
  35. Fries Dagblad, recensie van het boek Lotus in de Lage Landen, De geschiedenis van het Boeddhisme in Nederland, Beeldvorming van 1840 tot heden, Marcel Poorthuis en Theo Salemink. Parthenon
  36. Telegraaf, Nederland boeddhaïseert
  37. Bakker, Piet Bahá'ís, Uitgeverij Kok, Kampen, 2002, blz. 108 ISBN 9043505684.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen